Aansprakelijke vertegenwoordiger, aansprakelijk vertegenwoordiger · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.101.810 18 januari 2002

Zoeken

Aansprakelijke vertegenwoordiger, aansprakelijk vertegenwoordiger

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-101-810-aansprakelijke-vertegenwoordiger-btw-aansprakelijk-3eda

Nummer
E.T.101.810
Datum
18 januari 2002

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

287 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.101.810 dd. 18.01.2002

Aansprakelijke vertegenwoordiger - Omzetting in intern fiscaal recht van de Richtlijn 2000/65/EG van de Raad van 17 oktober 2000 tot wijziging van de Richtlijn 77/388/EG met betrekking tot de schuldenaar van de belasting over de toegevoegde waarde - Regels van toepassing tot datum van verwezenlijking van de nieuwe reglementering met betrekking tot de schuldenaar van de belasting over de toegevoegde waarde en tot de fiscale vertegenwoordiging

A. De omzetting in Belgisch recht van de voormelde Richtlijn (gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 148, blz. 403-411) groepeert zich rond de drie volgende hoofdprincipes, die zijn vermeld onder punt A van de informatiebrief van 25 oktober 2001, gericht door de administratie aan de aansprakelijke vertegenwoordigers met een individueel BTW-identificatienummer (gepubliceerd in bijlage van deze beslissing) :

1) de invoering voor de niet in België maar in de EU gevestigde belastingplichtigen van een regeling van "rechtstreekse" BTW-identificatie in België;

2) de invoering van een nieuw systeem van verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de medecontractant, hierna genoemd, "nieuwe veralgemeende verlegging";

3) uitbreiding van het toepassingveld van het stelsel van de fiscale vertegenwoordiging. Het betreft de fiscale vertegenwoordiging onder globaal BTW-identificatienummer.

B. Rekening houdende met de talrijke taken die aan de regering waren opgelegd wegens het voorzitterschap van de EU, kon bovengenoemde omzetting niet meer op 1 januari 2002 worden verwezenlijkt. De nieuwe reglementering zal dan ook in de volgende maanden gerealiseerd worden.

Evenwel rekening houdend met het feit dat de belastingplichtigen de directe uitwerking verbonden aan bepaalde bepalingen van de voormelde Richtlijn kunnen inroepen, heeft de administratie de hiernavermelde beslissing genomen vermeld onder het punt D. Deze beslissing is van toepassing tot de datum van realisatie van de nieuwe reglementering.

C. De wijzigingen die zullen worden teweeggebracht aan de Belgische reglementering, betreffen in het bijzonder de volgende bepalingen.

1) In artikel 51, § 2 van het BTW-Wetboek, zal het begrip "buiten België gevestigde" belastingplichtige worden vervangen door het begrip "niet in België gevestigde" belastingplichtige;

2) voor wat de invoering van de nieuwe veralgemeende verlegging betreft, zal artikel 51, § 2, worden aangevuld met een nieuw punt waarin zal worden gesteld dat, wanneer de niet in België gevestigde leverancier of dienstverrichter hier te lande belastbare handelingen verricht - met inbegrip van de handelingen beoogd in de artikelen 20, § 2 (onroerende handelingen) en 20bis, § 2 (goud) van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 -, zijn medecontractant de over die handelingen verschuldigde BTW voldoet indien de volgende voorwaarden zijn vervuld :

1° de leverancier of de dienstverrichter is een niet in België gevestigde belastingplichtige;

2° de belastbare handelingen zijn niet van de belasting vrijgesteld op grond van de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en zij zijn niet beoogd door de huidige verlegging voorzien in artikel 51, § 2, 1° en 2° van het voormelde Wetboek;

3° de medecontractant is ofwel een in België gevestigde belastingplichtige, gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften overeenkomstig artikel 53, eerste lid, 3° van het Wetboek ofwel een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger met een individueel BTW-identificatienummer (geen globaal nummer) heeft laten erkennen;

3) via een wijzigend koninklijk besluit zullen ook aanpassingen worden verricht aan de artikelen 20 en 20bis van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 die momenteel voorzien in een verlegging van de verschuldigde belasting in hoofde van de medecontactant respectievelijk voor onroerende werken of voor leveringen van goud wanneer de medecontractant van de belastingplichtige dienstverrichter of leverancier van de goederen zelf een belastingplichtige is gehouden tot indienen van een periodieke BTW-aangifte.

De toekomstige bepalingen van de voormelde artikelen 20 en 20bis, die in de toekomst uitsluitend zullen betrekking hebben op leveranciers van goederen of dienstverrichters gevestigd in België, zullen voortaan voorzien als toepassingsvoorwaarden voor de verlegging van de belasting in hoofde van de medecontractant, dat deze laatste hetzij een in België gevestigde belastingplichtige is gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften, hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige is die een aansprakelijke vertegenwoordiger met individueel BTW-identificatienummer (geen globaal nummer) heeft laten erkennen;

4) de uitbreiding van de toepassingssfeer van het regime van de fiscale vertegenwoordiging door middel van een vooraf erkende persoon (fiscaal vertegenwoordiger onder globaal BTW-identificatienummer).

Het nieuwe toepassingsgebied zal zich richten op :

1° de invoerhandelingen van goederen die niet geplaatst zijn onder het regime van BTW-entrepot, voor zover de invoer is geschied met het oog op de volgende levering van dezelfde goederen;

2° de handelingen beoogd door artikel 39quater, § 1, 1° en 3° van het Wetboek of de handelingen van plaatsing van goederen onder het regime van BTW-entrepot die niet onderworpen zijn aan de belasting;

3° de handelingen van onttrekking van de goederen aan het regime van BTW-entrepot;

4° de handelingen bestaande uit een intracommunautaire verwerving van goederen die niet onder het regime van BTW-entrepot zijn geplaatst, in de mate waarin de intracommunautaire verwerving van goederen is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen die is vrijgesteld door artikel 39, § 1, 1° en 2° van het Wetboek;

5° de handelingen bestaande uit een intracommunautaire verwerving van goederen die niet onder het regime van BTW-entrepot zijn geplaatst, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België.

De administratie zal kunnen afwijken van deze uitzondering in de gevallen die zij bepaalt en onder de voorwaarden die zij vaststelt.

