Beslissing Btw nr. E.T.108.474 dd. 09.12.2004
Aftrek van de BTW geheven van parkeerkosten
Overeenkomstig artikel 45, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 pct. van de belasting betaald voor de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en voor de goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen.
De administratieve commentaar bepaalt inzonderheid dat de kosten tot oprichting of verkrijging van een volledig of een deel van een onroerend goed bestemd als garage of parking niet aangemerkt worden als kosten die betrekking hebben op voertuigen. De belasting geheven van dergelijke kosten wordt derhalve niet bedoeld door de beperking voorzien in artikel 45, § 2, van het Wetboek.
Anderzijds beoogt deze bepaling in principe enkel het gebruik en de huur van een parking of garage bestemd voor voertuigen waarvoor de belastingplichtige een zakelijk recht of het genot heeft. De kosten van huur van stalling of de kosten van gebruik van parkings of garages, bestemd voor voertuigen van klanten of leveranciers van de belastingplichtige, worden derhalve niet beoogd door voornoemde beperking.
Evenwel, rekening houdend met de moeilijkheden die zich kunnen voordoen bij de toepassing van deze bepaling, wanneer belastingplichtigen de parkings of garages tegelijk gebruiken voor hun eigen voertuigen en voor de voertuigen van hun klanten en hun leveranciers, en dat deze plaatsen bovendien kunnen gebruikt worden voor voertuigen beoogd in artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek alsook voor andere voertuigen (bijvoorbeeld bestelwagens), heeft de Minister van Financiën beslist, in zijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 444 van 27 juli 2004 van de Heer Volksvertegenwoordiger R. FOURNAUX, dat de beperking van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek niet meer van toepassing zal zijn ten aanzien van de belasting geheven van de huur of het gebruik van deze plaatsen.
Deze beslissing treedt in werking vanaf de datum van publicatie van het antwoord op voornoemde parlementaire vraag, zijnde 16 november 2004.