Beslissing Btw nr. E.T.17.601 dd. 20.10.1975
BTW-Revue, nr. 24, blz. 76
Goederen afgestaan aan de verzekeraar.
Wanneer een verzekerde aan de verzekeraar de eigendom van een in artikel 9, § 1 van het BTW-Wetboek bedoeld goed overlaat, is deze afstand een levering als bedoeld in artikel 10 van het Wetboek, waarop de voor dergelijke handelingen bepaalde regels toepasselijk zijn.
Opeisbaarheid van de belasting
Indien het afgestane goed bedoeld wordt in artikel 2, 3° van het Wetboek, is de BTW verschuldigd ongeacht de hoedanigheid van de verzekerde.
Indien het goed daarentegen niet bedoeld wordt in artikel 2, 3° van het Wetboek, is de BTW slechts verschuldigd indien de verzekerde een belastingplichtige is en het afgestane goed, geheel of gedeeltelijk, bestemd was voor de uitoefening van de werkzaamheid waarvoor hij belastingplichtige is.
Oorzaak van verschuldigdheid
De BTW is verschuldigd op het tijdstip van de werkelijke afstand.
In het bijzondere geval van het verzekeringscontract waarin wordt voorzien, enerzijds, in de betaling van een vergoeding in geval van diefstal van een aan de verzekerde toebehorend goed en, anderzijds, in de afstand aan de verzekeraar van het gestolen goed, indien het wordt teruggevonden, is de BTW slechts verschuldigd op het tijdstip waarop het goed is teruggevonden.
Plaats van de handeling
De BTW is slechts verschuldigd indien de handeling in België plaatsvindt. De handeling vindt hier te lande plaats als het afgestane goed in België aan de verzekeraar wordt overgelaten, of, in geval van diefstal, in België wordt teruggevonden.
Maatstaf van heffing
De verschuldigde BTW wordt berekend over de door de verzekeraar aan de verzekerde betaalde vergoeding.
Indien de aan de verzekerde betaalde vergoeding echter een bedrag bevat dat bestemd is om, geheel of gedeeltelijk, de door de verzekerde gedragen kosten te dekken voor het verkrijgen, als wederbelegging, van een ander goed, behoort deze som niet tot de maatstaf van heffing.
Indien daarenboven de vergoeding betrekking heeft op een in artikel 2, 3° van het Wetboek bedoeld autovoertuig en de verzekeraar dit niet verkrijgt om het te verkopen maar om het zelf te gebruiken, mag de maatstaf waarover de BTW wordt geheven niet lager zijn dan de minimummaatstaf van heffing bepaald overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 17, van 20 juli 1970.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.