D. Administratieve beslissing van 18 januari 2002, nr. E.T.101.810

De huidige administratieve beslissing is van toepassing voor de periode van 1 januari 2002 tot op de datum van verwezenlijking van de nieuwe reglementering met betrekking tot de schuldenaar van de belasting over de toegevoegde waarde en de fiscale vertegenwoordiging.

I. Personen gehouden tot voldoening van de belasting

1. Leveringen van goederen of diensten verricht in België, andere dan deze beoogd in de artikelen 51, § 2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek, 20, § 2 en 20bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, die niet zijn vrijgesteld of verricht met vrijstelling van de belasting op grond van de artikelen 39 tot 44bis van datzelfde Wetboek.

1.1. De leverancier van goederen/dienstverrichter is een niet in België gevestigde buitenlandse belastingplichtige (d.w.z. hij beschikt hier te lande niet over een vaste inrichting voor de toepassing van artikel 55 van het BTW-Wetboek) en hij is:

- hetzij voor BTW in België geïdentificeerd (met een rechtstreeks nummer of met een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger),

- hetzij hier te lande vertegenwoordigd door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer.

Als, voor wat betreft de klant:

a) het gaat om:

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige (met inbegrip van de buitenlandse belastingplichtige die hier te lande beschikt over een vaste inrichting voor de toepassing van artikel 55 van het BTW-Wetboek) en die gehouden is tot indiening van periodieke BTW-aangiften;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België onder een individueel BTW-identificatienummer met aansprakelijke vertegenwoordiger is geïdentificeerd.

De bij de handeling betrokken partijen hebben in dit geval de keuze, voor elke handeling afzonderlijk beschouwd, tussen :

- hetzij de toepassing van de verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de klant medecontractant;

- hetzij de aanrekening van de belasting op de factuur door de goederen of leverancier van de de dienstverrichter.

Vermelding op de facturen:

Indien door de partijen toepassing wordt gemaakt van het systeem van de verlegging van heffing, behoort het aan de leverancier van de goederen of de dienstverrichter toe om op de factuur de volgende vermelding aan te brengen, in plaats van de vermelding van de tarieven en de bedragen van de verschuldigde belasting, "belasting te voldoen door de medecontractant", artikel 21, § 1, a), 2 de lid, van de Richtlijn 77/388/EEG.

In het geval de leverancier van de goederen of de dienstverrichter genoemde vermelding niet heeft aangebracht, dient de medecontractant de factuur in die zin te vervolledigen;

b) het gaat om:

- hetzij een niet hier te lande gevestigde persoon zonder Belgisch BTW-identificatie;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige geïdentificeerd voor de BTW in België onder een rechtstreeks individueel nummer;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België vertegenwoordigd wordt door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer;

- hetzij een persoon gevestigd in België die niet gehouden is tot indiening van periodieke BTW-aangiften.

In dit geval blijft de leverancier van de goederen/dienstverrichter schuldenaar van de belasting bij toepassing van artikel 51, § 1, 1° van het BTW-Wetboek.

1.2. De leverancier van de goederen/dienstverrichter is een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die niet voor BTW in België is geïdentificeerd (geen rechtstreeks nummer noch een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger), noch hier te lande vertegenwoordigd is door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer.

Als, voor wat betreft de klant:

a) het gaat om:

- hetzij een niet hier te lande gevestigde persoon zonder BTW-identificatie in België;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België vertegenwoordigd is door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer.

In dit geval is de leverancier van de goederen/dienstverrichter de schuldenaar van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1° van het BTW-Wetboek.

De betaling van de belasting dient door deze laatste verricht te worden op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 17 - 1000 Brussel, ten laatste de twintigste dag van de maand die volgt op deze waarin de BTW opeisbaar is geworden; daarenboven moet de leverancier van de goederen/dienstverrichter op de door hem uitgereikte factuur de vermelding aanbrengen "belasting rechtstreeks gestort aan de Schatkist door de leverancier of de dienstverrichter - administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002" en, voor zover hij de betaling verricht heeft vóór de datum van uitreiking van de factuur, moet hij eveneens op de factuur de datum van betaling vermelden. Tenslotte moet de leverancier van de goederen/dienstverrichter op het betalingsformulier de volgende vermelding aanbrengen : "Administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002";

a) het gaat om:

- hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd onder een rechtstreeks individueel nummer;

- hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige voor BTW-doeleinden in België geïdentificeerd met een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger;

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige gehouden tot indiening van periodieke BTW-aangiften;

- hetzij een persoon gevestigd in België gehouden tot indiening van een bijzondere BTW-aangifte;

- hetzij een persoon gevestigd in België die niet gehouden is tot indiening van een periodieke of bijzondere BTW-aangifte (particulier).

In dit geval moet op grond van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 de belasting door de klant medecontractant worden voldaan op de wijze voorzien door deze bepaling (z. art. 5, § 1, 1° tot 3°).

Evenwel in de veronderstelling dat de klant een in België gevestigde persoon is die niet gehouden is tot het indienen van een periodieke of bijzondere BTW-aangifte (z. art. 5, § 1, 3°) en indien de betaling van de belasting door deze klant op moeilijkheden stuit, kan de leverancier van de goederen/dienstverrichter de betaling voor rekening van de klant rechtstreeks verrichten op het postrekeningnummer 679-2003427-86 op het Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 17 - 1000 Brussel. De betaling moet geschieden ten laatste de twintigste dag van de maand die volgt op deze waarin de belasting opeisbaar is geworden.

De leverancier/verrichter moet, in dat geval, op de factuur die hij eventueel uitreikt, de volgende vermelding aanbrengen : "BTW rechtstreeks gestort aan de Schatkist door de leverancier of de dienstverrichter voor rekening van de klant - administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002" en, voor zover hij de betaling verricht heeft vóór de datum van uitreiking van de factuur, moet hij eveneens op de factuur de datum van betaling vermelden. Tenslotte moet de leverancier van de goederen/dienstverrichter op het betalingsformulier de volgende vermelding aanbrengen : "Administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002".

Opmerking:

Er wordt opgemerkt dat de administratieve beslissing van 26 mei 2000, nr. E.T. 98.131 (wachtprocedure - z. BTW-Revue nr. 145, blz. 123 tot 135) van toepassing blijft voor de niet in België gevestigde leveranciers/dienstverrichters, die ondertussen stappen hebben ondernomen met het oog op het bekomen hier te lande van een BTW-identificatienummer met een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger.

