Elektriciteitsproductie, Groenestroomcertificaten, Eindklanten, recht op aftrek van Btw, groenestroomcertificaat · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.114.454 28 oktober 2014

Zoeken

Elektriciteitsproductie, Groenestroomcertificaten, Eindklanten, recht op aftrek van Btw, groenestroomcertificaatElektriciteitsproductie - Groenestroomcertificaten - Eindklanten

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-114-454-elektriciteitsproductie-groenestroomcertificaten-eindklanten-btw-3fd0

Nummer
E.T.114.454
Datum
28 oktober 2014

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

57 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.114.454 dd. 28.10.2014

Elektriciteitsproductie

Groenestroomcertificaten

Eindklanten

Levering van goederen

Diensten

Belastingplichtige

Belaste handelingen

Recht op aftrek

Btw-regeling ten aanzien van de productie van elektriciteit door eindklanten en de verhandeling door deze eindklanten van groenestroomcertificaten.

Het komt vaak voor dat een klant (particulier, onderneming, VZW, …), hierna "A" genoemd, die met een energieleverancier, hierna "B" genoemd, een contract heeft gesloten voor de afname van elektriciteit, zelf groene stroom produceert door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen of andere installaties waarbij gebruik wordt gemaakt van andere hernieuwbare energiebronnen (wind, water), of door middel van een kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallatie.

Bij A wordt in dat geval een zogenaamde "groenestroommeter" geïnstalleerd waarmee de hoeveelheid elektriciteit die door de in het eerste lid bedoelde installatie wordt opgewekt, gemeten wordt. Op basis van de door deze meter aangeduide stand worden de groenestroomcertificaten toegekend.

De groenestroommeter wordt niet gebruikt voor de periodieke bepaling van het verbruik door A. Dit gebeurt aan de hand van de periodieke opname door de distributienetbeheerder van de stand van de eigenlijke elektriciteitsmeter. De aldus vastgestelde meterstand wordt naar B doorgestuurd voor de berekening van de door laatstgenoemde aan te rekenen prijs voor de elektriciteit die door A werd afgenomen van het net tijdens de betrokken verbruiksperiode die normaal twaalf maanden bedraagt.

Voor de opmeting van het elektriciteitsverbruik kan gebruik gemaakt worden van twee soorten meters: ofwel een meter met één terugdraaiende of compenserende teller ofwel een meter met twee tellers of dubbele teller.

I) METER MET ÉÉN TERUGDRAAIENDE OF COMPENSERENDE TELLER

Een terugdraaiende of compenserende teller loopt door (de meterstand stijgt) wanneer het onmiddellijk verbruik door A op een bepaald ogenblik meer bedraagt dan de hoeveelheid elektriciteit die door zijn eigen installatie op datzelfde ogenblik wordt geproduceerd. De teller draait daarentegen terug (de meterstand daalt) wanneer op een bepaald ogenblik de hoeveelheid zelf geproduceerde groene stroom hoger ligt dan het verbruik. De overtollige stroom wordt in dat geval in het distributienet geïnjecteerd.

B reikt op het einde van de verbruiksperiode een factuur uit voor een hoeveelheid geleverde elektrische stroom die bestaat uit het verschil tussen enerzijds de hoeveelheid van de door A van het distributienet afgenomen elektriciteit en anderzijds de door hem in het net geïnjecteerde hoeveelheid elektriciteit.

Wanneer op het einde van de verbruiksperiode bij de opmeting van de tellerstand een overschot wordt vastgesteld in het voordeel van A omdat deze meer elektriciteit op het net heeft geplaatst dan hij ervan heeft afgenomen (de teller heeft meer teruggedraaid en er is bijgevolg op het einde van de betrokken periode een negatief verschil in vergelijking met de vorige opmeting), krijgt hij hiervoor geen enkele vergoeding. Hij ontvangt in dat geval van B een "nul-factuur".

Bij het gebruik van een terugdraaiende teller vindt er derhalve in hoofde van B in voorkomend geval enkel een levering plaats tot beloop van een hoeveelheid elektriciteit die gelijk is aan het positief verschil tussen de meterstand die op het einde van een verbruiksperiode wordt opgemeten en de vorige meterstand.

