Onroerende verhuur met zogenoemde bijkomende diensten · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.15.928 17 februari 2005

Zoeken

Onroerende verhuur met zogenoemde bijkomende diensten

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-15-928-onroerende-verhuur-zogenoemde-bijkomende-diensten-83aa

Nummer
E.T.15.928
Datum
17 februari 2005

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

6 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.15.928 dd. 17.02.2005

Onroerende verhuur met zogenoemde bijkomende diensten - Aftrek met inachtneming van het werkelijk gebruik

Wanneer de verhuurder van een uit zijn aard onroerend goed zich tegenover de huurder verbindt hem zogenoemde bijkomende diensten te verlenen, is de handeling in de regel volledig vrijgesteld van de belasting.

Die zogenoemde bijkomende diensten, waaronder verwarming, elektriciteit, water, airconditioning, mogen echter aan de belasting onderworpen worden wanneer ze door de verhuurder zelf aan de huurder worden verleend en er een afzonderlijke prijs voor werd bedongen (aanschr. 4/1973, nrs. 94 tot 97).

De leidingen en infrastructuur van verwarming, elektriciteit, water en airconditioning zijn evenwel bestanddelen van het uit zijn aard onroerend goed of zijn er blijvend mee verbonden en maken bijgevolg deel uit van de vrijgestelde onroerende verhuur. De verhuurder mag de BTW geheven van deze infrastructuur dan ook in geen geval in aftrek brengen.

Deze beslissing vervangt de beslissing van 13 juli 1973, nrs. E.T. 15.928 en E.T. 16.214 (BTW-Revue nr. 16, blz. 274, nr. 477). Op het verleden zal evenwel niet worden teruggekomen. Dit is onder meer het geval wat de regelmatig op grond van voornoemde beslissing uitgeoefende aftrek betreft van de BTW geheven van de in het vorige lid vermelde investeringen en in voorkomend geval, de herziening van die aftrek.

Administratieve doctrine

2

« … zijn bestanddelen van het uit zijn aard onroerend goed, of zijn er blijvend mee verbonden en maken deel uit van de vrijgestelde onroerende verhuur. De verhuurder mag de btw geheven van deze infrastructuur dan ook in geen geval in aftrek brengen ( beslissing nr. E.T. 15.928 van 17.02.2005 ). Deze regeling waarbij de prijs moet worden opgesplitst over een vrijgestelde onroerende verhuur en de belaste verbonden diensten is grotendeels voorbijgestreefd. Deze passieve verhuur met bijkomstige diensten zal immers op grond van artikel 44, § 3, 2°, … »

Diensten (01.03.2025), Specifieke topics, Onroerende goederenAdministratieve commentaar18.03.2025

Bekijk de 2 documenten