Koninklijk besluit nr. 7, artikel 5 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 7 16.05.2014 - 30.06.2021 § 4, eerste lid, 3°, werd gewijzigd KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 7, artikel 5Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2014-05-16

Artikel
AR 7
Periode
16.05.2014 - 30.06.2021
Wijziging
§ 4, eerste lid, 3°, werd gewijzigd
Bron
KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 16 8 ingevoegde woorden

Vergeleken met de versie van 04.07.2013

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 7, artikel 5, § 4, eerste lid, 3°, werd gewijzigd met ingang van 16.05.2014 (Art. 10, KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 – Ed. 2, pg. 13872

Naar de tekst van deze versie

Tekst

7 paragrafen 5 punten van kracht van 16.05.2014 tot 30.06.2021

§ 1

De belasting verschuldigd bij invoer wordt betaald op het tijdstip van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 2 en 3.

§ 2

In de door de Minister van Financiën te bepalen gevallen en onder de door hem te stellen voorwaarden, mag de voldoening worden uitgesteld tot bij het verstrijken van een termijn van ten hoogste tien dagen te rekenen vanaf de aangifte.

§ 3

lid 1Aan belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde vergunning worden verleend om de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet te voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de bovenbedoelde periodieke aangifte.

lid 2Aan de personen die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, vooraf zijn erkend, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde evenwel vergunning worden verleend waardoor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die door eerstgenoemden worden vertegenwoordigd, de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet moeten voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte die bedoelde personen moeten indienen voor rekening van deze belastingplichtigen.

lid 3De in het eerste en tweede lid bedoelde vergunninghouder mag de bij de invoer verschuldigde belasting niet voldoen volgens de wijze als voorzien in de paragrafen 1 en 2.

§ 4

lid 1De in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :

1°

de belastingplichtigen moeten een invoer hebben verricht of moeten kunnen aantonen dat in de toekomst het geval zal zijn;

2°

zij hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die zij hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften;

3°

zij hebben geen belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie ingevoegde tekst: belast met de belasting over de toegevoegde waarde einde van de invoeging. die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.

gewijzigd

lid 2De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :

1°

de vooraf erkende personen hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die hun lastgevers hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften;

2°

zij zijn met hun lastgevers, in de zin van artikel 55, § 4, tweede lid, van het Wetboek, niet gehouden tot betaling van een belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.

§ 5

De in paragraaf 3 bedoelde vergunning moet schriftelijk worden aangevraagd. Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van de aanvraag wordt de vergunning verleend indien de daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij een met redenen omklede beslissing.

§ 6

lid 1Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan de in paragraaf 3 bedoelde vergunning worden ingetrokken indien zij werd afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring of als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld door artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

lid 2In geval van intrekking overeenkomstig het eerste lid, zal een nieuwe vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht.

§ 7

Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepaald. Hij bepaalt onder meer de formaliteiten die bij de aanvraag of de intrekking van de vergunning dienen te worden vervuld. Hij stelt bovendien de vorm en de inhoud vast van deze vergunning.

Opeenvolgende versies

8 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
01.07.2021van kracht§ 1, werd gewijzigdKB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021
16.05.2014getoond§ 4, eerste lid, 3°, werd gewijzigdKB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015
04.07.2013het artikel werd vervangenKB 13.06.2013, B.S. 24.06.2013
01.01.2013de Nederlandse tekst van § 3, werd gewijzigdKB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013
20.09.2004§ 1, werd gewijzigd en § 4, ingevoegdKB 01.09.2004, B.S. 10.09.2004
01.01.2004§ 3, werd gewijzigdKB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004
01.01.2002het artikel werd gewijzigdKB 02.04.2002
01.01.1993het artikel werd ingevoerdKB 29.12.1992