Beslissing Btw, nr. E.T.119.653, dd. 11.07.2011
Organisatoren van sportevenementen
A. Belastingplicht
Onderhavige beslissing verstrekt toelichting bij de belastbaarheid inzake btw van de organisatie van sportevenementen (wielerwedstrijden, cyclocross, atletiekwedstrijden, rally's, jumpings, ….) en de daarmee samenhangende commerciële handelingen.
Overeenkomstig artikel 2 van het Btw-Wetboek zijn de leveringen van goederen en de diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de btw onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden. Op grond van artikel 4 van het Btw-Wetboek is belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
Het begrip "economische activiteit" dient te worden geanalyseerd in het licht van de Europese regelgeving en jurisprudentie. Krachtens de bepalingen opgenomen in artikel 9, lid 1, tweede alinea, van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (voorheen artikel 4, lid 2, van de Zesde Btw-Richtlijn) worden als "economische activiteit" beschouwd alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, met inbegrip van de winning van delfstoffen, de landbouw en de uitoefening van vrije of daarmede gelijkgestelde beroepen. Als economische activiteit wordt in het bijzonder beschouwd de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen (zie o.a. zaak C-268/83, Rompelman-Van Deelen, d.d. 14 februari 1985; zaak C-465/03, Kretztechnik, d.d. 26 mei 2005). Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft het begrip "economische activiteiten" een ruime werkingssfeer evenals een objectief karakter, in die zin dat de activiteit op zichzelf wordt beschouwd, ongeacht het oogmerk of het resultaat ervan. Een activiteit wordt aldus in de regel als economisch beschouwd wanneer zij permanent wordt verricht en de verrichter een vergoeding ontvangt (zie o.m. zaak C-235/85, Commissie/Nederland, d.d. 26 maart 1987; zaak C-354/03, Optigen, d.d.12 januari 2006).
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat wordt diegene die naar aanleiding van de regelmatige organisatie van sportevenementen (bijvoorbeeld jaarlijks), leveringen van goederen en/of diensten verricht onder bezwarende titel als een belastingplichtige aangemerkt. Ingevolge het verlenen van het recht op toegang , het voeren van publiciteit, het verschaffen van spijzen en dranken om ter plaatse te worden verbruikt, het ter beschikking stellen van standplaatsen aan handelaars of dienstverrichters, merchandising, enz., onder bezwarende titel, heeft de organisator van een sportevenement bijgevolg de hoedanigheid van belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het Wetboek.
Het feit dat de vereniging die dergelijke manifestaties organiseert in voorkomend geval uitsluitend is opgericht met dit doel en zij het recht op toegang kosteloos verleent, belet niet dat de daarmee samenhangende activiteiten (die wel onder bezwarende titel worden verstrekt) op zich een economische activiteit vormen. Betreffende handelingen zijn er immers op gericht duurzame opbrengsten te genereren en beantwoorden tevens aan voornoemde criteria betreffende het begrip "economische activiteit".
Indien de organisator van het sportevenement evenwel een door artikel 44, § 2, 3° van het Btw-Wetboek beoogde inrichting is, kan artikel 44, § 2, 12°, van voornoemd Wetboek van toepassing zijn. Op grond van laatstgenoemd artikel kunnen de leveringen van goederen en de diensten die betreffende inrichtingen verrichten in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun uitsluitend in hun voordeel worden georganiseerd, vrijgesteld worden van de btw. In de geest van deze bepaling, die slechts uitzonderlijke opbrengsten beoogt, worden evenementen die bestaan in handelingen die het doel zelf van de instelling zijn, uitgesloten van de vrijstelling. In dat geval moet de organisatie van het sportevenement aangemerkt worden als een aan de btw onderworpen "economische activiteit" op zich, naast de overeenkomstig artikel 44, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde activiteit, teneinde het gelijkheidsbeginsel in fiscale aangelegenheden niet in het gedrang te brengen. Dit betreft een feitenkwestie die moet worden beoordeeld rekening houdend met de specifieke elementen eigen aan elk geval.
