BESLISSING ET106933/2
Beslissing nr. E.T.106.933/2 dd. 29.03.2006
Tarieven - Verlaagd tarief van 6 pct. - Onroerende goederen - Serviceflats - Uitbreidingswerken - Onderscheid tussen "verbouwingen" en "nieuwbouw"
Zie ook de beslissing nr. E.T.106.933 dd. 01.09.1994
De verlaagde tarieven van 12 pct. en 6 pct., voorzien in de rubrieken X van de tabel B en XXXI van de tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, zijn van toepassing op de handelingen die deze rubrieken beogen en hebben inzonderheid betrekking op verblijfsinrichtingen voor bejaarden die in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg erkend zijn door de bevoegde overheid.
Bedoeld zijn de inrichtingen die onder de benaming "rusthuis", "rustoord" of nog "bejaardenhome" zowel logies als huishoudelijke of familiale zorgen, volledig of gedeeltelijk, aanbieden aan bejaarden van minstens 60 jaar die er geregeld verblijven.
Voormelde reglementaire bepalingen beogen eveneens de "serviceflats" en de "woningcomplexen met dienstverlening", bestemd voor bejaarden wanneer deze flats en complexen in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg erkend zijn door de bevoegde overheid. Deze inrichtingen zijn meer bepaald bestemd voor bejaarden wiens gezondheidstoestand het toelaat (en die het wensen) om op een meer zelfstandige wijze te leven, waarbij hen de mogelijkheid wordt geboden indien nodig gebruik te maken van dezelfde diensten (schoonmaak, was, levering van maaltijden, medisch toezicht, enz.) als deze die worden aangeboden door de rusthuizen.
De reglementering inzake bejaardenzorg behoort tot de bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten die de voorwaarden vastleggen waaronder deze inrichtingen moeten werken.
Tot al wat dienen kan, wordt in dit verband opgemerkt dat het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap momenteel een tweevoudige verplichting opleggen aan de serviceflats:
•enerzijds moeten ze een functionele band onderhouden met een erkend rusthuis (die aan het rusthuis minstens de verplichting oplegt om bij voorrang de personen die in de serviceflats verblijven en die dat wensen, op te vangen en gemeenschappelijke activiteiten aan te bieden);
•anderzijds, moeten de serviceflats fysiek gescheiden zijn van het rusthuis waarmee ze een functionele band hebben, beide entiteiten mogen op dezelfde site gelegen zijn maar niet in hetzelfde gebouw.
De vraag werd gesteld welk het toepasselijk tarief is voor de oprichtingswerken van een serviceflatgebouw.
Wanneer het gebouw dat bestemd is om te worden gebruikt als serviceflatgebouw zich bevindt op een andere site dan die waar het rusthuis waarmee het een functionele band heeft, is gevestigd, zijn de oprichtingswerken van dat gebouw onderworpen aan het verlaagd tarief van 12 pct. overeenkomstig de rubriek X van de tabel B voornoemd.
Dat tarief van 12 pct. is in principe eveneens van toepassing op de oprichtingswerken van een serviceflatgebouw dat zich bevindt op dezelfde site als het rusthuis waarmee het een functionele band heeft.
Dergelijke werken kunnen evenwel aangemerkt worden als uitbreidingswerken van het bestaande rusthuis en aldus omvormingswerken zijn aan dat rusthuis, overeenkomstig rubriek XXXI van de tabel A voornoemd, onderworpen aan het tarief van 6 pct., rekening houdend met de voorwaarden bepaald in de mededeling gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 110, blz. 1103-1104 (zie fisconet, beslissing nr. E.T. 106.933/2 van 1 september 1994).
In dat verband wordt er aan herinnerd dat de toepassing van het tarief van 6% op de uitbreidingswerken aan een woningcomplex niet vereist dat het nieuw gebouwd gedeelte zich bevindt onder hetzelfde dak als het oude gedeelte. De bouw van een nieuwe afzonderlijke vleugel kan worden beschouwd als een omvorming in de zin van de rubriek XXXI voornoemd.
De toepassing van het verlaagd tarief van 6 pct. vereist daarentegen, mits alle overige voorwaarden vervuld zijn, dat:
•de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol blijft in vergelijking met het nieuwe gedeelte, dit wil zeggen dat de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het woningcomplex na de uitvoering van de werken;
•het nieuwe gedeelte (de nieuwbouw) niet onafhankelijk van het oude gedeelte kan functioneren maar dat het er integendeel ייn coherent en complementair geheel mee vormt, wat het gebruik van het gebouw betreft (bijvoorbeeld: gemeenschappelijke verwarming voor het rusthuis en de serviceflats, gemeenschappelijke water- en elektriciteitsmeters, gemeenschappelijke telefooncentrale, enz.) en de diensten verstrekt aan de bewoners van de twee entiteiten. Benevens de regionale en communautaire bepalingen betreft het hier uiteindelijk een feitenkwestie waarbij, naast het criterium van de ligging van de serviceflats en het rusthuis op eenzelfde site, rekening wordt gehouden met een geheel van elementen zoals het bestaan van een gemeenschappelijke eigenaar van de serviceflats en het rusthuis, de mogelijkheid voor de bewoners van de twee entiteiten om gebruik te maken van dezelfde lokalen (keuken, eetzaal van het rusthuis, ontspanningsruimte,…) en om te genieten van gemeenschappelijke diensten, of nog het bestaan van gemeenschappelijk personeel (bewakingspersoneel waarop de bewoners van de serviceflats beroep kunnen doen, onderhoudspersoneel,…).
Het spreekt tenslotte voor zich dat het respecteren van deze regels a fortiori toelaat het tarief van 6 pct. toe te passen - mits alle overige voorwaarden zijn vervuld - wanneer in die delen van het land waar de reglementering het toelaat, de serviceflats worden gebouwd door verticale of horizontale toevoeging van de lokalen onder hetzelfde dak als dat van het eigenlijke rusthuis.