Belastingplicht, Publiekrechtelijk lichaam, Terbeschikkingstelling van personeel, OCMW-vereniging, belastbaarheid · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.129.914 27 april 2016

Zoeken

Belastingplicht, Publiekrechtelijk lichaam, Terbeschikkingstelling van personeel, OCMW-vereniging, belastbaarheidBelastingplicht - Publiekrechtelijk lichaam - Terbeschikkingstelling van personeel - OCMW-vereniging

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-914-belastingplicht-publiekrechtelijk-lichaam-terbeschikkingstelling-2e58

Nummer
E.T.129.914
Datum
27 april 2016

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

31 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.129.914 dd. 27.04.2016

Belastingplicht

Publiekrechtelijk lichaam

Terbeschikkingstelling van personeel

OCMW-vereniging

FAQ – artikel 6, Btw-Wetboek

Deze beslissing heeft enerzijds tot doel om de 'Frequently Asked Questions' die het voorwerp vormden van de gepubliceerde beslissing nr. E.T.128.015 van 12.02.2016 verder aan te vullen op het stuk van de btw-belastingplicht van OCMW-verenigingen en anderzijds om het administratieve standpunt met betrekking tot de terbeschikkingstelling van personeel door publiekrechtelijke lichamen, opgenomen in FAQ 17 van voornoemde beslissing, verder te verduidelijken.

Punt 1 van deze beslissing werd opgeheven en vervangen door punt 23 van de Circulaire 2017/C/91 betreffende praktische toepassingsgevallen inzake de belastingplicht van publiekrechtelijke lichamen

1. Is een gemeente of een OCMW belastingplichtig voor de terbeschikkingstelling van personeel aan een ander publiekrechtelijk lichaam?

Er wordt aanvaard dat de terbeschikkingstelling van personeel door een gemeente of een OCMW aan een ander publiekrechtelijk lichaam geen aanleiding geeft tot (potentiële) concurrentieverstoring in de zin van artikel 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek.

Deze toegeving geldt ook ten aanzien van de terbeschikkingstellingen van personeel door een gemeente of een OCMW aan entiteiten die door lokale besturen worden opgericht en die onder hun toezicht staan. De loutere toekenning van prijssubsidies of werkingstoelagen volstaat aldus niet om van deze tolerantie gebruik te kunnen maken. Worden bijvoorbeeld wel beoogd: de autonome gemeentebedrijven, de OCMW-verenigingen en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.

Wanneer zou blijken dat private operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten (de terbeschikkingstelling van personeel) enig nadelig gevolg zouden ondervinden van deze beslissing, kan dit standpunt herzien worden.

Deze FAQ vervangt het standpunt opgenomen onder FAQ 17 van de beslissing E.T. 128.015 van 12.02.2016.

Tot slot wordt opgemerkt dat de Administratie zich voor wat de terbeschikkingstellingen van personeel in het kader van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 08.07.1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, die er in hoofdzaak op gericht zijn om sociale rechten op te bouwen niet zal verzetten tegen de toepassing van de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek ten aanzien van die terbeschikkingstellingen. Dit voor zover deze terbeschikkingstellingen nog niet worden beoogd door eerdergenoemde toegeving.

2. Wordt een OCMW-vereniging in de zin van titel VIII van het decreet van 19.12.2008, betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, al dan niet beoogd door de bepalingen van artikel 6 van het Btw-Wetboek?

Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek worden de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.

Uit deze opsomming blijkt dat de openbare instellingen eveneens worden beoogd. Het betreft meer bepaald de openbare instelling die cumulatief aan navolgende voorwaarden voldoet, zijnde de instelling die:

- een van de overheidsinstelling – die haar heeft opgericht – onderscheiden rechtspersoonlijkheid bezit;

- wordt opgericht door een wet, een koninklijk of ministerieel besluit, een decreet of een verordening (oprichting bij wijze van stichting);

- wordt opgericht met als doel bepaalde collectieve behoeften van algemeen belang te bevredigen;

- een autonomie geniet in de uitoefening van haar activiteiten en dit meer bepaald voor de organisatie en het beheer ervan;

- in meer of mindere mate onderworpen blijft aan diverse controles waaronder het toezicht van de overheid.

Artikel 6 van het Btw-Wetboek beoogt daarentegen niet de publiekrechtelijke verenigingen die bij wijze van vereniging, en aldus niet bij wijze van stichting, tot stand zijn gebracht (z. ook punten 4 en 5 van circulaire AAFisc Nr. 42/2015 dd. 10.12.2015).

Rekening houdend met hetgeen voorafgaat en gelet op de bepalingen van titel VIII van het decreet van 19.12.2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (BS 24.12.2008) dient te worden besloten dat een individuele OCMW-vereniging (soms ook zorgbedrijf genoemd) niet wordt opgericht door een wet, een koninklijk of ministerieel besluit, een decreet of een verordening. Niettegenstaande de figuur van de OCMW-vereniging omstandig wordt toegelicht in voornoemd decreet van 19.12.2008, wordt een individuele OCMW-vereniging steeds opgericht bij wijze van vereniging, meer bepaald ingevolge een beslissing van een lokaal openbaar bestuur of een overeenkomst gesloten tussen meerdere lokale openbare besturen binnen de krijtlijnen van dat decreet.

Gelet op het voorgaande en op het feit dat de hiervoor genoemde voorwaarden aldus nooit cumulatief voldaan kunnen zijn (z. ook punt 4 van voornoemde circulaire AAFisc Nr. 42/2015) dient een OCMW-vereniging steeds als een belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het Btw-Wetboek te worden aangemerkt.

Het voorgaande is mutatis mutandis van toepassing ten aanzien van de verenigingen beoogd door de bepalingen van hoofdstuk XII van de organieke wet van 08.07.1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (BS 05.08.1976).

J. MARCKX

Adviseur-generaal

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 65 voorkomens
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

12

« … vereniging tot stand werden gebracht (coöperatieven van openbare diensten, gemengde economische ondernemingen, de autonome gemeente- en provinciebedrijven, extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm, OCMW-verenigingen (zie punt 2 van beslissing nr. E.T.129.914 van 27.04.2016 ) worden daarentegen niet beoogd door de bepalingen van artikel 6 van het Btw-Wetboek (zie punten 3 t.e.m. 5 van circulaire AAFisc Nr. 42/2015). Gelet op de context waarin openbare lichamen in België handelen evenals op de wijze waarop zij hun werkzaamheden … »

Circulaire 2017/C/91 betreffende praktische toepassingsgevallen inzake de belastingplicht van publiekrechtelijke lichamenOmzendbrief22.12.2017

Bekijk de 12 documenten