Recht op aftrek, kosten van onthaal, publiciteitskosten · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.120.663 2 december 2011

Zoeken

Recht op aftrek, kosten van onthaal, publiciteitskostenrecht op aftrek – kosten van onthaal – publiciteitskosten – kosten van logies, spijzen en dranken

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-120-663-recht-aftrek-kosten-onthaal-publiciteitskosten-24fd

Nummer
E.T.120.663
Datum
2 december 2011

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Beslissing Btw, nr. E.T.120.663, dd. 02.12.2011

Deze beslissing werd vervangen door de beslissing E.T.124.247 dd. 13.03.2015

Algemene administratie van de FISCALITEIT

Centrale diensten BTW - Directie I/7

Recht op aftrek

Kosten van onthaal

Publiciteitskosten

Kosten van logies, spijzen en dranken

In zijn arrest van 11 maart 2010 in de zaak F.09.0019.N, Belgische Staat tegen NV Cache Cache, herhaalt1 het Hof van Cassatie dat als kosten van onthaal dienen te worden aangemerkt de kosten gedaan voor onthaal en ontvangst, desgevallend gepaard gaande met vermaak of ontspanning, van aan het bedrijf vreemde bezoekers, inzonderheid klanten en leveranciers, met het oog op het bestendigen of verstevigen van zakelijke relaties. Daarenboven verduidelijkt het Hof dat wanneer de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft potentiële kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, zij een reclame is waarvan de kosten niet voor aftrek uitgesloten zijn. Het Hof stelt hierbij dat het feit dat betreffende reclame niet rechtstreeks gericht is tot de eindkoper hieraan niet in de weg staat.

Het Hof van Cassatie stelt in voornoemd arrest tevens dat kosten van logies, spijzen en dranken, in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, van het Btw-Wetboek, die worden gemaakt in het kader van een feestelijke bijeenkomst die hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, dienen te worden aangemerkt als kosten van publiciteit waarvan de belasting in aftrek mag worden gebracht en die niet vallen onder de uitsluitingsbepalingen van artikel 45, § 3, 3°, en 4°, van het Btw-Wetboek.

De administratie neemt kennis van voornoemd arrest van het Hof van Cassatie maar verwijst in dit verband naar het door het Hof van Justitie van de Europese Unie op 15 april 2010 gewezen arrest in de gevoegde zaken C 538/08 en C 33/09, respectievelijk X Holding BV tegen de Staatssecretaris van Financiën en Oracle Nederland BV tegen de Inspecteur van de Belastingdienst Utrecht-Gooi, meer bepaald naar punt 44, waarin het Hof aangeeft dat de aan de Lidstaten bij artikel 17, lid 6, tweede alinea, van de Zesde richtlijn [artikel 176 van de Richtlijn 2006/112/EG] toegekende bevoegdheid onderstelt dat zij de aard of het doel van de goederen en diensten waarvoor het recht op aftrek is uitgesloten, genoegzaam bepalen teneinde te verzekeren dat deze bevoegdheid niet dient tot het invoeren van algemene uitsluitingen van deze regeling (zie ook arrest PARAT Automotive Cabrio van 23 april 2009, C-74/08, punt 29).

Rekening houdend met hetgeen voorafgaat dient te worden benadrukt dat het Hof van Cassatie in voornoemd arrest van 11 maart 2010 bij zijn beoordeling enkel het doel van de desbetreffende leveringen van goederen en van de verrichte diensten in acht heeft genomen, maar voorbij gaat aan hun aard. Daarentegen dient te worden gesteld dat de uitsluiting van het recht op aftrek van de voorbelasting opgenomen in de bepalingen van artikel 45, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek voldoende nauwkeurig is bepaald en dat het derhalve de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever is geweest dergelijke goederen en diensten te beoordelen naar hun aard op het ogenblik van hun aanschaffing. Ter zake dient te worden verduidelijkt dat de uitzonderingen op de uitsluiting van het recht op aftrek van de voorbelasting die beperkend worden opgenomen in de bepalingen van artikel 45, § 3, 3°, a) & b), van het Btw-Wetboek slechts in tweede orde verwijzen naar het doel van de respectievelijke kosten, wat impliceert dat de wetgever in hoofdzaak tot doel had betreffende kosten naar hun aard te beoordelen.

Gelet op hetgeen voorafgaat handhaaft de administratie, overeenkomstig de beslissing nr. E.T.109.632 van 24 juli 2005, de toepassing van de aftrekuitsluiting beoogd door artikel 45, § 3, 3°, van het Btw-Wetboek in elk geval, zelfs indien de in deze bepaling bedoelde kosten worden gemaakt met het oog op de publiciteit voor welbepaalde producten of diensten.

1Cass., 8 april 2005

Aangehaalde teksten

5

Administratieve doctrine

1

« … of potentiële klanten die hoofdzakelijk en rechtstreeks een publicitair doel heeft met de bedoeling de verkoop van zijn producten of diensten te bevorderen. Onderhavige beslissing vervangt integraal de beslissingen nr. E.T.109.632 van 24.07.2005 en nr. E.T.120.663 van 02.12.2011. Jozef MARCKX Adviseur-generaal »

Recht op aftrek, Kosten van spijzen en drankenAdministratieve beslissing13.03.2015

Bekijk het document