Gevolgen op het vlak van de btw

Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds het geval waarin A geen andere activiteit heeft waarvoor hij belastingplichtige is en anderzijds het geval waarin A wel een andere activiteit heeft waarvoor hij belastingplichtige (met volledig of gedeeltelijk recht op aftrek of vrijgesteld) is.

a) A heeft geen andere activiteit waarvoor hij belastingplichtige is

Noch ten aanzien van de overtollige stroom die door A tijdens de verbruiksperiode in het elektriciteitsnet wordt geïnjecteerd, noch ten aanzien van het overschot dat in voorkomend geval op het einde van de verbruiksperiode bij de opmeting van de tellerstand in diens voordeel wordt vastgesteld, is er sprake van een levering van elektrische stroom die de btw opeisbaar maakt. A verricht bijgevolg geen belastbare handeling in de zin van artikel 2 van het Btw-Wetboek.

Hoewel de verhandeling van de groenestroomcertificaten, die worden verkregen ingevolge de eigen elektriciteitsproductie, wordt aangemerkt als een dienst zoals beoogd door artikel 18, § 1, tweede lid, 7° van het Btw-Wetboek (zie beslissing nr. E.T. 113.522 van 26 02.2008), handelt A bij die verhandeling niet in de uitoefening van een economische activiteit. Hij wordt voor de verhandeling van de groenestroomcertificaten dan ook niet als belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het Btw-Wetboek aangemerkt en de verhandeling van de groenestroomcertificaten is bijgevolg niet aan de btw onderworpen.

b) A heeft een andere activiteit waarvoor hij belastingplichtige (vrijgestelde, met volledig recht op aftrek, met gedeeltelijk recht op aftrek) is

Noch ten aanzien van de overtollige stroom die door A tijdens de verbruiksperiode in het elektriciteitsnet wordt geïnjecteerd, noch ten aanzien van het overschot dat in voorkomend geval op het einde van de verbruiksperiode bij de opmeting van de tellerstand in diens voordeel wordt vastgesteld, is er sprake van een levering van elektrische stroom die de btw opeisbaar maakt. A verricht bijgevolg geen belastbare leveringen van elektriciteit.

De verhandeling van groenestroomcertificaten is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 7° van het Btw-Wetboek (zie beslissing nr. ET 113.522 van 26.02.2008) en is in hoofde van A onderworpen aan de btw tegen het normale tarief.

Indien A een vrijgestelde belastingplichtige (zonder recht op aftrek) is die uitsluitend ingevolge de verhandeling van de groenestroomcertificaten de hoedanigheid van belastingplichtige met recht op aftrek verkrijgt, valt hij onder de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56bis van het Btw-Wetboek (kleine ondernemingen) indien zijn jaaromzet niet meer bedraagt dan de drempel bedoeld in artikel 1 van het KB nr. 19 van 29.06.2014. Hij kan overeenkomstig artikel 56bis, § 6 van het Btw-Wetboek evenwel kiezen voor de toepassing van de normale regeling.

A heeft volgens de gewone regels recht op aftrek van de btw geheven van de kosten die betrekking hebben op de groenestroominstallatie voor zover en in de mate waarin hij de door hem opgewekte elektriciteit aanwendt voor zijn belaste activiteit (artikel 45, § 1, 1° van het Btw-Wetboek en voor het recht op aftrek dat ontstaan is in de periode vanaf 01.01.2011, artikel 45, § 1quinquies van hetzelfde Wetboek). Indien A een vrijgestelde belastingplichtige is, heeft hij uiteraard geen recht op aftrek van de btw geheven van bedoelde kosten.

Indien A alleen belastingplichtige met recht op aftrek is voor de verhandeling van groenestroomcertificaten, heeft hij geen recht op aftrek van de btw geheven van de kosten die betrekking hebben op de groenestroominstallatie. Dit is onder meer het geval indien A een vrijgestelde belastingplichtige (zonder recht op aftrek) is die enkel en alleen door de verhandeling van de groenestroomcertificaten een gemengde belastingplichtige wordt.

De btw geheven van de kosten die rechtstreeks verband houden met de verhandeling van de groenestroomcertificaten is aftrekbaar.

