Beslissing Btw nr. E.T.110.224 dd. 13.12.2005
Maandelijkse teruggaaf van de BTW - Artikel 15, § 2, tweede lid, 4° van het BTW-Wetboek
De nieuwe regels inzake de plaats van de levering van gas via het aardgasdistributiesysteem en van elektriciteit (z. het nieuwe artikel 15, § 2, tweede lid, 4° van het BTW-Wetboek) die op 1 januari 2005 in voege zijn getreden, kunnen tot gevolg hebben dat ondernemingen die actief zijn in de grensoverschrijdende handel en distributie van gas via het aardgasdistributiesysteem en van elektriciteit, geconfronteerd worden met belangrijke en permanente BTW-belastingtegoeden.
De huidige reglementering met betrekking tot de maandelijkse teruggaaf van de BTW (z. artikel 8 1, § 2, 1ste lid, 3° van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake BTW en de Circulaire AOIF nr. 24 van 4 september 2003) laat niet toe de leveringen van gas via het aardgasdistributiesysteem en van elektriciteit die op grond van artikel 15, § 2, tweede lid, 4° van het BTW-Wetboek in het buitenland plaatsvinden, als vrijgestelde omzet te beschouwen.
Voor de toepassing van het stelsel van de maandelijkse teruggaaf van de BTW staat de Administratie evenwel toe dat bepaalde leveringen die geacht worden in het buitenland plaats te vinden en waarbij de betrokken goederen voor het buitenland bestemd zijn, en die daardoor aan de basis liggen van het ontstaan van een belastingtegoed, bij de vrijgestelde omzet mogen worden gevoegd (z. punt 19 van bovenvermelde Circulaire).
Aangezien de leveringen, vanuit België, van gas via het aardgasdistributiesysteem en van elektriciteit die op grond van artikel 15, § 2, tweede lid, 4°, van het Wetboek in het buitenland plaatsvinden, aan de in vorig lid bedoelde criteria beantwoorden, en voor zover het belastingtegoed voortspruit uit de van de betreffende goederen geheven voorbelasting, heeft de administratie beslist dat deze handelingen in aanmerking mogen worden genomen voor de berekening van de vrijgestelde omzet.
Om identieke redenen als bedoel in het nr. 19, 5) van bovenvermelde Circulaire mogen de diensten die bedoeld zijn in artikel 21, § 3, 7°, l) van het BTW-Wetboek (het betreft hier het vervoer van gas en elektriciteit en de handelingen die samenhangen met dit vervoer) eveneens in aanmerking worden genomen om de vrijgestelde omzet te bepalen, op voorwaarde dat ze, op basis van voormeld artikel, geacht worden in het buitenland plaats te vinden.
Deze beslissing vormt een aanvulling op de bepalingen van het nr. 19 van bovenvermelde Circulaire.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.