In dit verband wordt opgemerkt dat, gelet op het regelmatig karakter van de handelingen, de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Btw-wetboek niet van toepassing is ten aanzien van het verlenen van het recht op toegang tot wedstrijden die door sportverenigingen worden georganiseerd in het kader van een gereglementeerde competitie (voetbal, basketbal, volleybal, enz.) en van de daarmee samenhangende activiteiten (het voeren van publiciteit, het ter plaatse verschaffen van spijzen en dranken, het ter beschikking stellen van standplaatsen aan handelaars of dienstverrichters, merchandising, …).
B. Verplichtingen inzake btw
Organisatoren van sportevenementen die andere handelingen verrichten dan deze bedoeld in artikel 44, § 2, 3° en artikel 44, § 2, 12° van het Btw-Wetboek dienen zich voor btw-doeleinden te laten identificeren.
Wanneer de jaaromzet van deze andere handelingen niet meer bedraagt dan 5.580 EUR worden de organisatoren bij toepassing van artikel 56, § 2, van het Btw-Wetboek aangemerkt als kleine ondernemingen die belastingvrijstelling genieten voor de leveringen van goederen en diensten die ze verrichten. In dit geval worden de verplichtingen inzake btw in hoofdzaak beperkt tot :
•het aanvragen van een btw-identificatienummer ;
•het uitreiken van facturen aan belastingplichtige afnemers waarop, in de plaats van het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting, de vermelding wordt aangebracht : "Kleine onderneming onderworpen aan de vrijstellingsregeling van belasting. Btw niet toepasselijk" ;
•het indienen van een jaarlijkse opgave van de handelingen met afnemers-belastingplichtigen.
Wanneer evenwel de jaaromzet van de andere handelingen dan deze bedoeld in artikel 44, § 2, 3° en artikel 44, § 2, 12° van het Btw-Wetboek meer bedraagt dan 5.580 EUR zijn de organisatoren van sportevenementen onderworpen aan de normale regeling met indiening van periodieke btw-aangiften. Hetzelfde geldt wanneer de jaaromzet van de bedoelde andere handelingen voornoemde drempel niet overschrijdt, maar de organisatoren van sportevenementen uitdrukkelijk opteren voor de toepassing van de normale regeling. Organisatoren die onderworpen zijn aan de normale regeling dienen in hoofdzaak volgende verplichtingen na te leven :
•het aanvragen van een btw-identificatienummer ;
•het uitreiken van facturen aan belastingplichtige afnemers met toepassing van de btw ;
•het houden van een boekhouding ;
•het indienen van periodieke btw-aangiften (per maand of kwartaal) ;
•het betalen van de verschuldigde btw aan de Schatkist ;
•het indienen van een jaarlijkse opgave van de handelingen met afnemers-belastingplichtigen.
Indien de organisatoren van sportevenementen die in beginsel onderworpen zijn aan de normale regeling slechts één maal per jaar een sportevenement organiseren en buiten het kader van dit sportevenement geen andere met btw te belasten handelingen verrichten, staat de administratie aan dergelijke organisatoren een vereenvoudigde regeling toe die hen ontheft van het indienen van periodieke aangiften op voorwaarde dat het bedrag van hun aftrekbare voorbelasting gekend is op het tijdstip van het aangeven van de verschuldigde btw overeenkomstig hetgeen volgt.
De in het voorgaande lid bedoelde organisatoren van sportevenementen zijn ingevolge de vereenvoudigde regeling gehouden tot de volgende btw-verplichtingen :
•het aanvragen van een btw-identificatienummer ;
•het uitreiken van facturen aan belastingplichtige afnemers met toepassing van de btw ;
•het indienen van een specifieke jaaraangifte waarin een opgave wordt gemaakt van de verschuldigde btw en de aftrekbare btw en die moet worden ingediend ten laatste op het einde van de tweede kalendermaand volgend op de maand waarin het bedoelde sportevenement eindigt ;
•het betalen van de netto verschuldigde belasting aan de Schatkist ingevolge een door de administratie verzonden uitnodiging daartoe volgend op de indiening van de jaaraangifte ;
•het indienen van een jaarlijkse opgave van de handelingen met afnemers-belastingplichtigen.
Alle organisatoren van sportevenementen die momenteel niet in regel zijn met de bepalingen van onderhavige beslissing, worden verzocht zonder uitstel contact op te nemen met hun plaatselijk btw-controlekantoor.