---
title: "Koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting"
description: "Belgisch koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven : teruggaaf van belasting, Btw-teruggave."
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b"
---

Van kracht

# Koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting · Teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

**Besluit**

nr. 4

## Over het document

**Verzameling**

Koninklijke besluiten

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 artikelen

(Uitvoering van de artikelen 25quinquies, 53octies, 58, 75 tot 80, 82 en 90 van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 20 - Laatstelijk gewijzigd met ingang van 10.01.2026 bij:

17 december 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 10, 18, 19, 22, 27, 41, 44, 53 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, bl. 99208, Numac:2025009888

## art. 1

[32 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art1)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 1, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1993 (Art.1, A en B, KB 29.12.1992 en Art.1, B, KB 14.04.1993))

lid 2 De teruggaaf ingesteld bij de artikelen [77, §§ 1 en 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77), en [77 bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt naar gelang van het geval verleend aan degene die de belasting aan de Staat heeft voldaan of aan degene die in het bezit is van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt.

lid 3Hij die voor de voldoening van de belasting gehouden is een aangifte in te dienen, wordt geacht de belasting aan de Staat te hebben voldaan wanneer hij ze heeft opgenomen in het bedrag van de verschuldigde belasting ingeschreven in de aangifte en hij de belasting heeft voldaan die die aangifte vaststelt.

lid 4Door of vanwege de Minister van Financiën kan, in de gevallen en onder de voorwaarden door of namens hem te bepalen, worden afgeweken van het eerste lid van dit artikel.

## art. 2

[12 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art2)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 2, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2004 (Art. 3, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

lid 2 De teruggaaf bedoeld in [artikel 77, § 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77), van het Wetboek wordt niet verleend wanneer ze betrekking heeft op de invoer van een goed dat geen bedrijfsmiddel is en de geadresseerde een belastingplichtige is die gehouden is de aangifte bedoeld in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek in te dienen en die de bij de invoer voldane belasting volledig in aftrek kan brengen.

lid 3Wanneer de bedoelde teruggaaf betrekking heeft op de invoer van een bedrijfsmiddel of van een ander goed waarvoor de bij de invoer voldane belasting slechts gedeeltelijk in aftrek kon worden gebracht, is de geadresseerde die de teruggaaf bekomt ertoe gehouden de belasting aan de Staat terug te storten in de mate waarin hij ze oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht. Die terugstorting vindt plaats door het bedrag ervan te begrijpen in het bedrag van de belasting dat is verschuldigd over het aangiftetijdvak waarin de teruggaaf wordt bekomen.

lid 4Door of vanwege de Minister van Financiën kan evenwel worden bepaald dat, in de gevallen bedoeld in het vorige lid, de teruggaaf wordt beperkt tot de belasting die niet in aftrek kon worden gebracht.

## art. 3

[37 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art3)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 3, tweede, derde en vierde streepje, werd gewijzigd met ingang van 09.08.2009 (Art. 81, W 31.01.2009, B.S. 09.02.2009))

lid 2 De vordering tot teruggaaf ontstaat op het tijdstip waarop de oorzaak van teruggaaf zich voordoet. De vordering tot teruggaaf bedoeld in [artikel 77, § 1, 7°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77), van het Wetboek ontstaat :

- in geval van faillissement, op de datum van het vonnis van faillietverklaring;

- in geval van gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord, op de datum van de homologatie door de rechtbank, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het reorganisatieplan;

- in geval van gerechtelijke reorganisatie door een minnelijk akkoord, op de datum van het vonnis dat het minnelijk akkoord vaststelt, wat betreft de schuldvorderingen waarvan de vermindering werd opgetekend in het akkoord;

- op de datum van de uitspraak tot sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag, wat betreft de schuldvorderingen die ten gevolge van de overdracht niet konden worden aangezuiverd.

