Beslissing Btw nr. E.T.11.448 dd. 02.03.1973
BTW-Revue, nr. 12, blz. 293, nr. 392
Diensten kinderbewaarplaatsen en/of zuigelingentehuizen.
Artikel 44, § 2, 2° , tweede zin, van het Wetboek stelt van de belasting vrij de diensten in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid verstrekt door kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen.
Het begrip "kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen" Deze beslissing vervangt die van 16 juli 1971, nr. T. 4033; Revue nr.4, blz. 485. strekt zich uit tot de personen of instellingen genaamd "bewaarplaatsen", "kindertehuizen" of "kinderdagverblijven" die permanent, d.w.z. in beginsel het gehele jaar door, tegen vergoeding, kinderen van minder dan zeven jaar maaltijden verschaffen of in bewaring nemen en die, op grond van de wet van 5 september 1919, erkend moeten zijn hetzij door het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, hetzij door de gemeentelijke administratie, onder controle van die instelling.
Personen of instellingen die enkel tijdens de vakantieperiodes kinderen opnemen vallen niet onder de vrijstelling, ongeacht of die kinderen al dan niet jonger zijn dan zeven jaar.
Die personen of instellingen zouden eventueel wel de vrijstelling kunnen bekomen waarin artikel 44, § 2, 2° , 3de zin, voorziet ten aanzien van instellingen erkend door het bevoegde Ministerie, die, ingevolge hun statuten in hoofdzaak tot doel hebben het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding. Voor de toepassing van deze laatste bepaling is echter vereist dat de instelling subsidies ontvangt van de overheid die ze erkend heeft.