Deze beslissing is bovendien "mutatis mutandis" van toepassing voor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die ondertussen hier te lande een rechtstreekse BTW-identificatie hebben aangevraagd.

2. Leveringen van goederen of diensten verricht in België en bedoeld in de artikelen 20, § 2 en 20bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

2.1. De leverancier van de goederen/dienstverrichter is :

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW geïdentificeerd is onder een individueel identificatienummer (rechtstreekse identificatie of met een aansprakelijke vertegenwoordiger) of die hier te lande wordt vertegenwoordigd door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer;

Als, voor wat betreft de klant :

a) het gaat om een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW geïdentificeerd is onder een rechtstreeks individueel identificatienummer (zonder aanspra-kelijke vertegenwoordiger) :

de bij de handeling betrokken partijen hebben in dit geval de keuze, voor elke handeling afzonderlijk beschouwd, tussen :

- hetzij de toepassing van de verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de klant medecontractant krachtens artikel 20 of artikel 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1 (tekst zoals die op heden van kracht is);

- hetzij de aanrekening van de belasting op de factuur door de leverancier van de goederen of de dienstverrichter;

b) het gaat om:

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW geïdentificeerd is onder een individueel BTW-identificatienummer, met een aansprakelijke vertegenwoordiger;

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.

In dit geval is, krachtens artikel 20 of artikel 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1, de klant medecontractant de schuldenaar van de belasting;

c) het gaat om:

- hetzij een niet hier te lande gevestigde persoon zonder identificatie voor de Belgische BTW;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België vertegenwoordigd wordt door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer;

- hetzij een in België gevestigde persoon die niet gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.

In dit geval is, krachtens artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de leverancier van de goederen/dienstverrichter de schuldenaar van de belasting.

2.2. De leverancier van de goederen/dienstverrichter is een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige, die in België niet geïdentificeerd is voor de BTW (geen rechtstreeks nummer, noch een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger), noch hier te lande wordt vertegenwoordigd door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer.

Als, voor wat betreft de klant :

a) het gaat om :

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW is geïdentificeerd onder een rechtstreeks individueel nummer;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België voor de BTW is geïdentificeerd met een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger;

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften.

In dit geval is, krachtens artikel 20 of artikel 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1, de klant medecontractant de schuldenaar van de belasting;

b) het gaat om :

- hetzij een niet hier te lande gevestigd persoon zonder identificatie voor de Belgische BTW;

- hetzij een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die hier vertegenwoordigd wordt door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer.

In dit geval is, krachtens artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de leverancier van de goederen/dienstverrichter de schuldenaar van de belasting.

De betaling van de belasting moet door deze laatste worden verricht op de postrekening nr. 679-2003427-86 van het ontvangkantoor van het Centraal BTW-Kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 17 te 1000 Brussel, uiterlijk de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin de belasting opeisbaar is geworden. Bovendien moet die leverancier van de goederen/dienstverrichter op de factuur die hij uitreikt de vermelding aanbrengen "BTW rechtstreeks gestort aan de Schatkist door de leverancier of de dienstverrichter - administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002" en, voor zover hij de betaling verricht heeft vóór de datum van uitreiking van de factuur, moet hij op de factuur eveneens de datum van die betaling aanbrengen. Tot slot dient die leverancier van goederen/dienstverrichter op het betaalformulier de volgende mededeling te vermelden : "Administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002";

c) het gaat om:

- hetzij een in België gevestigde persoon die gehouden is tot het indienen van de bijzondere BTW-aangifte;

- hetzij een in België gevestigde persoon die niet gehouden is tot het indienen van de periodieke of de bijzondere BTW-aangifte (particulier).

In dit geval moet de verschuldigde belasting, krachtens artikel 5, § 1, van voormeld koninklijk besluit nr. 31, worden voldaan door de klant medecontractant op de in deze bepaling voorziene wijze (z. art . 5, § 1, 2° of 3°).

Echter, in de veronderstelling dat de klant een in België gevestigde persoon is die niet gehouden is tot het indienen van de periodieke of de bijzondere BTW-aangifte (art. 5, § 1, 3°), kan de leverancier van de goederen/dienstverrichter, indien de betaling door de klant op moeilijkheden stuit, die betaling voor rekening van de klant verrichten rechtstreeks op het postrekeningnummer

679-2003427-86 van het ontvangkantoor van het Centraal BTW-Kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 17 te 1000 Brussel. Deze betaling moet worden verricht uiterlijk de twintigste dag van de maand die volgt op de maand waarin de belasting opeisbaar is geworden. Bovendien moet die leverancier van de goederen/dienstverrichter op de factuur die hij uitreikt de vermelding aanbrengen "BTW rechtstreeks gestort aan de Schatkist door de leverancier of de dienstverrichter - administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002" en, voor zover hij de betaling verricht heeft vóór de datum van uitreiking van de factuur, moet hij op de factuur eveneens de datum van die betaling aanbrengen. Tot slot dient die leverancier van goederen/dienstverrichter op het betaalformulier de volgende mededeling te vermelden : "Administratieve beslissing nr. E.T. 101.810 van 18 januari 2002";

Opmerking :

Aangestipt wordt dat de administratieve beslissing van 26 mei 2000, nr. E.T. 98.131 (wachtprocedure : z. BTW-Revue nr. 145, blz. 123-135) van toepassing blijft voor de niet hier te lande gevestigde leveranciers/dienstverrichters die onderwijl reeds stappen hebben ondernomen met het oog op het bekomen hier te lande van een identificatie voor de BTW met een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger.

Bovendien is deze beslissing, "mutatis mutandis", toepasselijk op de niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen die hier onderwijl hebben verzocht om een rechtstreekse BTW-identificatie.