## art. 4

[77 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art4)

(De tekst van KB nr. 4, artikel 4, § 1, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2004 (Art. 5, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

1) Om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon die, naargelang van het geval, gehouden is de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53ter, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte in te dienen:

1° een verbeterend stuk opmaken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag;

2° dat stuk inschrijven in een daartoe bestemd register;

3° in de gevallen bedoeld in artikel 79 van het Wetboek, aan de medecontractant een dubbel van dat stuk uitreiken voorzien van de vermelding : "BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht";

4° in geval van teruggaaf van de belasting betaald ter zake van een intracommunautaire verwerving van goederen of ter zake van een dienst of een levering van goederen waarvoor de belasting door de medecontractant is verschuldigd, de belasting aan de Staat terugstorten in de mate waarin hij ze oorspronkelijk in aftrek heeft gebracht. Die terugstorting vindt plaats door het bedrag ervan te begrijpen in het bedrag van de belasting dat is verschuldigd over het aangiftetijdvak waarin de teruggaaf wordt bekomen.

lid 2 Door of vanwege de Minister van Financiën wordt geregeld hoe het verbeterend stuk moet worden opgemaakt en het register moet worden gehouden. Door of vanwege de Minister van Financiën kan, in de gevallen en onder de voorwaarden door of namens hem te bepalen, worden toegestaan dat het register op losse bladen wordt gehouden.

2) Het in § 1, 2°, bedoelde register moet op ieder verzoek van het hoofd van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon ressorteert op dat kantoor worden overgelegd.

lid 2 Indien het register niet wordt overgelegd moet de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon de belasting terugstorten waarvan hij de teruggaaf heeft verkregen en die in het register had moeten zijn ingeschreven.

lid 3 Het niet-overleggen van het register wordt vastgesteld bij proces-verbaal opgemaakt conform artikel 59 van het Wetboek.

## art. 5

[33 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art5)

(De tekst van KB nr. 4, artikel 5, § 1, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2004 (Art. 6, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

1) Ten aanzien van de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon die, naargelang van het geval, gehouden is de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53ter, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, vindt de teruggaaf plaats door toerekening op het bedrag van de belasting verschuldigd voor het aangiftetijdvak, van het totaalbedrag van de belasting waarvoor de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan in dat tijdvak.

lid 2 Ten aanzien van de belastingplichtige die gehouden is de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek bedoelde aangifte in te dienen wordt de teruggaaf van de belasting, die in het kader van de vergunning bedoeld in [artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae) van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde werd vooruitbetaald voor de invoer van goederen uit de grondgebieden van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap die binnen de werkingssfeer van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde vallen, evenwel gespreid over acht kalenderkwartalen wanneer het bedrag van die teruggaaf meer dan 500.000 frank (12.394,68 EUR) bedraagt. In dat geval vindt de teruggaaf plaats door toerekening van een achtste van de terug te geven belasting op het bedrag van de belasting verschuldigd voor het aangiftevak waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan en door toerekening van een achtste van die terug te geven belasting op het bedrag van de belasting verschuldigd voor de zeven volgende kalenderkwartalen of voor de laatste maand van die zeven kwartalen.

lid 3 De belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon verricht de toerekening, door het voor teruggaaf vatbare bedrag op te nemen in het bedrag van de herzieningen van belasting voor het aangiftetijdvak.

2) Wanneer de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon de toerekening niet heeft verricht conform § 1, mag hij dat nog doen in een van de aangiften ingediend vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.

## art. 6

[16 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art6)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 6, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 1, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit KB van 17.03.2019 is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2 In afwijking van artikel 5, § 1, kan de teruggaaf van de belasting, van de nalatigheidsinteresten en van de fiscale geldboeten, die werden voldaan op verzoek van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, niet plaatsvinden door toerekening op het bedrag van de door de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon verschuldigde belasting, voor zover het niet gaat om teruggaaf van de in een aangifte vastgestelde te betalen sommen.

lid 3 De vordering tot teruggaaf van die belasting, nalatigheidsinteresten en geldboeten is niet afhankelijk van het vervullen van de bij artikel 4 bepaalde formaliteiten; ze moet worden ingesteld bij de rechtbank bepaald in artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek, bij een verzoekschrift op tegenspraak, opgesteld overeenkomstig artikel 1385decies van dat Wetboek.

