Deze beslissing werd, met ingang van 01.01.2020, opgeheven en vervangen door de Circulaire 2020/C/50 betreffende het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BTW
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.124.203 dd. 31.03.2014
Belasting over de toegevoegde waarde
Globale vertegenwoordiging
Intracommunautaire levering
Bewijs van intracommunautair vervoer
Ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid
Deze beslissing, welke in werking treedt op 1 mei 2014, bevat de opsomming van de voorwaarden betreffende het bewijs van het intracommunautair vervoer van goederen, die indien ze gezamenlijk vervuld zijn, tot gevolg heeft dat de globale vertegenwoordiger ontheven wordt van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid tot voldoening van de btw op de levering van die goederen.
1. Artikel 39bis van het Btw-Wetboek stelt vrij van de btw de levering van goederen die door de leverancier, door de afnemer of voor hun rekening worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap, ter bestemming van een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig optreden in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.
Om de vrijstelling rechtsgeldig toe te passen, moet dus onder meer worden aangetoond dat de geleverde goederen België hebben verlaten en effectief vervoerd werden naar een andere lidstaat. Deze bewijslast ligt bij de schuldenaar en de hoofdelijke schuldenaar van die levering die overeenkomstig de principes van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992, het vervoer van de goederen moeten aantonen aan de hand van een geheel van overeenstemmende documenten.
2. De titularissen van een globaal btw-identificatienummer BE0796.5 en BE0796.6 zijn in hun hoedanigheid van erkend aansprakelijk vertegenwoordiger, op grond van artikel 55, § 4 van het Btw-Wetboek hoofdelijk gehouden tot de betaling van de btw op de handelingen die hun lastgevers in België verrichten, in casu een intracommunautaire levering van goederen. Deze wettelijke hoofdelijkheid kan dus in principe altijd jegens de globale fiscale vertegenwoordiger ingeroepen worden op elke handeling van de lastgever die de btw opeisbaar maakt.
In de praktijk worden deze titularissen vaak geconfronteerd met moeilijkheden die het gevolg zijn van dit soort van fiscale vertegenwoordiging: zij vertegenwoordigen een groot aantal niet in België gevestigde lastgevers die elk in België occasioneel punctuele handelingen verrichten, waaronder intracommunautaire leveringen. Deze context heeft vaak tot gevolg dat de band tussen de globale fiscale vertegenwoordiger en zijn lastgever niet hecht is/wordt en kan ertoe leiden dat eerstgenoemde problemen ondervindt om bewijsstukken van intracommunautair vervoer van goederen aangeleverd te krijgen van zijn lastgever.
Om enigszins tegemoet te komen aan deze realiteit, heeft de AAFisc beslist om de hoofdelijkheid van de globale aansprakelijke vertegenwoordiger jegens de intracommunautaire leveringen van hun lastgevers niet in te roepen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze beslissing geldt voor elke administratie van de FOD Financiën die de toepassing van de btw onder haar bevoegdheid heeft.
De niet in België gevestigde leverancier, in zijn hoedanigheid van schuldenaar ten aanzien van de intracommunautaire levering die hij verricht, blijft aansprakelijk voor de btw op de levering, ook in het geval de administratie van oordeel is dat de voorwaarden voor de ontheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid van zijn fiscaal vertegenwoordiger vervuld zijn, maar het bewijs van het intracommunautair vervoer nog onvoldoende vindt.
3. Het niet inroepen van de hoofdelijkheid kan enkel plaatsvinden wanneer volgende voorwaarden zijn vervuld:
3.1. de globale vertegenwoordiger moet steeds te goeder trouw handelen;
3.2. de lasthebber (titularis van het globaal btw-nummer) kan zich enkel op onderhavige beslissing beroepen ten aanzien van die lastgevers met wie hij, voorafgaand aan de eerstvolgende intracommunautaire levering die deze lastgever in België verricht met gebruikmaking van dat globaal btw-nummer, een typecontract heeft opgesteld waarin onderhavige voorwaarden zijn opgenomen. De partijen zijn vrij om de exacte inhoud van dit typecontract te bepalen;
3.3. de titularis van het globaal btw-nummer moet t.a.v. van elke intracommunautaire levering van zijn lastgever een uittreksel van het VIES-systeem kunnen voorleggen waaruit blijkt dat het btw-nummer van de koper (of van de lastgever in geval van een overbrenging van goederen) waaronder de intracommunautaire verwerving in een andere lidstaat dan België wordt verricht, geldig was op het tijdstip van de levering, of, bij uitbreiding, op het tijdstip van de invoer met toepassing van de douaneregeling 42 die de intracommunautaire levering onmiddellijk voorafgaat. Deze voorwaarde moet vervuld zijn ongeacht door wie of voor rekening van wie het intracommunautair vervoer van de goederen wordt verricht.