3. Handelingen beoogd door de administratieve beslissing van 28 oktober 1997, nr. E.T. 80.387 (z. BTW-Revue nr. 133, blz. 19 tot 24)

Wat de diensten betreft die worden verricht door een buitenlandse belastingplichtige die hier te lande beschikt over een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek en waarvoor de voormelde beslissing voorziet, mits bepaalde voorwaarden worden vervuld, dat de klant medecontractant de schuldenaar is van de belasting, hebben de operatoren de keuze, voor elke handeling afzonderlijk beschouwd, tussen :

- hetzij de toepassing van de verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de klant medecontractant krachtens artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek (tekst zoals die op heden van kracht is);

- hetzij de aanrekening van de belasting op de factuur door de dienstverrichter.

II. Motivering van de onder I. uiteengezette regels.

1. Handelingen beoogd onder I, 1.

1.1. In het geval dat de leverancier/dienstverrichter een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige is die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften in België en dat, rekening houdend met de hoedanigheid van zijn klant medecontractant,

a) de huidige reglementering niet voorziet in een regeling van verlegging, maar integendeel, de nieuwe reglementering zal voorzien in de toepassing van de nieuwe veralgemeende verlegging, hebben de operatoren de keuze om de nieuwe veralgemeende verlegging al dan niet toe te passen (z. het geval bedoeld onder I, 1.1.a) hiervoor);

b) de nieuwe reglementering niet zal voorzien in de toepassing van de nieuwe veralgemeende verlegging, is de leverancier/dienst-verrichter, overeenkomstig artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de schuldenaar van de belasting (z. het geval bedoeld onder I, 1.1.b) hiervoor).

1.2. In het geval dat de leverancier/dienstverrichter een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige is die geen periodieke BTW-aangiften indient in België, dient artikel 5, § 1, 1° of 2° of 3°, al naargelang het geval, van voormeld koninklijk besluit nr. 31, steeds te worden toegepast, behoudens indien de klant medecontractant een niet hier te lande gevestigde persoon is die niet gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften in België.

In dit verband, wordt, voor deze materie, met een dergelijke persoon gelijkgesteld, de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België wordt vertegenwoordigd door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer, gezien deze belastingplichtige het globaal nummer niet kan gebruiken voor dergelijke handelingen (z. ook de hierna, in punt III, 1.b), in fine, vermelde beperking) (z. de gevallen, beoogd respectievelijk onder I, 1.2 b) en 1.2 a)).

2. Handelingen beoogd onder I, 2 (art. 20, § 2 en 20bis, § 2 van voormeld koninklijk besluit nr. 1)

2.1. In het geval dat de leverancier/dienstverrichter een al dan niet hier te lande gevestigde belastingplichtige is die gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften in België en dat, rekening houdend met de hoedanigheid van zijn klant medecontractant:

a) de huidige reglementering voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de medecontractant, bedoeld in artikel 20 of in artikel 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1, maar daarentegen, de nieuwe reglementering niet zal voorzien in de toepassing van de nieuwe artikelen 20 en 20bis of van de nieuwe veralgemeende verlegging, hebben de operatoren de keuze om, in dit geval, de in de artikelen 20 en 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1 bedoelde verlegging van heffing al dan niet toe te passen (z. het geval, beoogd onder I, 2.1.a) hiervoor);

b) de huidige reglementering voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing, bedoeld in de artikelen 20 en 20bis en de nieuwe reglementering eveneens zal voorzien in de toepassing van de nieuwe artikelen 20 en 20bis of van de nieuwe veralgemeende verlegging, is, in dit geval, de klant medecontractant, krachtens de artikelen 20 en 20bis, de schuldenaar van de belasting (z. het geval, beoogd onder I, 2.1. b) hiervoor);

c) de huidige reglementering niet voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing, bedoeld in de artikelen 20 en 20bis, en de nieuwe reglementering evenmin zal voorzien in de toepassing van de nieuwe artikelen 20 en 20bis of van de nieuwe veralgemeende verlegging, is, in dit geval, de leverancier/dienstverrichter, krachtens artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, de schuldenaar van de belasting (z. het geval, beoogd onder I, 2.1. c) hiervoor).

2.2. In het geval dat de leverancier/dienstverrichter een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige is die geen periodieke BTW-aangiften indient in België en dat, rekening houdend met de hoedanigheid van zijn klant medecontractant:

a) de huidige reglementering voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing, bedoeld in de artikelen 20 en 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1, en de nieuwe reglementering hetzij zal voorzien in de toepassing van de nieuwe veralgemeende verlegging, hetzij hierin niet zal voorzien; in dit geval is de klant medecontractant, krachtens de huidige artikelen 20 en 20bis van voormeld koninklijk besluit nr. 1, de schuldenaar van de belasting (z. het geval, beoogd onder I, 2.2. a) hiervoor);

b) de huidige reglementering niet voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing, bedoeld in de artikelen 20 en 20bis, en de nieuwe reglementering evenmin zal voorzien in de toepassing van de nieuwe veralgemeende verlegging; in dit geval dient artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek (leverancier/ dienstverrichter = schuldenaar) te worden toegepast, in zover althans de klant medecontractant een niet hier te lande gevestigd persoon is die niet gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften in België. In dit verband wordt, voor deze materie, met een dergelijke persoon gelijkgesteld, de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige die in België wordt vertegenwoordigd door een titularis van een globaal BTW-identificatienummer, gezien een dergelijke belastingplichtige het globaal nummer niet kan gebruiken voor deze handelingen (z. het geval, beoogd onder I, 2.2 b) hiervoor);

c) de huidige reglementering niet voorziet in de toepassing van de verlegging van heffing, bedoeld in de artikelen 20 en 20bis van het koninklijk besluit nr. 1, en de nieuwe reglementering evenmin zal voorzien in de toepassing van de nieuwe veralgemeende verlegging, dient, in dit geval, er steeds toepassing te worden gemaakt van artikel 5, § 1, 2° of 3°, van voormeld koninklijk besluit nr. 31, in zover de klant een in België gevestigde persoon is die niet gehouden is tot het indienen van periodieke BTW-aangiften in België (z. het geval, beoogd onder I, 2.2. c) hiervoor).

3. Handelingen beoogd onder I, 3

De nieuwe reglementering zal het huidige begrip van de belastingplichtige "gevestigd buiten België" vervangen door dit van de belastingplichtige "die niet in België is gevestigd".