## art. 7

[11 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art7)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 7, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2004 (Art. 7, KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004))

lid 2 De krachtens artikel 5 bij wijze van toerekening terug te geven belasting wordt, ten aanzien van de belastingplichtige die gehouden is de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, gevoegd bij de belasting waarvoor het recht op aftrek wordt uitgeoefend overeenkomstig [artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art4) met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

## art. 81

[51 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art81)

(Tekst met ingang van 10.01.2026) \[historiek\]

1) Wanneer volgens de gegevens van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, het eindresultaat een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn in artikel 55, §§ 1 of 2, bedoelde aansprakelijke vertegenwoordiger teruggegeven, onder de volgende voorwaarden:

1° het door de Staat verschuldigd bedrag bereikt 50 euro;

2° de belastingplichtige heeft, uiterlijk vóór het einde van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de in artikel 76, § 1, zesde lid, 2°, van het Wetboek bedoelde ordonnancering of verrichting gelijkgesteld met een betaling plaatsheeft, door middel van de aangifte bedoeld in [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679#ar10-art1) of [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-artikel-a03f) van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde, aan de administratie een geldig bankrekeningnummer meegedeeld op de wijze bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde;

3° alle aangiften met betrekking tot de handelingen van de zes maanden die, al naargelang van het geval, het kalenderkwartaal of de maand voorafgaan op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt, zijn ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten;

4° de aangifte, waarvan het eindresultaat het door de Staat verschuldigd bedrag is waarvan de belastingplichtige om teruggave verzoekt, wordt ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten.

lid 2 De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, heeft plaats uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Voor een maandaangifte heeft de ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling evenwel plaats uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft.

lid 3 De belastingplichtige vraagt de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan bij het verstrijken van elk tijdvak waarvoor een overschot kan worden teruggegeven door een uitdrukkelijke vermelding aan te brengen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van dat tijdvak. De door de belastingplichtige ingediende aangifte waarin die vermelding is aangebracht, geldt als aanvraag tot teruggaaf.

2) Onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 3, wordt, wanneer de voorwaarden voor teruggaaf van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag niet vervuld zijn of wanneer dat bedrag door de belastingplichtige niet werd teruggevraagd, dat bedrag ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw binnen de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde termijn, indien het 2,50 euro bereikt.

lid 2 Wanneer de aangifte met als eindresultaat het op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw in te schrijven bedrag, wordt ingediend na de termijn bedoeld in artikel 17, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt, in afwijking van het eerste lid, de inschrijving op de Provisierekening btw verricht uiterlijk op het einde van de tweede of de derde maand die volgt op de maand waarin die aangifte wordt ingediend, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft.

3) Zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde teruggaaf, wordt die teruggaaf steeds geacht te zijn aangevraagd tot het beloop van de belastingschuld die aan te zuiveren is, wanneer op het tijdstip van de in paragraaf 1 bedoelde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling of op het in paragraaf 2 bedoelde tijdstip van inschrijving in de Provisierekening btw, de belastingplichtige uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde, belasting, geldboeten, nalatigheidsinteresten of bijkomende kosten verschuldigd is die voortvloeien uit overtredingen begaan vóór het verstrijken van de periode waarop de hierboven bedoelde aangifte betrekking heeft.

lid 2 Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in hoofde van de administratie een schuldvordering vormt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze niet wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in artikel 85 van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het passende beloop aangewend ter aanzuivering van de belastingschuld.

lid 3 Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in [artikel 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 4 Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit bedrag of de inschrijving op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw niet plaats en wordt het door de Staat verschuldigd bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan.

lid 5 De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vierde lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige.

lid 6 Indien de belastingplichtige niet binnen de in artikel 62, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoelde termijn de door de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde gevraagde inlichtingen heeft verstrekt ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en die toelaten om de waarachtigheid van dat bedrag te verantwoorden, wordt dat bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van dat bedrag na te gaan.

lid 7 Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het derde en het vierde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs vervat in de in het vijfde lid bedoelde processen-verbaal is weerlegd, of tot op het ogenblik dat de waarachtigheid van de handelingen blijkt uit gegevens verkregen overeenkomstig de procedures van de door de Europese Unie uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de lidstaten van de Unie. Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het zesde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot de administratie, op grond van door de belastingplichtige verstrekte gegevens of op grond van andere gegevens, de waarachtigheid van het bedrag heeft kunnen nagaan. Voor de toepassing van deze inhoudingen wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 8 De in het derde, vierde en zesde lid bedoelde kennisgeving van de inhouding en haar aanzegging aan de belastingplichtige binnen de in artikel 1457 van het Gerechtelijk Wetboek voorziene termijn gebeuren bij aangetekende zending. De afgifte van het stuk aan de universele postdienstverlener geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.

