Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.125.703 dd. 02.02.2016
Symmetrische afronding op veelvouden van 5 cent
Maatstaf van heffing
Artikel 26 van het Btw-Wetboek
Overeenkomstig de artikelen VI. 7/1 tot en met VI. 7/3 van Boek VI van het Wetboek van economisch recht en van de artikelen XIV. 8/1 en XIV. 8/2 van Boek XIV van voornoemd Wetboek, gewijzigd door de artikelen 48 tot en met 55 van de wet van 18.12.2015 houdende diverse financiële bepalingen, houdende de oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie 'Sociale activiteiten', en houdende een bepaling inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen (BS 29.12.2015), kan elke onderneming of beoefenaar van een vrij beroep in principe, onder bepaalde voorwaarden, het totaal van het door de consument te betalen bedrag afronden naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 5 cent.
Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 1, 2, 6 of 7 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 5 cent afgerond. Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 3, 4, 8 of 9 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde hogere veelvoud van 5 cent afgerond.
Het toepassen van de regels van de symmetrische afronding heeft gevolgen op het vlak van de maatstaf van heffing van btw.
Principe
Overeenkomstig artikel 26 van het Btw-Wetboek wordt de belasting voor de leveringen van goederen en de diensten berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.
De onderneming of beoefenaar van een vrij beroep die zal geopteerd hebben voor de symmetrische afronding, zal de btw derhalve in principe moeten heffen in functie van de werkelijk van de klant gevorderde prijs. Dit kan evenwel voor praktische problemen zorgen wanneer het aan de kassa betaalde bedrag betrekking heeft op leveringen van goederen of dienstverrichtingen die aan verschillende btw-tarieven zijn onderworpen, hetgeen aldus de toepassing van 'de regel van drie' veronderstelt.
Voorbeeld
Een particulier koopt in een grootwarenhuis een goed A, onderworpen aan het btw-tarief van 6 pct., aan tegen een prijs van 10.04 EUR (=9.47 + 0.57 (btw)) en een goed B, onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 pct., tegen een prijs van 12.03 EUR (=9.94 + 2.09 (btw)).
Het grootwarenhuis heeft ervoor gekozen de regels van de symmetrische afrondingen toe te passen. Het totaal bedrag van 22.07 EUR wordt bijgevolg afgerond naar 22.05 EUR.
De toepassing van de btw-regels vereist dat de btw wordt geheven over de werkelijk van de klant ontvangen prijs, hetgeen voor gevolg zou hebben dat de afronding ten bedrage van 0.02 EUR (=22.07 – 22.05) over de verschillende goederen dient te worden omgeslagen op basis van “de regel van drie”.
Het op dergelijke wijze omslaan van een maximale afronding van 0.02 EUR (btw-inclusief) zou evenwel aanleiding geven tot disproportionele administratieve lasten.
Tolerantie
Dientengevolge laat de administratie toe dat de btw wordt berekend over het totaal te betalen bedrag per tariefgroep voorafgaand aan de afronding en dit onder de strikte voorwaarde dat de onderneming of de beoefenaar van een vrij beroep die gebruik maakt van deze vereenvoudigingsmaatregel dit systematisch doet voor alle te betalen totaalbedragen die vallen binnen het toepassingsgebied van die wet. De maatstaf van heffing voor afronding en de verschuldigde btw per tariefgroep worden opgenomen in de periodieke btw-aangifte. De aldus gemaakte keuze geldt als definitief. De bepalingen inzake symmetrische afrondingen blijven dan op het stuk van de btw zonder gevolg.
Deze administratieve tolerantie kan evenwel slechts worden toegepast op voorwaarde dat systematisch per handeling een verantwoordingsstuk wordt opgemaakt (naar gelang het geval een ticket van een kassasysteem, een factuur, een btw-bonnetje, e.d.) dat het verschil vaststelt tussen het totaalbedrag voor afronding en het werkelijk ontvangen bedrag.
Voor de handelingen die hij zonder kassasysteem opneemt in een dagboek van ontvangsten en waarvoor geen verantwoordingsstuk per handeling wordt opmaakt, kan de belastingplichtige de hiervoor beschreven tolerantie niet inroepen. Hij is derhalve volgens de normale regels gehouden de btw geheven van de werkelijk van de klant gevorderde bedragen aan te geven en dit na afronding.
Verplichte vermelding
Tot slot wordt de aandacht gevestigd op artikel VI. 7/2, § 2, van Boek VI van het Wetboek van economisch recht en artikel XIV 8/2, § 2, van voornoemd Wetboek waarin met betrekking tot de afronding van betalingen in euro wordt gesteld dat de onderneming of de beoefenaar van een vrij beroep op elk document waarop het te betalen totaalbedrag vermeld staat, uitdrukkelijk de toegepaste afronding dient te vermelden.
Jozef MARCKX
Adviseur-generaal