Rekening houdend met deze wijziging, zal voortaan en in tegenstelling tot hetgeen voorzien werd in de administratieve beslissing van 28 oktober 1997, E.T. 80.387, de buitenlandse belastingplichtige die hier te lande beschikt over een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, steeds worden beschouwd als een in België gevestigde dienstverrichter voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, zelfs al komt die inrichting materieel gezien niet tussen in de uitvoering van de door deze laatste bepaling beoogde handelingen of in de uitvoering van de eraan bijkomstige handelingen.

In dit geval, hebben de operatoren de keuze om hetzij de verlegging van heffing van de belasting in hoofde van de medecontractant krachtens artikel 51, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek (tekst zoals die op heden van kracht is) toe te passen, hetzij om die niet toe te passen.

III. Andere bepalingen.

1. In de huidige stand van de materie, aanvaardt de administratie dat de volgende bepalingen, die het voorwerp hebben uitgemaakt van de omzendbrieven van 25 oktober 2001 en van 20 december 2001, die werden gericht, respectievelijk, aan de aansprakelijke vertegenwoordigers met een individueel identificatienummer en aan de aansprakelijke vertegenwoordigers met een globaal BTW-identificatienummer, gelden met terugwerkende kracht en dit vanaf 1 januari 2002 :

a) de invoering voor de niet in België, maar in de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen, van een regeling van "rechtstreekse" BTW-identificatie in België, onafhankelijk van enige fiscale vertegenwoordiging.

Dergelijke belastingplichtigen mogen niettemin nog steeds een aansprakelijke vertegenwoordiger aanstellen voor zover ze in België handelingen verrichten die, indien zij door een niet in de E.U. gevestigde belastingplichtige werden verricht, een dergelijke erkenning zouden vereisen;

b) de uitbreiding van het toepassingsgebied van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging door een vooraf erkende persoon (fiscale vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer).

Wat dit nieuwe toepassingsgebied betreft, wordt verwezen naar hetgeen werd uiteengezet onder punt C, 4), hiervoor.

Anderzijds, kan de titularis van een globaal BTW-identificatienummer eveneens, vanaf 1 januari 2002, via de periodieke BTW-aangiften die hij indient voor de buitenlandse ondernemingen die hij vertegenwoordigt :

- de verschuldigde belasting aangeven;

- binnen de grenzen voorzien in de artikelen 45 tot 49 van het BTW-Wetboek, de voorbelasting in aftrek brengen.

Beperking :

Tot de datum van publicatie van een nieuwe aanschrijving, die de hiervoor onder punt b) opgenomen bepalingen van commentaar zal voorzien, mag in geen geval het globaal BTW-identificatienummer worden gebruikt voor andere handelingen dan deze die tekstueel zijn opgesomd onder punt C, 4) hiervoor (nrs. 1° tot 5°), zelfs al zijn die andere handelingen nauw verbonden met de beoogde handelingen.

Aldus bijvoorbeeld is het niet toegestaan het globaal BTW-identificatienummer te gebruiken voor opslagkosten, vervoerskosten, kosten van verpakking, van vermenging, van reiniging, enz., van de goederen die het voorwerp uitmaken van de bedoelde handelingen, noch, bijgevolg, om de BTW met betrekking tot deze kosten af te trekken in de door de titularis van een globaal BTW-identificatienummer in te dienen periodieke BTW-aangiften.

2. De belastingplichtigen die het antwoordformulier dat in bijlage ging van de omzendbrief van 25 oktober 2001 nog niet hebben ingediend, kunnen dit formulier nog geldig indienen binnen de termijn van één maand na de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de nieuwe reglementering.

Deze belastingplichtigen zullen een herinneringsbrief ontvangen die nauwkeurig de uiterlijke datum van indiening van bewust formulier zal vaststellen.

In elk geval zullen de antwoorden die na 31 januari 2002 op het Centraal BTW-Kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen toekomen, en waarvan het kader III ofwel het kader IV van het antwoordformulier is vervolledigd, slechts uitwerking hebben voor de toekomst. Die datum van uitwerking zal door de administratie worden bepaald in haar brief ter bevestiging van dit antwoord.

Bovendien zal de administratie een geldboete vaststellen ten laste van alle belastingplichtigen gevestigd in een Lidstaat van de Europese Unie die voormeld antwoordformulier niet zullen hebben ingediend binnen de verlengde termijn als bedoeld hiervoor.

Brussel, 25 oktober 2001

Centraal BTW-kantoor voor

Buitenlandse Belastingplichtigen

Dienst controle

Zaveltoren - 24ste verdieping

J. Stevensstraat, 7

BE 1000 BRUSSEL

Betreft : Behoud of opheffing van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging vanaf 1 januari 2002

Mevrouw, Mijnheer,

U bent momenteel aansprakelijke vertegenwoordiger inzake Belgische BTW voor één of meerdere niet in België gevestigde belastingplichtigen. Ten gevolge van een recente Europese Richtlijn zullen de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen aangaande de schuldenaar van de belasting voor de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen alsmede inzake de aansprakelijke vertegenwoordiging, grondig worden gewijzigd op 1 januari 2002.

Deze wijzigingen zullen aan bepaalde belastingplichtigen waarvoor u optreedt als aansprakelijke vertegenwoordiger, toelaten om, in voorkomend geval, deze regeling op te heffen.

Onderhavige brief heeft tot doel deze niet in België gevestigde belastingplichtigen de keuze die hen met ingang van 1 januari 2002 wordt geboden, te laten uitoefenen door het hierbij gevoegd antwoordformulier, volledig ingevuld en ondertekend, tegen uiterlijk 14 december 2001 terug te zenden naar het Centraal BTW-kantoor voor Buitenlandse belastingplichtigen (dienst controle).

A. WIJZIGINGEN VAN DE WETGEVING OP 1 JANUARI 2002

Onder voorbehoud van de aanvaarding van deze wijzigingen door de bevoegde autoriteiten, kunnen de aan de bestaande nationale bepalingen aangebrachte wijzigingen als volgt worden samengevat :

1) de invoering voor de niet in België, maar in de Europese Unie (E.U.) gevestigde belastingplichtigen van een regeling van "rechtstreekse" BTW-identificatie in België. Het betreft een identificatie die voortaan voor deze belastingplichtigen mag worden verricht, onafhankelijk van enige fiscale vertegenwoordiging.