Het bewijs van de geldigheid van het btw-nummer mag in uitzonderlijke gevallen achteraf op alternatieve wijze worden geleverd;
3.4. de globale vertegenwoordiger moet de intracommunautaire levering die zijn lastgever heeft verricht, in de boekhouding, de periodieke btw-aangifte en de intracommunautaire opgave van het globaal btw-identificatienummer opgenomen hebben. Dit houdt onder meer in dat de lasthebber in het bezit moet zijn van een kopie van de factuur van de levering die zijn lastgever heeft verricht;
3.5. de titularis van het globaal btw-nummer moet t.a.v. van elke intracommunautaire levering van zijn lastgever, in principe, een volledig ingevulde en ondertekende vrachtbrief kunnen voorleggen die het intracommunautair vervoer aantoont van de goederen die het voorwerp uitmaken van een levering.
De gegevens met betrekking tot de goederen zoals die vermeld zijn op de vrachtbrief, moeten overeenstemmen met de factuurgegevens.
Dit principe geldt ongeacht door of voor rekening van wie de goederen intracommunautair worden vervoerd.
Onder vrachtbrief wordt verstaan elk document waarvan de transportwetgeving voorschrijft dat het de goederen moet begeleiden die worden vervoerd over de weg, via de binnenwateren, over zee, in de lucht of per spoor.
Voor de toepassing van onderhavige beslissing moet de vrachtbrief voor ontvangst van de goederen zijn ondertekend door de koper of door ieder ander persoon die in het kader van de uitvoering van de tussen partijen afgesloten verkoopsovereenkomst, mag geacht worden de goederen in naam van de koper in ontvangst te hebben genomen.
Wanneer de lasthebber de voor ontvangst van de goederen ondertekende vrachtbrief, om welke reden ook (verlies, hem niet toegezonden …), niet in zijn bezit krijgt en dus niet kan voorleggen, geldt onderhavige beslissing in principe niet t.a.v. de levering waarop dat document betrekking heeft.
Op basis van een met redenen omklede voorafgaandelijke aanvraag van de globale vertegenwoordiger kan de AAFisc toestaan dat een ander document, in de plaats van de vrachtbrief, gebruikt wordt. Deze afwijking kan enkel toegestaan worden op voorwaarde dat dit document alle gegevens bevat die op een vrachtbrief voorkomen en het document voor ontvangst van de goederen is afgetekend. De globale vertegenwoordiger die een afwijking heeft bekomen, is ertoe gehouden deze afwijking op uniforme wijze toe te passen t.a.v. alle intracommunautaire leveringen waarvoor de afwijking werd toegestaan;
3.6. teneinde de globale vertegenwoordiger meer rechtszekerheid te bieden t.a.v. de situatie waarbij zijn lastgever de geleverde goederen niet zelf vervoert of voor zijn rekening doet vervoeren (situatie ex-works), en waarbij, als gevolg daarvan, er op het tijdstip van de levering een gegronde onzekerheid is omtrent het feit dat een exemplaar van de ondertekende vrachtbrief hem zal worden teruggezonden, aanvaardt de AAFisc, in afwijking van wat gezegd is onder punt 3.5, voorlaatste lid hiervoor, dat, voor de leveringen waarbij het intracommunautair vervoer wordt verricht door of voor rekening van de koper, de volgende documenten mogen worden voorgelegd in de plaats van de vrachtbrief:
a) ofwel, een kopie van de factuur met betrekking tot het intracommunautair vervoer op voorwaarde dat op de vervoersfactuur, naast de gebruikelijke gegevens, volgende gegevens voorkomen:
- datum en plaats van vertrek en aankomst van het vervoer;
- de ondertekening voor ontvangst van de goederen (z. punt 3.5, derde laatste lid hiervoor);
b) ofwel, wanneer de lasthebber hetzij geen factuur met betrekking tot het intracommunautair vervoer in zijn bezit heeft, hetzij een dergelijke factuur in zijn bezit heeft, maar deze niet voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt a) hiervoor:
(i) een document, opgesteld door de niet in België gevestigde leverancier (in samenspraak met de globale vertegenwoordiger) waarop volgende gegevens voorkomen:
- de naam & het adres van de verkoper;
- de naam & het adres van de koper/bestemmeling;
- de beschrijving van de aard en de hoeveelheid van de vervoerde goederen;
- datum en plaats van vertrek en aankomst van het vervoer;
- de ondertekening voor ontvangst van de goederen (z. punt 3.5, derde laatste lid hiervoor);
EN
(ii) de betalingsbewijzen van elke intracommunautaire transactie verricht door de lastgever. De administratie aanvaardt ter zake een eenzijdige verklaring van de lastgever dat de betaling van elke intracommunautaire transactie heeft plaatsgevonden. Ter gelegenheid van een controle kan evenwel de controlerende ambtenaar, indien hij dit noodzakelijk acht en volgens de regels van de proportionaliteit, de voorlegging vragen van de bewijzen van de betaling van de intracommunautaire transacties waarbij de vrijstelling van btw werd toegepast.
*
* *
Onderhavige beslissing treedt in werking op 1 mei 2014.