II) METER MET DUBBEL TELWERK (TWEE TELLERS, DUBBELE TELLER)

Bij het gebruik van een dubbele teller wordt door de ene teller de door B via het distributienet geleverde elektriciteit gemeten en wordt door de andere teller de niet onmiddellijk door A verbruikte overtollige stroom die aan B of aan een andere energieleverancier wordt verkocht, gemeten.

In tegenstelling tot hetgeen het geval is bij het gebruik van een terugdraaiende teller, sluit A bij het gebruik van een dubbele teller, voor zijn overproductie aan elektriciteit een overeenkomst met B of met een andere energieleverancier. Hierbij wordt tussen de partijen een prijs afgesproken waartegen de levering van de overtollige stroom wordt vergoed.

Bij het gebruik van een meter met dubbel telwerk zijn enerzijds de levering van elektrische stroom door B en anderzijds de levering van de in het elektriciteitsnet geïnjecteerde groene stroom door A, twee van elkaar onderscheiden wederzijdse leveringen die niet met elkaar kunnen gecompenseerd worden.

Gevolgen op het vlak van de Btw

Ook hier wordt het onderscheid gemaakt tussen enerzijds het geval waarin A geen andere activiteit heeft waarvoor hij belastingplichtige is en anderzijds het geval waarin A wel een andere activiteit heeft waarvoor hij belastingplichtige (met volledig of gedeeltelijk recht op aftrek of vrijgesteld) is.

a) A heeft geen andere activiteit waarvoor hij belastingplichtige is

A verkoopt aan B of aan een andere energieleverancier een hoeveelheid elektrische stroom, hetgeen een levering onder bezwarende titel van een goed uitmaakt in de zin van de artikelen 2, 9, tweede lid, 1° en 10 van het Btw-Wetboek.

Bovendien heeft A de bedoeling om de door hem geproduceerde overtollige stroom op geregelde wijze te verkopen om daaruit een duurzame opbrengst te verkrijgen zodat de productie en verkoop van elektrische stroom in dergelijke omstandigheden als een economische activiteit zoals bedoeld in artikel 4 van het Btw-Wetboek, moet worden aangemerkt. Bijgevolg dient A voor deze activiteit als belastingplichtige te worden aangemerkt en zijn de door hem gedane leveringen van elektrische stroom onderworpen aan de btw tegen het normale tarief.

Indien A evenwel over een groenestroominstallatie beschikt met een maximaal AC-vermogen dat niet groter is dan 10 kVA, oefent hij ten aanzien van zijn leveringen van elektriciteit aan B of aan een andere energieleverancier, gelet op de geringe omvang ervan, geen economische activiteit uit in de zin van artikel 4 van het Btw-Wetboek en heeft hij derhalve niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Bedoelde leveringen van elektriciteit zijn bijgevolg niet onderworpen aan de btw.

De verhandeling door A van de groenestroomcertificaten die worden verkregen ingevolge de eigen elektriciteitsproductie, is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 7° van het Btw-Wetboek en is onderworpen aan de btw tegen het normaal tarief.

Indien A evenwel over een groenestroominstallatie beschikt met een maximaal AC-vermogen dat niet groter is dan 10 kVA, geldt voor hem hetgeen hierboven werd gesteld onder nr. I), a), 2° alinea. De verhandeling van groenestroomcertificaten is in dat geval derhalve niet aan de btw onderworpen.

A valt onder de in artikel 56bis van het Btw-Wetboek beoogde vrijstellingsregeling (kleine ondernemingen) indien zijn jaaromzet niet meer bedraagt dan de drempel bedoeld in artikel 1 van het KB nr. 19 van 29.06.2014. Hij kan overeenkomstig artikel 56bis, § 6 van het Btw-Wetboek evenwel kiezen voor de toepassing van de normale regeling.

