Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.124.411/2 dd. 23.02.2016
Advocaten
Bijzondere regeling voor advocaat-medewerkers en advocaat-stagiairs
Vrijstellingregeling voor kleine ondernemingen
1. De btw-vrijstelling betreffende de door advocaten verrichte diensten werd op datum van 01.01.2014 opgeheven door artikel 60 van de wet van 30.07.2013 houdende diverse bepalingen (BS 01.08.2013, tweede editie, blz. 48270).
2. Naar aanleiding van de opheffing van deze vrijstelling heeft de administratie een facultatieve bijzondere regeling voor advocaat-medewerkers en voor advocaat-stagiairs ingevoerd (circulaire AAFisc nr. 47/2013, punten 164 tot en met 188; beslissing nr. E.T.126.564 d.d. 18.07.2014, punten 172 tot en met 180).
Deze bijzondere regeling heeft tot gevolg dat de verplichtingen op het stuk van de btw voor advocaten-medewerkers en advocaten-stagiairs, onder bepaalde voorwaarden, tot een minimum worden herleid en dat deze naar het advocatenkantoor of naar de advocatenkantoren die hun diensten ontvangen worden verlegd.
De advocaat-medewerkers en advocaat-stagiairs die voor deze bijzondere regeling opteren kunnen niet genieten van de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen voorzien bij artikel 56bis van het Btw-Wetboek (circulaire AAFisc nr. 47/2013, punt 166).
3. De advocaat-medewerkers en advocaat-stagiairs die naast de handelingen die zij verrichten in het kader van de op hen betrekking hebbende bijzondere regeling, bijkomende activiteiten verrichten die aan de btw zijn onderworpen, moeten de normale regeling toepassen voor het geheel van hun activiteiten.
4. Punt 185 van circulaire AAFisc nr. 47/2013 van 20.11.2013 voorziet echter dat zij het voordeel van deze bijzondere regeling behouden wanneer het jaarlijks omzetcijfer met betrekking tot hun bijkomende activiteiten niet meer bedraagt dan 15.000 euro.
Deze drempel werd bepaald rekening houdend met de drempel binnen de grenzen waarvan het belastingplichtigen is toegelaten gebruik te maken van de vrijstellingsregeling (artikel 56bis, § 1, van het Btw-Wetboek).
Gelet op het feit dat dit bedrag met ingang van 01.01.2016 werd verhoogd van 15.000 naar 25.000 euro, wordt de drempel voorzien bij punt 185 van circulaire AAFisc nr. 47/2013 van 20.11.2013 met ingang van deze datum eveneens van 15.000 naar 25.000 euro verhoogd.
Jozef MARCKX
Adviseur-generaal