lid 9 De in het derde, vierde en zesde lid bedoelde inhouding geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek bedoeld bericht van beslag.

lid 10 De belastingplichtige kan enkel verzet doen tegen de in het derde, vierde en zesde lid bedoelde inhouding door toepassing te maken van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek.

lid 11 De inhouding neemt een einde ten gevolge van de opheffing ervan door de administratie of ten gevolge van een rechterlijke beslissing. In geval van opheffing door de administratie wordt de belastingplichtige in kennis gesteld per aangetekend schrijven met vermelding van de datum van opheffing.

lid 12 Na het einde van de inhouding van het door de Staat verschuldigd bedrag wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld die in hoofde van de administratie een schuldvordering uitmaakt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, overeenkomstig het tweede lid aangezuiverd zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. Het eventuele overschot wordt teruggegeven aan de belastingplichtige die geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde teruggaaf, voor zover aan de voorwaarden voor deze teruggaaf is voldaan, of wordt, bij gebrek eraan, ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw.

## art. 82

[3 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art82)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 8/2, werd opgeheven (Art. 10, KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024, pg. 123175, Numac: 2024009309) met ingang van 01.02.2025 (Art. 22, tweede lid, KB 29.09.2024))

lid 2(Opgeheven)

## art. 83

[9 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art83)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 8/3, wordt als volgt gewijzigd: 1°: tussen het zevende en het achtste lid wordt een lid ingevoegd; 2°: het achtste lid, dat het negende lid wordt, wordt vervangen; 3°: het negende lid, dat het tiende lid wordt, wordt gewijzigd (Art. 11, KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024, pg. 123175, Numac: 2024009309) met ingang van 01.02.2025 (Art. 22, tweede lid, KB 29.09.2024))

lid 2Wanneer volgens de gegevens van de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek het eindresultaat een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag aan de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon teruggegeven. De ondertekende aangifte geldt als aanvraag tot teruggaaf.

lid 3De teruggaaf vindt nochtans niet plaats tot het passende beloop wanneer op het tijdstip van de ordonnancering als bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde, belasting, geldboeten, nalatigheidsinteresten of bijkomende kosten verschuldigd is die voortvloeien uit overtredingen met betrekking tot de periode waarop de hierboven bedoelde aangifte betrekking heeft.

lid 4Indien de onder in het tweede lid bedoelde belastingschuld, in hoofde van de administratie, een schuldvordering vormt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze niet wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85 van het Wetboek, waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door de vordering in rechte bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, wordt het belastingkrediet tot het passende beloop aangewend ter aanzuivering van de schuld.

lid 5De ordonnancering geschiedt uiterlijk de derde maand volgend op het aangiftetijdvak waarop de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek betrekking heeft.

lid 6Indien de in het tweede lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar of vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een innings- en invorderingsregister bedoeld in artikel 85 van het Wetboek, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de vordering in rechte bedoeld in artikel 19, § 2, eerste lid van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, wordt het belastingkrediet tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 7Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar overschot dat blijkt uit de aangifte als bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn of dat aangiften niet werden ingediend en deze vermoedens of bewijzen een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de hierboven genoemde ordonnancering kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit overschot niet plaats en wordt het belastingkrediet ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan.

lid 8De in het vorige lid vermelde ernstige vermoedens of bewijzen die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek. Deze processen-verbaal worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon.

lid 9Indien de belastingplichtige niet binnen de in artikel 62, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoelde termijn de door de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde gevraagde inlichtingen heeft verstrekt ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte en die toelaten om de waarachtigheid van dat bedrag te verantwoorden, wordt dat bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van dat bedrag na te gaan.

lid 10De in het vijfde en het zesde lid bedoelde inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs van de in het zevende lid bedoelde processen-verbaal is weerlegd of tot op het ogenblik dat de waarachtigheid van de handelingen blijkt uit gegevens verkregen overeenkomstig de procedures van de door de Europese Unie uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de lidstaten van de Unie. De in het achtste lid bedoelde inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat de administratie, op grond van door de belastingplichtige verstrekte gegevens of op grond van andere gegevens, de waarachtigheid van het bedrag heeft kunnen nagaan. Voor de toepassing van deze inhoudingen wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 11De regels vermeld in het achtste tot het twaalfde lid van artikel 8/1, § 3, zijn van toepassing ten aanzien van de inhouding van het belastingkrediet als bedoeld in het vijfde tot en met het zevende lid, met dien verstande dat hetgeen ten aanzien van de belastingplichtige geldt, naargelang van het geval, ook ten aanzien van de niet-belastingplichtige rechtspersoon geldt.

