Beslissing Btw nr. E.T.109.139 dd. 24.06.2005
Belastingplicht - Verplichtingen - Groeperingen van melkproducenten
Een groepering van melkproducenten als bedoeld in artikel 1, 6°, b, van het besluit van de Waalse Regering van 9 september 2004 betreffende de toepassing van de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten, is een tijdelijke groepering van twee melkproducenten (natuurlijke persoon of rechtspersoon), zonder rechtspersoonlijkheid, die op autonome wijze, ten eigen bate en voor eigen rekening, een onderneming beheert die uitsluitend is ontstaan uit het samenvoegen van de ondernemingen die elk van de leden van de groepering voorafgaand aan de oprichting van die groepering beheerde.
Gelet op de Europese rechtspraak en, inzonderheid, het arrest gewezen op 27 januari 2001 door het E.H.v.J. in de zaak C-23/98, Staatssecretaris van Financiën t. J. Heerma, is een dergelijke groepering in principe een belastingplichtige in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek en dient deze derhalve te worden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 53, § 1, 1°, van datzelfde Wetboek.
Indien de groepering voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd, en onder voorbehoud van een onderzoek van de gesloten overeenkomsten en de toepassingsvoorwaarden ervan, dient rekening te worden gehouden met bepaalde gevolgen die de identificatie met zich mee kan brengen:
· De waarde van de inbrengen verricht door elk lid dient bepaald te worden in de authentieke akte die de oprichting van de groepering vaststelt; immers, die inbrengen zijn, zelfs indien zij geen aanleiding geven tot een betaling tussen de leden, wel degelijk verricht onder bezwarende titel;
· wanneer het gaat om inbrengen van eigendom - wat weinig waarschijnlijk is gelet op het tijdelijk karakter van de groepering - kunnen die inbrengen onder de toepassing van artikel 11 van het BTW-Wetboek vallen;
· wanneer het gaat om inbrengen van rechten van genot, zijn die inbrengen bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 4° of 7°, van het Wetboek (huur van goederen of overdracht van quota's) en, in principe, onderworpen aan het tarief van 21 %; evenwel, de inbreng van rechten van genot die slaan op onroerende goederen is normaal vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek en kan, in hoofde van het lid van de groepering die eigenaar is, overeenkomstig artikel 6 en volgende van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, een herziening van de in aftrek gebrachte belasting geheven van die onroerende goederen voor gevolg hebben;
· de identificatie van de groepering ontslaat de leden van die groepering niet van hun persoonlijke identificatie voor BTW-doeleinden, inzonderheid wegens de inbrengen die ze verrichten in de groepering en wegens andere prestaties die zij verstrekken aan de groepering (inbreng van activiteit) of aan derden;
· de levering van goederen en de diensten verstrekt door de groepering dienen het voorwerp uit te maken van op haar naam opgestelde uitgaande facturen; evenzo dienen de aankopen verricht voor de doeleinden van de activiteit van de groepering het voorwerp uit te maken van aan de groepering uitgereikte facturen; in de veronderstelling dat bepaalde facturen met betrekking tot aankopen door de groepering, voor de doeleinden van haar activiteit, worden geadresseerd aan één van de leden, dient deze laatste die handelingen door te factureren aan de groepering;
· in het geval van ontbinding van de groepering, dient de verdeling van goederen die de groepering als dusdanig heeft verkregen te worden aangemerkt als een levering van goederen waarvoor de belasting moet worden geheven tot beloop van de goederen toegekend aan elk van de leden;
Gezien de identificatie van de groepering voor de leden een aanzienlijke verhoging van de administratieve formaliteiten met zich meebrengt en tevens niet altijd fiscaal neutraal is (in het bijzonder in geval van herziening van de aftrek van de belasting geheven van de onroerende goederen waarvan het genot werd ingebracht), aanvaardt de administratie dat de identificatie van de groepering niet wordt geëist.
In dat geval, dient men rekening te houden met het volgende:
· de inbrengen, ongeacht of zij worden verricht in eigendom dan wel genot, dienen niet het voorwerp uit te maken van een facturatie door de leden van de groepering;
· de goederen en diensten die de groepering verstrekt aan derden worden geacht rechtstreeks te zijn verstrekt door de leden, elk voor zijn aandeel, volgens de op hen toepasselijke regeling;
· de goederen en diensten verstrekt aan de groepering dienen in principe het voorwerp uit te maken van twee afzonderlijke facturen geadresseerd aan elk lid, elk voor zijn aandeel; ten uitzonderlijken titel kan, wanneer de leverancier weigert of in de onmogelijkheid is twee afzonderlijke facturen te verstrekken (elektriciteit, telefoon, …), de factuur worden verstrekt aan één van de leden die het aandeel van het andere lid door factureert;
· meer algemeen dienen de verplichtingen die rusten op belastingplichtigen te worden voldaan door elk van de vennoten afzonderlijk, elk voor zijn aandeel.
Wat de eventuele toepassing van de twee verschillende belastingregelingen in hoofde van de groepering en/of van de leden (normale belastingregeling en bijzondere landbouwregeling bedoeld in artikel 57, van het BTW-Wetboek) betreft, wordt de aandacht gevestigd op hetgeen volgt.
Wanneer de groepering is geïdentificeerd voor BTW-doeleinden dienen, zoals hiervoor aangegeven, de leden van de groepering eveneens zelf te worden geïdentificeerd voor BTW-doeleinden, inzonderheid om reden van de inbrengen die zij verrichten in de groepering.
Uit de werkingsprincipes van de groepering blijkt dat deze activiteiten van de groepering en van elk van de leden niet volledig afgescheiden en zelfstandig zijn van elkaar. Bovendien zou een reeks goederen en diensten, waarvan de BTW in aftrek mag worden gebracht door de groepering onderworpen aan de normale belastingregeling, kunnen worden gebruikt door een lid onderworpen aan de landbouwregeling die geniet van de forfaitaire compensatie.
Wanneer de groepering is geïdentificeerd voor BTW-doeleinden dient zij te worden onderworpen aan dezelfde belastingregeling als de twee leden waaruit zij is samengesteld, dit in de geest van artikel 2, § 4, van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 december 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde. Bovendien laat dit toe de procedures op het vlak van de facturering (uit te reiken en/of te ontvangen facturen, aftrek ingeval van normale belastingregeling, bijzondere modaliteiten voor wat betreft de landbouwregeling) en op het vlak van de controle van de handelingen tussen de verschillende betrokken belastingplichtigen te verlichten en te vereenvoudigen.
Indien bijgevolg de leden van de groepering onderworpen zijn aan de landbouwregeling als hiervoor bedoeld, dient de groepering, indien zij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 57 van voornoemd Wetboek en het koninklijk besluit nr. 22, voormeld, eveneens te worden onderworpen aan de landbouwregeling. De groepering kan in elk geval slechts aan de bijzondere landbouwregeling worden onderworpen indien haar leden zelf aan die bijzondere regeling zijn onderworpen. Indien de groepering niet voldoet aan de voormelde voorwaarden, dienen zowel de groepering als de leden te worden onderworpen aan de normale belastingregeling. Evenzo, indien de groepering, ofschoon ze voldoet aan alle voorwaarden om aan bijzondere landbouwregeling te worden onderworpen, aan de normale belastingregeling wenst te worden onderworpen, dienen de leden eveneens aan de normale regeling te worden onderworpen.
Het spreekt eveneens voor zich dat de twee leden van de groepering dienen te worden onderworpen aan hetzelfde belastingregime, zelfs indien de groepering niet voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.