Beslissing Btw nr. E.T.14.699 dd. 22.06.1973
BTW-Revue, nr. 15, blz. 190
Diensten - Inbreng in vennootschap.
Ieder die zijn bedrijvigheid inbrengt in een vennootschap is in principe een belastingplichtige, wanneer die inbreng bestaat in het verlenen van in het Wetboek bedoelde en niet ingevolge artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde diensten, ongeacht of die inbreng geschiedt in een regelmatig opgerichte vennootschap dan wel in een zogenaamde feitelijke vennootschap. De inbrenger is derhalve ertoe gehouden alle verplichtingen na te komen die normaal aan belastingplichtigen worden opgelegd, doch geniet de aan deze hoedanigheid verbonden rechten. Voor zover de diensten hier te lande zijn gebruikt, moet hij inzonderheid de belasting voldoen tegen het volgens de aard van de ingebrachte diensten toepasselijk tarief, over het bedrag van de netto-vergoeding die hij als tegenwaarde van zijn inbreng ontvangt.
Indien echter die persoon daarenboven zaakvoerder of beheerder is van de vennootschap, is hij geen BTW-belastingplichtige in de mate waarin hij handelt ter uitvoering van zijn statutaire opdracht (z. art. 18, § 1, 3° , van het Wetboek) en is de belasting niet verschuldigd over de beloning die hij uit hoofde van deze functie ontvangt.
Om praktische redenen eist de administratie niet dat vennoten als belastingplichtige worden geregistreerd wanneer zij alleen om reden van hun inbreng in vennootschap belastingplichtige zijn.
Op het stuk van de aftrek leidt de toepassing van deze regelen tot navolgende gevolgen.
Wanneer de vennoot niet als BTW-belastingplichtige wordt geregistreerd, maakt geen enkele bepaling van het Wetboek het mogelijk aan de vennoot, noch aan de vennootschap waarvan hij deel uitmaakt, toe te staan de belasting in aftrek te brengen, die geheven is van de goederen en diensten, die aan de vennoot werden gefactureerd en die hij heeft gebruikt om handelingen te verrichten voor rekening van de vennootschap.
Wanneer onder andere een vennoot een hem toebehorend autovoertuig in een bepaalde mate gebruikt voor beroepsreizen voor rekening van de vennootschap, mag de belasting geheven van de kosten voor het gebruik van het voertuig niet in aftrek worden gebracht, zonder dat een onderscheid hoeft te worden gemaakt naargelang bedoelde kosten al of niet op een forfaitaire wijze door de vennootschap worden gedragen, noch naargelang de facturen waarbij deze kosten worden aangerekend al of niet op naam van de vennootschap zijn opgesteld.
Wanneer de vennoot daarentegen als belastingplichtige wordt geregistreerd, mag hij de van goederen en diensten geheven BTW in aftrek brengen in de mate waarin hij ze gebruikt ten behoeve van de werkzaamheid waarvoor hij belastingplichtige is, rekening houdend met de beperkingen opgelegd bij de artikelen 45, § 2, en 100 van het Wetboek en op voorwaarde dat hij in het bezit is van een regelmatige op zijn naam opgemaakte factuur.
Voor het verleden zal de administratie niet terugkomen op de door de vennootschap, wegens het niet-geregistreerd zijn van de vennoot, ten onrechte gedane aftrek, in de mate waarin de verrichte aftrek niet meer bedraagt dan die welke, in geval van registratie van de vennoot, overeenkomstig het vorige lid wordt toegestaan.