BTW-statuut van sociale bureaus voor kunstenaars · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.104.710 22 april 2004

Zoeken

BTW-statuut van sociale bureaus voor kunstenaars

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-104-710-btw-statuut-sociale-bureaus-kunstenaars-558f

Nummer
E.T.104.710
Datum
22 april 2004

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

BESLISSING ET104710

Beslissing nr. E.T.104.710; E.T.104.711 en E.T.104.712 dd. 22.04.2004

BTW-statuut van sociale bureaus voor kunstenaars

Vanaf 1 juli 2003 worden in het kader van de nieuwe regeling van het kunstenaarsstatuut artiesten en kunstenaars in de mogelijkheid gesteld om zich aan te sluiten bij een Sociaal Bureau voor kunstenaars.

Uit het ingestelde onderzoek blijkt dat de Sociale Bureaus voor Kunstenaars (de artistieke agentschappen) in de hoedanigheid van (erkende) uitzendbureaus zullen optreden als werkgever van de kunstenaars en zorg dragen voor de inhoudingen en afdrachten van de belastingen en de RSZ.

1. De dienst die door een uitzendbureau wordt verstrekt aan zijn afnemer is in principe een terbeschikkingstelling van personeel in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 2°, van het BTW-Wetboek onderworpen aan het normale BTW-tarief dat thans 21 pct. bedraagt. Nochtans aanvaardt de BTW-administratie de interpretatie van de partijen als zou het gaan om een aannemingscontract bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek, zodat geen BTW verschuldigd is wanneer het contract van werkaanneming betrekking heeft op handelingen die bij toepassing van artikel 44 van voormeld Wetboek zijn vrijgesteld van de BTW (z. punt 1 van aanschrijving nr. 70, van 30 juni 1972, BTW-revue nr. 9, blz. 515-517).

2. De vrijstelling van artikel 44, § 2, 8°, van voormeld Wetboek is evenwel niet van toepassing ten aanzien van de diensten van uitvoerende artiesten die het uitzendbureau verstrekt aan de organisatoren van schouwspelen of aan andere door dit artikel 44, § 2, 8°, bedoelde dienstnemers, aangezien deze vrijstelling slechts geldt voor prestaties die worden verricht door een fysiek persoon die individueel als zodanig optreedt alsook ten aanzien van de prestaties van feitelijke verenigingen en groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid.

Overeenkomstig rubriek XXIX, cijfer 2, van tabel A, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20, inzake BTW-tarieven, kunnen de door de Sociale Bureaus voor Kunstenaars gefactureerde diensten die bestaan in het uitvoeren van toneelwerken, balletten, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen en soortgelijke activiteiten en die behoren tot de normale werkzaamheid van acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten, het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. genieten. Wanneer die diensten betrekking hebben op reclame, zijn ze evenwel uitgesloten van genoemde rubriek XXIX en zijn ze onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21 pct.

3. Benevens diensten van uitvoerende artiesten kunnen de Sociale Bureaus voor Kunstenaars ook prestaties van scheppende kunstenaars factureren aan de opdrachtgever ("creatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie"). Ongeacht dat de bedoelde overeenkomst als een terbeschikkingstelling van scheppende artiesten of als een aannemingscontract wordt aangemerkt (bv. een dichter die in opdracht van een V.Z.W. een gedicht schrijft, een beeldend kunstenaar die een affiche en decor ontwerpt, conceptualiseren van een tentoonstelling, componeren van een gelegenheidslied, enz..), is de prestatie eveneens onderworpen aan de BTW. De vrijstelling van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek (de door de auteur of toondichter gesloten contracten voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken) is niet van toepassing aangezien de diensten niet worden verricht door een natuurlijk persoon. Ook ten aanzien van scheppende artiesten voorziet artikel 44 van voormeld Wetboek geen vrijstelling.

De Sociale Bureaus voor Kunstenaars dienen voormelde diensten van scheppende kunstenaars te factureren aan de opdrachtgever met toepassing van het normale BTW-tarief van 21 pct., behoudens wanneer de handeling kan worden aangemerkt als een overdracht van auteursrechten of als het verlenen van rechten op auteursrechten. Voor zover die overdracht of het verlenen van genoemde rechten geen betrekking heeft op computerprogramma's noch op reclame, kan dan het verlaagde BTW-tarief van 6 pct. worden toegepast op grond van rubriek XXIX, cijfer 1, van tabel A, van de bijlage bij het genoemde Koninklijk Besluit nr. 20.

4. Het is ook mogelijk dat een door een Sociale Bureau voor Kunstenaars gefactureerde prestatie van een scheppende kunstenaar, moet worden aangemerkt als een werk in onroerende staat (b.v. aanbrengen of restaureren van muurschilderingen, levering met plaatsing door de kunstenaar van glasramen die ingelijfd worden in het gebouw, enz.). In dat geval kan, in de plaats van het normale BTW-tarief van 21 pct., onder welbepaalde voorwaarden ook het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. of 12 pct. in de onroerende sector van toepassing zijn (zie tijdelijke bepaling van artikel 1bis van het K.B. nr. 20 alsook tabel A, rubrieken XXXI t.e.m. XXXIII en tabel B, rubriek X van de bijlage bij het K.B. nr. 20).

5. De handelingen van scheppende kunstenaars die gefactureerd worden door de Sociale Bureaus voor Kunstenaars zijn echter niet altijd diensten in de zin van artikel 18, § 1, van het BTW-Wetboek, maar kunnen leveringen in de zin van artikel 10 van dit Wetboek zijn. Dit is het geval wanneer de scheppende kunstenaar een opdracht uitvoert die bestaat in de creatie - met materialen die hem niet door de opdrachtgever ter beschikking worden gesteld (het betreft m.a.w. hier dus geen maakloonwerk) - van artistieke oeuvres van de beeldende kunsten die uit hun aard roerende lichamelijke goederen zijn (b.v. ontwerpen en bouwen van decors, maken van een schilderij, van een beeldhouwwerk, van een glasraam, enz.). De facturatie van bepaalde van die kunstwerken door een Sociale Bureau voor Kunstenaars aan de opdrachtgever (omvat dus het uurloon voor concept en uitvoering alsook de prijs van de gebruikte materialen) kan gebeuren met toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. i.p.v. het normale BTW-tarief van 21 pct. Overeenkomstig rubriek XXI, van tabel A, van de bijlage bij het genoemde Koninklijk Besluit nr. 20 kan de levering van een kunstwerk door de maker of diens rechthebbende(n) immers het verlaagd tarief van 6 pct. genieten voor zover het gaat om één van de in § 2, 1°, van betreffende rubriek XXI omschreven kunstvoorwerpen. De administratie aanvaardt in dit verband vooralsnog dat de hoedanigheid van maker of diens rechthebbende kan worden toegekend aan een Sociaal Bureau voor Kunstenaars ten aanzien van de door dat bureau gefactureerde kunstvoorwerpen die werden gemaakt door de kunstenaars/werknemers van dat bureau (cf. BTW-Revue 140, blz. 147).

Het recht op aftrek van de BTW die werd geheven over de levering van de materialen die werden gebruikt om het kunstwerk te vervaardigen, kan slechts worden uitgeoefend voor zover het Sociaal Bureau voor Kunstenaars in het bezit is van een regelmatige factuur. Die factuur moet dus worden uitgereikt aan het bureau. Wanneer de aankoopfactuur wordt uitgereikt aan de kunstenaar, kan geen recht op aftrek worden uitgeoefend.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 444 voorkomens
WBTW art. 183 voorkomens
WBTW art. 101 voorkomen