Dergelijke belastingplichtigen mogen niettemin nog steeds een aansprakelijke vertegenwoordiger aanstellen voor zover ze in België handelingen verrichten die, indien zij door een niet in de E.U. gevestigde belastingplichtige werden verricht, een dergelijke erkenning zouden vereisen;

2) de invoering van een nieuwe regeling van verlegging van de heffing van de verschuldigde belasting naar de medecontractant, wanneer de levering of de dienstverrichting:

a) wordt verricht door een niet hier te lande gevestigde leverancier of dienstverrichter. In dit opzicht is het van geen belang dat de leverancier of dienstverrichter:

- al dan niet in de E.U. is gevestigd;

- al dan niet in België voor de BTW is geïdentificeerd;

- al dan niet beschikt over een aansprakelijke vertegenwoordiger met een individueel of globaal identificatienummer;

b) niet vrijgesteld is van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek en niet beoogd is door de huidige verleggingsregeling als bedoeld in artikel 51, §2, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek;

c) wordt verricht voor:

- hetzij een in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is tot de indiening van periodieke BTW-aangiften;

- hetzij een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger met een individueel BTW-identificatienummer (geen globaal nummer) heeft laten erkennen;

3) de uitbreiding van het toepassingsgebied van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging door een vooraf erkend persoon. Het betreft de fiscale vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer.

Het toepassingsgebied van deze regeling van vertegenwoordiging wordt aanzienlijk uitgebreid en betreft vanaf 1 januari 2002:

1° de invoeren van goederen die niet worden geplaatst onder de regeling van BTW-entrepot, in de mate waarin de invoer is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen;

2° de handelingen beoogd in artikel 39quater, § 1, 1° en 3°, van het BTW-Wetboek, of de handelingen van plaatsing van de goederen onder de regeling van BTW-entrepot die niet aan de belasting zijn onderworpen;

3° de handelingen van onttrekking van goederen aan de regeling van BTW-entrepot;

4° de intracommunautaire verwervingen van goederen die niet geplaatst zijn onder de regeling van BTW-entrepot, in de mate waarin de intracommunautaire verwervingen van goederen zijn geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen die van de BTW is vrijgesteld krachtens artikel 39, § 1, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek;

5° de intracommunautaire verwervingen van goederen die niet geplaatst zijn onder de regeling van BTW-entrepot, met uitzondering van elke andere handeling onderworpen aan de belasting in België. De administratie zal kunnen afwijken van deze uitzondering in de gevallen en volgens de regels die zij bepaalt.

Er dient te worden opgemerkt dat de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder het globale BTW-identificatienummer die geldt tot 31 december 2001, dusdanig is ontworpen dat elke handeling verricht onder deze regeling, in principe, vrijgesteld is van de belasting. Vanaf 1 januari 2002 zullen bepaalde handelingen verricht onder deze regeling effectief worden onderworpen aan de belasting in België. Vanaf die datum zal de titularis van een globaal BTW-identificatienummer, via de periodieke aangiften die hij zal indienen voor de door hem vertegenwoordigde buitenlandse ondernemingen, bovendien de mogelijkheid hebben om:

1° de verschuldigde belasting aan te geven;

2° binnen de grenzen voorzien in de artikelen 45 tot 49 van het BTW-Wetboek, de voorbelasting in aftrek te brengen.

B. WIE MOET HET ANTWOORDFORMULIER INVULLEN EN TERUGSTUREN ?

Het antwoordformulier moet, ongeacht voor welke regeling hij kiest, door elke in de E.U. gevestigde belastingplichtige worden ingevuld. Het formulier moet tevens worden ingevuld door elke belastingplichtige gevestigd buiten de E.U., voor zover hij valt onder één van de in kader IV, onder C, hierna, beoogde gevallen en hij daarbij kiest voor de opheffing van zijn identificatie en van zijn vertegenwoordiging in België.

Het niet antwoorden op deze vraag om inlichtingen binnen de daartoe voorziene termijn is een inbreuk op de bepalingen van artikel 62 van het BTW-Wetboek en kan worden beteugeld met een geldboete beoogd in artikel 70, § 4, van het BTW-Wetboek.

C. HOE MOET HET ANTWOORDFORMULIER WORDEN INGEVULD ?

KADER I : AANDUIDING VAN DE NIET IN BELGIE GE-VESTIGDE BELASTINGPLICHTIGE

Dit kader moet worden ingevuld door elke belastingplichtige die het antwoordformulier terugstuurt naar het hogervermeld Centraal kantoor.

De medegedeelde coördinaten moeten geactualiseerd zijn.

KADER II : BEHOUD VAN DE REGELING VAN FISCALE VERTEGEN-WOORDIGING

Dit kader moet worden ingevuld door elke in de E.U. gevestigde belastingplichtige die zijn huidige fiscale regeling niet wenst te wijzigen, ondanks de mogelijkheid die hem wordt geboden om zijn vertegenwoordiging in België op te heffen. Deze keuze is echter niet onomkeerbaar in die zin dat niets belet dat deze regeling later eventueel kan worden opgeheven op uitdrukkelijke vraag van de belastingplichtige en van zijn vertegenwoordiger.

Deze belastingplichtige plaatst een kruis in het daartoe voorziene vak in dit kader wanneer hij akkoord gaat met het behoud van de regeling van fiscale vertegenwoordiging waarvan hij momenteel geniet.

Er dient te worden opgemerkt dat, ondanks de daaraan verbonden kosten, het behoud van deze regeling van fiscale vertegenwoordiging voor de belastingplichtige belangrijke voordelen kan opleveren. Enerzijds indien een belastingplichtige over een fiscale vertegenwoordiger beschikt, wordt de administratieve correspondentie verstuurd naar het adres waaronder de vertegenwoordiging in België wordt verricht.

Anderzijds is het bestaan van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging onder een individueel BTW-identificatienummer één van de voorwaarden opdat de belastingplichtige in voorkomend geval, voor wat betreft zijn inkomende handelingen, zou kunnen genieten van de nieuwe regeling van de verlegging van de heffing beoogd onder A, 2) hierboven en van de verlegging van de heffing beoogd in de artikelen 20 (werk in onroerende staat) en 20bis (goud) van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

(De belastingplichtige die een kruis plaatst in kader II moet uiteraard ook de kaders I en V invullen)

KADER III : OPHEFFING VAN DE REGELING VAN DE FISCALE VERTEGENWOORDIGING

Dit kader betreft de in de E.U. gevestigde belastingplichtige die zijn fiscale regeling wenst te wijzigen door zijn vertegenwoordiging vanaf 1 januari 2002 op te heffen, weliswaar met behoud van een "rechtstreekse" identificatie in België (zie A, 1 hierboven).

