Verschuldigdheid van de belasting · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.18.238 15 maart 1977

Zoeken

Verschuldigdheid van de belasting

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-18-238-verschuldigdheid-belasting-btw-e7a0

Nummer
E.T.18.238
Datum
15 maart 1977

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.18.238 dd. 15.03.1977

BTW-Revue, nr. 31, blz. 451

Verschuldigdheid van de belasting - Werk in onroerende staat.

Bij werk in onroerende staat gebeurt het vaak dat, alhoewel zich een feit heeft voorgedaan waardoor de BTW verschuldigd wordt over de gehele prijs of een deel ervan (voltooiing van de dienst, het uitreiken van een factuur, de incassering, het bereiken van de vervaldag, z. BTW-Wetboek, art. 22; z. ook BTW-Revue nr. 8, blz. 392, nr. 2 Zie art. 22. ), de opdrachtgever een gedeelte van de aannemingssom bij wijze van waarborg inhoudt en aan de aannemer slechts betaalt op de datum van de definitieve eindoplevering. Soms betaalt de opdrachtgever de volledige aannemingssom op voorwaarde dat hij ten belope van een bepaald gedeelte van die som een borgbrief ontvangt, uitgereikt door een financiële instelling of een beroepsvereniging, die hij dan aan de aannemer terugbezorgt op het tijdstip van de definitieve eindoplevering.

Deze toestanden hebben geen invloed op het tijdstip van verschuldigdheid van de belasting.

Ingevolge de bijzondere regeling, wordt echter bepaald dat voor werk in onroerende staat dat in opdracht van een overheidslichaam wordt verricht, in afwijking van artikel 22 van het Wetboek, de BTW slechts verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de opdrachtgever aan de aannemer de staat toestuurt van de werken die voor betaling zijn aanvaard.

Onder werken die voor betaling zijn aanvaard wordt in de bovengenoemde aanschrijving de werken bedoeld, die als uitgevoerd worden beschouwd en die bijgevolg voor betaling in aanmerking komen, ongeacht of volgens de gesloten overeenkomst die betaling voor haar volledig bedrag onmiddellijk moet geschieden dan wel geheel of gedeeltelijk op een latere datum mag plaatshebben.

Zodra op de bedoelde staat het werk als uitgevoerd staat vermeld, is de BTW met betrekking tot dit werk bijgevolg verschuldigd op het tijdstip waarop die staat aan de aannemer wordt toegestuurd, zelfs dus voor het gedeelte van de aannemingssom dat de opdrachtgever bij wijze van waarborg mag inhouden en slechts op de datum van de definitieve eindoplevering hoeft te betalen of waarvoor hij een borgbrief heeft ontvangen. Op de factuur die de aannemer aan de opdrachtgever, na ontvangst van die staat, uitreikt, moet de BTW bijgevolg over het totale bedrag van de aanvaarde werken worden berekend.

De uitreiking van een nieuw debetdocument voor het saldo of de betaling van dit laatste, op het tijdstip van de definitieve eindoplevering, geeft uiteraard geen aanleiding meer tot verschuldigdheid van BTW.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 221 voorkomen