Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.129.030/2 dd. 17.12.2015
Deze beslissing WERD VERVANGEN door de Beslissing Btw nr. E.T.129.030/3 dd. 02.02.2016
Btw-tarief van toepassing op onroerende werken aan privéwoningen
Wijziging vanaf 01.01.2016
Overgangsmaatregel
Deze beslissing heeft tot doel de gepubliceerde beslissing nr. E.T.129.030 van 10.12.2015, waarbij werd aangekondigd dat de ouderdomsvereiste van een woning voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% voor renovatiewerken vanaf 01.01.2016 van 5 jaar naar 10 jaar wordt verhoogd, aan te vullen.
Bij voornoemde beslissing werd voorzien in een overgangsmaatregel voor woningen die vanaf 01.01.2016 niet zullen voldoen aan deze nieuwe ouderdomsvereiste. De toepassingsvoorwaarden van de overgangsmaatregel om zodoende de oude 'tariefregeling 2015' te kunnen genieten tot uiterlijk 31.12.2017 werden uitvoerig toegelicht onder punt 3 van die beslissing.
In de gevallen waarin overeenkomstig de bepalingen van artikel 20, § 1, van Koninklijk besluit nr. 1, van 29.12.1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, in een verlegging van de heffing wordt voorzien, kan een kopie van de overeenkomst waarvan sprake in punt 3, rubriek A, a), van voornoemde beslissing nr. E.T.129.030 worden neergelegd op het btw-controlekantoor van de ontvanger van de dienst die schuldenaar is van de btw.
Beslissing nr. E.T.129.030 voorzag naast de fysieke neerlegging van een kopie van betreffende overeenkomst tevens dat deze per e-mail naar het bevoegde btw-controlekantoor mag worden verzonden en dit uiterlijk op 31.12.2015. In het specifieke geval van onderhoudscontracten aanvaardt de administratie evenwel dat de indiening van een kopie van die overeenkomsten kan worden vervangen door het indienen van een lijst van deze onderhoudscontracten waarbij navolgende gegevens minimaal dienen te worden vermeld:
- identiteit van de dienstverrichter (benaming en btw-identificatienummer);
- identiteit van de medecontractant (naam & voornaam of maatschappelijke benaming, adres en in voorkomend geval btw-identificatienummer);
- ligging van de woning en
- aard van de werken.
J. MARCKX
Adviseur-generaal