## art. 9

(De tekst van KB nr. 4, artikel 9, § 2, werd vervangen en § 3, werd hersteld met ingang van 01.07.2022 (Art. 2, KB 10.04.2022, B.S. 19.04.2022, pg. 36854, Numac: 2022031696))

1) Wanneer de rechthebbende op teruggaaf een andere in België gevestigde persoon is dan een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die, naargelang van het geval, gehouden is de aangifte als bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53ter, 1°, van het Wetboek in te dienen, moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen, ofwel bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, indien hij een belastingplichtige of een niet- belastingplichtige rechtspersoon is, ofwel bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waarvan hij zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft, indien hij enig ander persoon is. De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen, in twee exemplaren, vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.

lid 2 De teruggaaf is afhankelijk van het bewijs van de betaling van de belasting.

2) Wanneer de rechthebbende op teruggaaf een niet-belastingplichtige rechtspersoon is die niet in België is gevestigd en er geen belastbare handelingen verricht andere dan de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen als bedoeld in artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, moet hij een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het KMO Centrum Specifieke Materies. De aanvraag moet bij die dienst toekomen, in drie exemplaren, uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft. Op de aanvraag tot teruggaaf wordt niet ingegaan indien zij betrekking heeft op een bedrag van minder dan 50 euro.

3) De niet in België maar in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige, alsook de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, kan teruggaaf verkrijgen van de belasting die geheven is van de hem geleverde goederen, van de hem verstrekte diensten en van de door hem verrichte invoeren hier te lande, volgens de bepalingen en de modaliteiten voorzien in het koninklijk besluit nr. 56 van 10 april 2022 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf en aan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.

4) De vorm van de aanvragen tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaven, worden door of vanwege de Minister van Financiën bepaald.

## art. 9bis

(De tekst van KB nr. 4, artikel 9bis, § 2, tweede lid, werd vervangen en het derde lid werd opgeheven met ingang van 01.07.2022 (Art. 3, KB 10.04.2022, B.S. 19.04.2022, pg. 36854, Numac: 2022031696))

1) In afwijking van artikel 9 mag elke belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van de Richtlijn 2006/112/EG, met uitsluiting van de belastingplichtigen gehouden tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, de belastingen geheven van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten die verband houden met zijn onder die bijzondere regeling vallende handelingen, recupereren bij wijze van teruggaaf volgens de in dit artikel vastgestelde modaliteiten.

2) Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf in België is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in bij de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert. De aanvraag wordt in twee exemplaren naar deze dienst toegestuurd vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.

lid 2 Wanneer de rechthebbende op de in paragraaf 1 bedoelde teruggaaf niet in België maar in een andere lidstaat is gevestigd of niet in de Gemeenschap is gevestigd, dient hij een aanvraag tot teruggaaf in overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 56 van 10 april 2022 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf en aan niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.

3) De minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de vorm van de aanvragen tot teruggaaf, de over te leggen stukken en de modaliteiten van de teruggaven.

## art. 10

[3 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art10)

(De tekst van KB nr. 4, artikel 10, is van toepassing met ingang van 01.01.1993 (Art.12, KB 29.12.1992))

1) De teruggave ingesteld bij artikel 77, § 2, van het Wetboek wordt verleend aan de invalide of gehandicapte die bij de verwerving of bij de invoer van een automobiel voldoet aan alle voorwaarden gesteld om te kunnen genieten van het verlaagd tarief van de belasting over de toegevoegde waarde, voorzien in tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

lid 2 De rechthebbende op de teruggaaf moet zich voor die indiening van zijn aanvraag om teruggaaf schikken naar artikel 9 van dit besluit.

2) De regularisatie voorzien in artikel 77, § 2, tweede lid, van het Wetboek wordt gelijktijdig verricht met deze voorzien in tabel A, rubriek XXII, eerste afdeling, § 5, van de bijlage bij voornoemd koninklijk besluit nr. 20. Zij heeft betrekking op het bedrag van de belasting die oorspronkelijk aan de invalide of gehandicapte bij de verwerving of bij de invoer van zijn automobiel werd teruggegeven en zij gebeurt in dezelfde gevallen en volgens dezelfde wijze van berekening en van betaling als deze voorzien in laatstgenoemde bepaling.

