Beslissing Btw nr. E.T.18.384 dd. 06.03.1974
Bewijsmiddelen - Wettelijke vermoedens.
Om het vermoeden, vervat in artikel 64, § 4 van het Wetboek, te ontkrachten, kan de eigenaar van een nieuw opgericht gebouw, door alle middelen van gemeen recht, het bewijs leveren dat, in zekere mate, de onroerende werken niet verricht werden ter uitvoering van een belastbare handeling, door aan te tonen dat, in die mate, de werken door hemzelf werden gedaan, met of zonder de kosteloze medewerking van andere personen, of door een niet-belastingplichtige.
De vereniging zonder winstoogmerk die aan haar personeel een deel van de werken aan het gebouw dat zij voor eigen behoeften laat oprichten, heeft toevertrouwd, kan dat bewijs leveren voor zover zij geen BTW-belastingplichtige is.
In de mate dat de vereniging het tegenbewijs levert van het vermoeden van artikel 64, § 4 van dat Wetboek, wordt de waarde van de door de leden van het personeel uitgevoerde werken en, in voorkomend geval, van de materialen die werden gebruikt, afgetrokken van de normale bouwwaarde.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.