Deze belastingplichtige plaatst een kruis in het daartoe voorziene vak in dit kader.

Hij behoudt in dat geval zijn Belgisch BTW-identificatienummer.

Indien hij beslist heeft om vanaf 1 januari 2002 zijn regeling van fiscale vertegenwoordiging op te heffen, is de belastingplichtige gehouden om het volledige kader III in te vullen. Hij dient bijgevolg de punten 1 tot 3 van het antwoordformulier als volgt in te vullen :

1) hij moet uit de drie nationale talen, dit zijn het Nederlands (NL), het Frans (FR) en het Duits (DE), de taal kiezen waarin zijn contacten met de administratie zullen verlopen. Deze keuze wordt gedaan door een kruis te plaatsen in het juiste vak;

2) hij moet een adres mededelen in België waar de boeken en stukken waarvan de bewaring door de Belgische BTW-reglementering wordt voorgeschreven, zullen worden voorgelegd op elk verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft;

3) indien hij een Belgische of buitenlandse fiscale mandataris heeft aangesteld om het geheel of een deel van de verplichtingen te vervullen die hem zijn opgelegd door de Belgische BTW-reglementering, moet hij een kruis plaatsen in het daarvoor bestemde vak en de coördinaten van deze mandataris mededelen. Niets belet dat deze mandataris de vroegere fiscale vertegenwoordiger is.

Tenslotte dient de volmacht die de bevoegdheden toekent aan deze mandataris te worden gevoegd bij het antwoordformulier, voor zover deze mandataris de administratieve stukken ondertekent voor rekening van zijn buitenlandse opdrachtgever.

De aandacht wordt bovendien gevestigd op de gevolgen van de opheffing van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging.

Een in de E.U. gevestigde belastingplichtige die hiervoor heeft gekozen blijft onderworpen aan de verplichtingen opgelegd door het Belgisch BTW-Wetboek en door de koninklijke besluiten tot uitvoering daarvan.

Alle administratieve correspondentie zal worden gezonden naar zijn buitenlands adres.

De in de E.U. gevestigde belastingplichtige die hier te lande wordt geïdentificeerd voor de BTW zonder er te beschikken over een fiscale vertegenwoordiging kan zich echter geen goederen laten leveren of diensten laten verstrekken door andere niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen bij toepassing van de nieuwe regeling van de verlegging van de heffing beoogd onder A, 2) hierboven of van de verlegging van de heffing beoogd in de artikelen 20 (werk in onroerende staat) en 20bis (goud) van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 ingeval de leverancier of dienstverrichter gevestigd is in België.

Bovendien dient de teruggaaf aan de hoger bedoelde belastingplichtigen van het creditsaldo van de rekening-courant die de administratie bijhoudt, verplicht te worden verricht op een rekening geopend bij een in België gevestigde bank.

Indien de opheffing van de regeling van de aansprakelijke vertegenwoordiging voor de buitenlandse belastingplichtige een wijziging met zich meebrengt van de bank- of postrekening waarop de teruggaaf van het creditsaldo van de rekening-courant dient te worden verricht, werd een formulier van volmacht-herroeping van volmacht als bedoeld in artikel 2 van het ministerieel besluit nr. 9 van 22 februari 1999 gevoegd bij dit schrijven. Dit formulier moet in voorkomend geval worden ingediend bij de bank of bij de post.

Tenslotte dient nog te worden gesignaleerd dat, indien er werd geopteerd om de regeling van de fiscale vertegenwoordiging op te heffen per 1 januari 2002, de administratie, in voorkomend geval, tegen uiterlijk 31 december 2002, een controle van de boekhouding van de betrokken belastingplichtige zal uitvoeren om een eventuele handlichting van de waarborgen te kunnen verlenen.

(De belastingplichtige die een kruis plaatst in kader III moet uiteraard ook de kaders I en V invullen)

KADER IV : OPHEFFING VAN DE REGELING VAN DE FISCALE VERTEGENWOORDIGING EN VAN DE BELGISCHE BTW-IDENTIFICATIE VANAF 1 JANUARI 2002

Dit kader mag worden ingevuld door elke belastingplichtige, ongeacht of hij gevestigd is in een derde land of in een Lidstaat van de E.U., voor zover hij zich bevindt in het geval beoogd in punt 1 of in punt 2 van dit kader en hij om deze reden zowel zijn regeling van fiscale vertegenwoordiging als zijn Belgische BTW-identificatie wenst op te heffen.

Hij oefent deze keuze uit door een kruis te plaatsen in het juiste vak.

Geval beoogd onder punt 1

De belastingplichtige verricht vanaf 1 januari 2002 geen enkele inkomende, noch uitgaande handeling meer, waarvoor hij schuldenaar wordt van de belasting in België.

Behalve de gebruikelijke regels die van toepassing zijn inzake de schuldenaar van de belasting dient, in voorkomend geval, voor de uitgaande handelingen, vanaf 1 januari 2002, de invoering van de nieuwe regeling van verlegging van de heffing beoogd onder A, 2) hierboven in aanmerking te worden genomen.

Anderzijds kan geen kruis worden geplaatst in het betreffende vak door een belastingplichtige die schuldenaar is van de verschuldigde belasting wegens een invoer of een intracommunautaire verwerving van goederen in België.

De belastingplichtige die een kruis plaatst in het vak onder punt 1 van dit kader moet, in voorkomend geval, voor de recuperatie van zijn voorbelasting een formulier voor teruggaaf indienen overeenkomstig de procedure voorzien in de aanschrijving nr. 4/1988.

Geval beoogd onder punt 2

De belastingplichtige verricht vanaf 1 januari 2002, handelingen waarvoor hij schuldenaar wordt van de belasting en die allen mogen worden verricht onder de regeling van de fiscale vertegenwoordiging door een vooraf erkend persoon (fiscale vertegenwoordiging onder een globaal BTW-identificatienummer). Hij kiest ervoor om zich vanaf die datum te laten vertegenwoordigen onder een dergelijke regeling.

