Beslissing BTW nr. E.T.109.632 dd. 24.07.2005
Deze beslissing werd vervangen door de beslissing E.T.124.247 dd. 13.03.2015
Rechtop aftrek - Kosten van onthaal - Publiciteitskosten - Kosten vanlogies, spijzen en dranken
In haar arrest van 8 april 2005 heeft hetHof van Cassatie zich uitgesproken over de kwalificatie van kostenvan ontspanning en vermaak die worden gemaakt in het kader van eenfeestelijke bijeenkomst die hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doelheeft kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid vaneen product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan tebevorderen.
De administratie legt zich neer bij debeslissing van het Hof om dergelijke kosten, die worden gemaakt methet oog op de publiciteit voor welbepaalde producten en hetderhalve om publiciteit en uitgaven gaat met een strikprofessioneel karakter, niet aan te merken als kosten van onthaalin de zin van artikel 45, § 3, 4°, van het BTW-Wetboek.
Uit de feitelijke omstandigheden van dezaak blijkt dat de door de belastingplichtige georganiseerdeevenementen daadwerkelijk een effectief en coherent publicitairkarakter hebben en plaatsvinden onder omstandigheden die aan debezoeker van de evenementen vermaak en ontspanning bieden. Onderdie omstandigheden is het zo dat het aan de belastingplichtigetoekomt om, geval per geval, aan te tonen dat de gedane kosten dedirecte verkoop beogen of worden gemaakt met het oog op publiciteitvoor welbepaalde producten of diensten en aldus niet kunnen wordenaangemerkt als kosten van onthaal, gemaakt zonder dat een anderdoel werd nagestreefd dan het creëren van een algemene gunstigeatmosfeer ten overstaan van de onderneming.
In haar cassatievoorziening met betrekkingtot deze zaak heeft de administratie evenwel uitsluitend detoepassing van artikel 45, § 3, 4°, van het BTW-Wetboek verdedigd.De uitspraak van het Hof heeft bijgevolg slechts betrekking op hettoepassingsgebied van dat artikel.
In dat verband wordt erop gewezen datartikel 45, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, behoudens de in datartikel beoogde uitzonderingen, het recht op aftrek uitsluit van deBTW geheven van kosten van logies, spijzen en dranken in de zin vanartikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°. Gelet op dezeuitdrukkelijke bepaling mag dan ook niet uit het oog wordenverloren dat in het geval kosten worden gemaakt met het oog op depubliciteit voor welbepaalde producten of diensten, die niet kunnenworden aangemerkt als kosten van onthaal in de zin van artikel 45,§ 3, 4°, van het BTW-Wetboek, de aftrekbeperking beoogd doorartikel 45, § 3, 3°, voormeld, toch van toepassing is.
Derhalve kunnen de belastingplichtigen zichop de gevolgen van voornoemd arrest beroepen, ook wat het verledenbetreft, voor zover ze kunnen aantonen dat de gemaakte kostenbuiten het toepassingsgebied vallen van het bepaalde door artikel45, § 3, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek en voor zover de termijn omhet recht op aftrek uit te oefenen niet is vervallen.