Indien A over een groenestroominstallatie beschikt met een maximaal AC-vermogen dat groter is dan 10 kVA en aldus als belastingplichtige wordt aangemerkt voor de verkoop van de door hem overtollig geproduceerde stroom, heeft hij volgens de gewone regels (artikel 45, § 1, 1° van het Btw-Wetboek en voor het recht op aftrek dat ontstaan is in de periode vanaf 01.01.2011, artikel 45, § 1quinquies van hetzelfde Wetboek) recht op aftrek van een gedeelte van de btw geheven van de kosten die betrekking hebben op de groenestroominstallatie. Hierbij dient desgevallend een bijzonder verhoudingsgetal te worden bepaald dat bestaat uit een breuk met als teller de hoeveelheid aan elektrische stroom die als overproductie aan B of aan een andere energieleverancier wordt verkocht en als noemer de totale hoeveelheid elektrische stroom die door A wordt geproduceerd.

De btw geheven van de kosten die rechtstreeks verband houden met de verhandeling van de groenestroomcertificaten is aftrekbaar.

b) A heeft een andere activiteit waarvoor hij belastingplichtige (vrijgestelde, met volledig recht op aftrek, met gedeeltelijk recht op aftrek) is

De levering van elektrische stroom door A die, wegens de uitoefening van een andere werkzaamheid, reeds als belastingplichtige wordt aangemerkt en gebruik maakt van een dubbele teller, is onderworpen aan de btw tegen het normaal tarief (vgl. hiervoor onder II, a). In dit geval speelt het geen rol of A beschikt over een groenestroominstallatie met een maximaal AC-vermogen dat kleiner is dan of gelijk is aan 10 kVA dan wel groter is dan 10 kVA.

De verhandeling door A van de groenestroomcertificaten, die worden verkregen ingevolge de eigen elektriciteitsproductie, is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 7° van het Btw-Wetboek en is onderworpen aan de btw tegen het normale tarief.

Indien A voor zijn andere activiteit een vrijgestelde belastingplichtige is zonder recht op aftrek, die uitsluitend ingevolge de levering van elektrische stroom en de verhandeling van groenestroomcertificaten de hoedanigheid van belastingplichtige met recht op aftrek verkrijgt, valt hij onder de vrijstellingsregeling bedoeld in artikel 56bis van het Btw-Wetboek (kleine ondernemingen) indien zijn jaaromzet niet meer bedraagt dan de drempel bedoeld in artikel 1 van het KB nr. 19 van 29.06.2014. Hij kan overeenkomstig artikel 56bis, § 6 van het Btw-Wetboek evenwel kiezen voor de toepassing van de normale regeling.

De btw geheven van de kosten van de groenestroominstallatie is in hoofde van A volgens de gewone regels aftrekbaar (artikel 45, § 1, 1° van het Btw-Wetboek en voor het recht op aftrek dat ontstaan is in de periode vanaf 01.01.2011, artikel 45, § 1quinquies van hetzelfde Wetboek). Er is recht op aftrek van de btw geheven van de installatiekosten voor zover en in de mate waarin de door de installatie opgewekte elektriciteit wordt aangewend in het kader van de door A uitgeoefende belaste activiteit of als overtollige stroom onder bezwarende titel wordt overgedragen aan B of een andere energieleverancier.

De btw geheven van de kosten die rechtstreeks verband houden met de verhandeling van de groenestroomcertificaten is aftrekbaar.

Jozef Marckx

Adviseur-generaal

Aangehaalde teksten

8
WBTW art. 456 voorkomens
WBTW art. 56bis6 voorkomens
WBTW art. 184 voorkomens
KB nr. 19 art. 13 voorkomens
WBTW art. 43 voorkomens
WBTW art. 22 voorkomens
WBTW art. 101 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … een omstandige toelichting met betrekking tot btw-belastingplicht van eindklanten die elektriciteit produceren, evenals met betrekking tot de verhandeling van groenestroomcertificaten door deze eindklanten, wordt verwezen naar de gepubliceerde beslissing nr. E.T.114.454 van 28.10.2014 . Betreffende de btw-belastingplicht van eindklanten die elektriciteit produceren, wanneer deze beschikken over een fotovoltaïsche installaties met een vermogen groter dan 10 kilovolt-ampère (kVA), wordt tevens verwezen naar het antwoord van de heer Minister … »

De belastingplichtige (01.02.2026)Administratieve commentaar01.02.2026

Bekijk het document