Beslissing Btw nr. E.T.14.725 dd. 28.09.1978
BTW-Revue, nr. 38, blz. 104
Aftrek van voorbelasting - Omvang van het recht op aftrek.
Wanneer een belastingplichtige, voor een handeling die niet in het BTW-Wetboek is bedoeld, een factuur uitreikt waarin hij een bedrag als BTW aanrekent aan een andere belastingplichtige, kan deze laatste geen recht op aftrek uitoefenen aangezien de belasting niet verschuldigd is overeenkomstig artikel 17 of artikel 22 van dit Wetboek (z. art. 2, 1° van het kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969).
De aftrek, die, bij wijze van vereenvoudiging, bij de beslissing van 20 november 1972, nr. E.T. 12.761 Zie Revue nr. 10, blz. 72, nr. 354. werd aanvaard, kan in het geval bedoeld in het voorgaande lid niet worden verricht, aangezien de in rekening gebrachte BTW geen betrekking heeft op een handeling die onmiddellijk of in de toekomst belastbaar is.
Dit is met name het geval bij overdracht van een algemeenheid van goederen onder de omstandigheden bedoeld in artikel 11 van het Wetboek. Wanneer bijgevolg in zulk een geval de overdrager de belasting in rekening heeft gebracht aan de overnemer, kan deze laatste die BTW niet aftrekken.
De overdrager kan daarentegen, in zoverre hij de aan de overnemer aangerekende belasting aan de Schatkist heeft gestort, teruggaaf van deze belasting bekomen op grond van artikel 77, § 1, 1° van het Wetboek. Zelfs wanneer de overdrager deze teruggaaf niet heeft bekomen, moet de overnemer, indien hij de hem door de overdrager aangerekende BTW heeft afgetrokken, de toestand regulariseren door terugstorting van de afgetrokken belasting, aangezien hij geen recht op aftrek heeft.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.