Opdat een belastingplichtige zou kunnen beoordelen of hij zich in 2002 in een dergelijke situatie bevindt, dient hij het toepassingsgebied van deze regeling zoals het van kracht wordt vanaf 1 januari 2002, in aanmerking te nemen. Dit toepassingsgebied werd beschreven onder punt A, 3) hierboven.

(De belastingplichtige die een kruis plaatst in kader IV, punt 1 of 2, moet uiteraard ook de kaders I en V invullen)

KADER V : HANDTEKENINGEN

Dit kader moet zowel door de belastingplichtige beoogd in kader I als door zijn aansprakelijke vertegenwoordiger worden ingevuld.

De buitenlandse belastingplichtige is verplicht om persoonlijk zijn handtekening te plaatsen op de daartoe voorziene plaats.

In de periode van 30 oktober tot 13 december 2001 kunnen alle bijkomende inlichtingen worden bekomen bij mijn kantoor op dinsdag en donderdag, van 9u tot 12u, op de volgende telefoonnummers :

02/552.59.28 (voor de Nederlandstalige oproepen);

02/552.59.42 (voor de Franstalige en Duitstalige oproepen).

Hoogachtend,

De Eerstaanwezend inspecteur, diensthoofd,

E. VAN HOOVELD

Antwoordformulier

Terug te sturen naar het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, ZAVELTOREN - 24° verdieping - J. Stevensstraat 7, BE 1000 BRUSSEL, tegen uiterlijk 14 december 2001.

I. Aanduiding van de niet in België gevestigde belastingplichtige

· Naam en voornaam of volledige benaming:……………….


· Straat ………………………………………..Nr.………Bus…..

· Postnummer………………..Plaats…..……………………………………..

·Land…………………………………...…………………………………….

· Belgisch BTW-identificatienummer: BE

· Individueel BTW-identificatienummer toegekend door het land van vestiging: ...................................................................................... .

Kader voorbehouden aan de in een andere Lidstaat van de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen

II. Keuze voor het behoud van de regeling van fiscale vertegenwoordiging.

De in kader I aangeduide belastingplichtige verklaart de regeling van fiscale vertegenwoordiging waarvan hij momenteel geniet, te willen behouden door een kruis te plaatsen in het hierna voorziene vak :

Kader voorbehouden aan de in een andere Lidstaat van de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen.

Gelieve alle in kader III gevraagde gegevens in te vullen indien U opteert voor de in dit kader beoogde regeling.

III. Keuze voor de opheffing van de regeling van fiscale vertegenwoordiging vanaf 01/01/2002.

De in kader I aangeduide belastingplichtige verklaart de regeling van fiscale vertegenwoordiging waarvan hij momenteel geniet, te willen opheffen vanaf 01/01/2002

Door een kruis te plaatsen in het hierna voorziene vak :

1. Keuze van taalregeling

Taal gekozen door de in kader I aangeduide belastingplichtige voor zijn contacten met de Belgische administratie.

De keuze wordt uitgeoefend door een kruis te plaatsen in één van de hierna opgenomen vakken.

Nederlands Frans Duits

2. Voorlegging van de boeken en stukken

Adres in België waar de boeken en stukken met betrekking tot de economische activiteit in België van de in kader I bedoelde belastingplichtige zullen worden voorgelegd op elk uitdrukkelijk verzoek van de administratie.

· Straat ………………………………………….. Nr ……. Bus ……..

· Postnummer………….. Plaats………………………………………..

· Naam en voornaam of volledige benaming van de persoon (natuurlijke persoon of rechtspersoon) die zich bevindt op dit adres :


(z. verso)

3. Aanstelling van een fiscale mandataris

De belastingplichtige plaatst een kruis in het juiste vak.

* Er werd een Belgische of buitenlandse mandataris aangesteld ž

· Naam en voornaam of volledige benaming :


· Straat …………………………………………….Nr.……………. Bus……..…

· Postnummer………………Plaats…….....…………………………………........

· Land …………………………………………...…………………………….…..

· Telefoonnummer …………………………………………………………….......

· Faxnummer ………………………………………………………………….…..

· e-Mail adres.........…………………………………………………………….......

· BTW-identificatienummer…………………………………………

* Er werd geen enkele mandataris aangesteld

Kader voorbehouden aan de belastingplichtigen gevestigd in een andere Lidstaat van de Europese Unie of buiten de Europese Unie.

IV. Opheffing van de regeling van de fiscale vertegenwoordiging en van de identificatie

Voor de BTW in België vanaf 01/01/2002.

De in kader I aangeduide belastingplichtige verklaart dat hij met ingang van 01/01/2002 de regeling van fiscale vertegenwoordiging alsmede zijn Belgisch BTW-identificatienummer wenst op te heffen :

(De belastingplichtige plaatst een kruis in het juiste vak.)

1. OFWEL om reden dat hij vanaf 1 januari 2002 noch inkomende, noch uitgaande handelingen zal verrichten, waarvoor hij schuldenaar wordt van de belasting in België

2. OFWEL om reden dat alle inkomende en uitgaande handelingen die hij in België zal verrichten en waarvoor hij schuldenaar wordt van de belasting vanaf 1 januari 2002, mogen worden verricht onder de fiscale vertegenwoordiging door een vooraf erkend persoon (globale BTW-identificatienummers) en dat hij van deze mogelijkheid wenst gebruik te maken

A V. Handtekeningen

Voor oprecht en volledig verklaard.

Aansprakelijke vertegenwoordiger

Datum :

Handtekening :

Naam en hoedanigheid van de ondertekenaar :

Naam en adres :

Datum :

Handtekening :

Naam en hoedanigheid van de ondertekenaar :

Aangehaalde teksten

12
WBTW art. 5113 voorkomens
KB nr. 1 art. 20bis10 voorkomens
KB nr. 1 art. 206 voorkomens
WBTW art. 394 voorkomens
WBTW art. 554 voorkomens
WBTW art. 39quater2 voorkomens
WBTW art. 44bis2 voorkomens
WBTW art. 452 voorkomens
WBTW art. 492 voorkomens
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 621 voorkomen
WBTW art. 701 voorkomen