---
title: "Koninklijk besluit nr. 7, artikel 5 · invoer"
description: "Artikel 5 van het Belgische koninklijk besluit nr. 7 inzake btw : de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, invoer."
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-7-article-7c8d"
---

Van kracht

# Koninklijk besluit nr. 7, artikel 5 · De invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

**Besluit**

nr. 7

**Artikel**

5

**Van kracht sinds**

01.07.2021

## Over het document

**Verzameling**

Koninklijke besluiten

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

7 paragrafen 5 punten

## § 1

[13 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?point=ar7-art5-p1)

De belasting verschuldigd bij invoer wordt betaald op het tijdstip van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van het bepaalde in [artikel 58sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58sexies) van het Wetboek en de paragrafen 2 en 3.

## § 2

[6 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?point=ar7-art5-p2)

In de door de Minister van Financiën te bepalen gevallen en onder de door hem te stellen voorwaarden, mag de voldoening worden uitgesteld tot bij het verstrijken van een termijn van ten hoogste tien dagen te rekenen vanaf de aangifte.

## § 3

[35 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?point=ar7-art5-p3)

lid 1 Aan belastingplichtigen die de in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in [artikel 55, § 3, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), van het Wetboek, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde vergunning worden verleend om de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet te voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de bovenbedoelde periodieke aangifte.

lid 2 Aan de personen die overeenkomstig [artikel 55, § 3, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), van het Wetboek, vooraf zijn erkend, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde evenwel vergunning worden verleend waardoor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die door eerstgenoemden worden vertegenwoordigd, de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet moeten voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek bedoelde aangifte die bedoelde personen moeten indienen voor rekening van deze belastingplichtigen.

lid 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde vergunninghouder mag de bij de invoer verschuldigde belasting niet voldoen volgens de wijze als voorzien in de paragrafen 1 en 2.

## § 4

[1 document](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?point=ar7-art5-p4)

lid 1 De in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :

1° de belastingplichtigen moeten een invoer hebben verricht of moeten kunnen aantonen dat in de toekomst het geval zal zijn;

2° zij hebben alle periodieke aangiften bedoeld in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die zij hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften;

3° zij hebben geen belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.

lid 2 De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :

1° de vooraf erkende personen hebben alle periodieke aangiften bedoeld in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die hun lastgevers hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften;

2° zij zijn met hun lastgevers, in de zin van [artikel 55, § 4, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), van het Wetboek, niet gehouden tot betaling van een belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.

## § 5

De in paragraaf 3 bedoelde vergunning moet schriftelijk worden aangevraagd. Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van de aanvraag wordt de vergunning verleend indien de daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij een met redenen omklede beslissing.

## § 6

[1 document](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?point=ar7-art5-p6)

lid 1 Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan de in paragraaf 3 bedoelde vergunning worden ingetrokken indien zij werd afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring of als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld door [artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

lid 2 In geval van intrekking overeenkomstig het eerste lid, zal een nieuwe vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht.

## § 7

Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepaald. Hij bepaalt onder meer de formaliteiten die bij de aanvraag of de intrekking van de vergunning dienen te worden vervuld. Hij stelt bovendien de vorm en de inhoud vast van deze vergunning.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 5 voorkomens

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 3 voorkomens

[WBTW art. 58sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58sexies) 1 voorkomen

## Rechtspraak

5

### België

5

Hof van Cassatie F.09.0122.N 14.01.2011

#### [Gerechtelijk recht, Berusting in een rechterlijke beslissing](https://juriel.be/nl/rechtspraak/gerechtelijk-recht-berusting-in-rechterlijke-cassatie-brussel-2011-01-14-3810)

KB nr. 7 art. 5

Hof van beroep te Antwerpen 2024/AR/564 20.01.2026

#### [Neutaliteitsbeginsel, Proportionele geldboete, interesten, Voorafgaande kennisgeving, Fraudetermijn](https://juriel.be/nl/rechtspraak/neutaliteitsbeginsel-proportionele-geldboete-interesten-hof-van-beroep-antwerpen-2026-01-20-0c98)

§ 3

Hof van beroep te Brussel 07.02.2003

#### [Hof van beroep te Brussel, 7 februari 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak/hof-van-beroep-brussel-2003-02-07-df3e)

§ 3

## Administratieve doctrine

35

[Omzendbrieven 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?type=omzendbrieven) [Fiches van de administratieve commentaar 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?type=commentaar) [Parlementaire vragen 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?type=parlementaire-vragen) [Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?type=administratieve-beslissingen)

## Wetgeving

7

[Koninklijke besluiten 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten?type=koninklijke-besluiten)

45 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 2 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

[Bekijk de 47 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/documenten)

## Opeenvolgende versies

8 versies eerste op 01.01.1993

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| 01.07.2021 van kracht | § 1, werd gewijzigd | KB 29.06.2021, B.S. 01.07.2021 |
| [16.05.2014](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2014-05-16) | § 4, eerste lid, 3°, werd gewijzigd | KB 24.01.2015, B.S. 20.02.2015 |
| [04.07.2013](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2013-07-04) | het artikel werd vervangen | KB 13.06.2013, B.S. 24.06.2013 |
| [01.01.2013](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2013-01-01) | de Nederlandse tekst van § 3, werd gewijzigd | KB 30.04.2013, B.S. 08.05.2013 |
| [20.09.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2004-09-20) | § 1, werd gewijzigd en § 4, ingevoegd | KB 01.09.2004, B.S. 10.09.2004 |
| [01.01.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2004-01-01) | § 3, werd gewijzigd | KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| [01.01.2002](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-2002-01-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 02.04.2002 |
| [01.01.1993](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae/versie-1993-01-01) | het artikel werd ingevoerd | KB 29.12.1992 |
