Beslissing Btw nr. E.T.13.025 dd. 29.03.1973
BTW-Revue, nr. 13, blz. 408
Zie ook beslissing nr. E.T. 63.469 dd. 25.08.1988.
Zie ook beslissing nr. E.T. 7.571 dd. 13.07.1971.
Makelaars en lasthebbers.
Voor de regeling toepasselijk op de diverse diensten verricht door een theaterbureau dient volgend onderscheid te worden gemaakt.
1. Het theaterbureau treedt op als makelaar of mandataris
Wanneer het theaterbureau in de hoedanigheid van makelaar of mandataris optreedt om zelfstandige artiesten en een organisator van schouwspelen samen te brengen, die dan rechtstreeks onder mekaar overeenkomen, is de vergoeding die het bureau vraagt voor zijn tussenkomst onderworpen aan de BTW van 18 pct., wanneer die tussenkomst hier te lande wordt gebruikt. Dit is het geval wanneer de vertoningen waarvoor de artiesten worden aangeworven hier te lande plaatsvinden (z. kon. besl. nr. 5, art. 1, 9° en 12° ).
Deze regeling mag zelfs worden toegepast wanneer het bureau de prestaties van de artiesten in eigen naam aan de organisator factureert mits in dat geval de volgende voorwaarden vervuld zijn:
1)
de prestaties van de artiesten moeten vrijgesteld zijn op grond van artikel 44, § 2, 8° , van het Wetboek;
2)
het bureau rekent afzonderlijk aan de organisator de bedragen aan die aan de artiesten toekomen en het juiste bedrag dat hemzelf toekomt voor zijn tussenkomst (verg. aanschr. 70/1972, 2, b).
2. Het bureau treedt t.o.v. de organisator op als ondernemer van schouwspelen of wordt geacht in die hoedanigheid te handelen op grond van de artikelen 13, § 2, en 20, van het Wetboek
Onder voorbehoud van wat onder nr. 1 wordt gezegd zijn de bedragen die het bureau in eigen naam aanrekent aan de organisator voor het opvoeren van een schouwspel of voor de prestaties van de artiesten die eraan deelnemen, de prijs, of worden geacht de prijs te zijn, van het schouwspel dat het bureau opvoert. De BTW is dan, tegen het tarief van 6 pct., verschuldigd over de totale prijs die het bureau aan de organisator aanrekent, wanneer het schouwspel in België plaatsvindt (z. kon. besl. nr. 5, art. 1, 12° ).
3. Het bureau treedt rechtstreeks tegenover het publiek op als organisator van een schouwspel
Het bedrag dat het bureau aan de toeschouwers aanrekent als toegangsgeld is, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 44, § 2, 9° , van het Wetboek, onderworpen aan de BTW van 6 pct. wanneer het schouwspel hier te lande plaatsvindt.
Deze beslissing herroept de beslissing van 13 juli 1971, nr. E.T. 7571.