## art. 11

[4 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art11)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 11, eerste en tweede lid, werd gewijzigd met ingang van 07.07.2003 (Art. 9, KB 16.06.2003, B.S. 27.06.2003))

lid 2 Wanneer, ten aanzien van tabaksfabrikaten of andere in [artikel 58, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58), van het Wetboek bedoelde goederen, een en dezelfde oorzaak de teruggaaf van de accijns en van de belasting over de toegevoegde waarde rechtvaardigt, dient de aanvraag om teruggaaf van die belasting te worden ingediend bij het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.

lid 3De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen tegelijk met de aanvraag om teruggaaf van de accijns, en in ieder geval vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaaf zich heeft voorgedaan.

lid 4De teruggaaf vindt plaats onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als de teruggaaf van de accijns.

## art. 12

(Tekst met ingang van 10.01.2026)\[historiek\]

1) De teruggaven voorzien in artikel 8/1 geschieden rekening houdend met de bankgegevens, inclusief IBAN en BIC, vermeld in de aangifte bedoeld in de artikelen [1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679#ar10-art1) of [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-artikel-a03f) van het koninklijk besluit nr. 10 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde.

1bis) De teruggaven voorzien in artikel 9, § 2, geschieden rekening houdend met de aan de administratie verstrekte bankgegevens.

2) De andere teruggaven dan die welke in de paragrafen 1 en 1bis zijn bedoeld geschieden rekening houdend met de aan de administratie verstrekte bankgegevens, inclusief IBAN en BIC. Teruggaaf van een bedrag dat niet hoger is dan 12,50 euro wordt echter niet toegestaan.

3) (Opgeheven)

## art. 13

[11 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art13)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 13, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 6, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2De teruggaaf van de belasting, van de nalatigheidsinteresten en van de fiscale geldboeten, kan niet geldig worden verkregen wanneer de formaliteiten en voorwaarden bepaald bij dit besluit, niet worden nageleefd.

lid 3Door of vanwege de Minister van Financiën kunnen, in de door of namens hem te bepalen gevallen, de rechthebbenden echter geheel of gedeeltelijk van dat verval worden ontheven.

lid 4 Onverminderd de toepassing van de artikelen [70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70), [73](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) en [91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) van het Wetboek, moet hij die onrechtmatig teruggaaf heeft verkregen, het bedrag ervan aan de Staat terugstorten.

## art. 14

[35 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?point=ar4-art14)

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 14, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2019 (Art. 7, KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019, pg. 35699). Dit besluit (KB 17.03.2019) is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd kennisgegeven of betekend vóór de datum van zijn inwerkingtreding – 01.04.2019 (Art. 23, KB 17.03.2019))

lid 2De vordering in rechte met betrekking tot de teruggaaf van de belasting, van de nalatigheidsinteresten en van de fiscale geldboeten, moet worden ingesteld vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op, naargelang het geval, dit van de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen ofwel dit van de betaling van de belasting, van de interesten en van de fiscale geldboeten, die werden voldaan op verzoek van de administratie.

## art. 15

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 15, is van toepassing met ingang van 01.01.1971 (KB 29.12.1969))

lid 2Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

## art. 16

lid 1(De tekst van KB nr. 4, artikel 16, is van toepassing met ingang van 01.01.1971 (KB 29.12.1969))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

## Aangehaalde teksten

21

[WBTW art. 77](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) 3 voorkomens

[KB nr. 10 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679) 2 voorkomens

[KB nr. 10 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-artikel-a03f) 2 voorkomens

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 2 voorkomens

[KB nr. 3 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 7 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae) 1 voorkomen

[WBTW art. 25quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen

[WBTW art. 53octies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53octies) 1 voorkomen

[WBTW art. 70](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70) 1 voorkomen

[WBTW art. 73](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-73) 1 voorkomen

[WBTW art. 75](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-75) 1 voorkomen

[WBTW art. 77bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 80](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-80) 1 voorkomen

[WBTW art. 82](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-82) 1 voorkomen

[WBTW art. 84decies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84decies) 1 voorkomen

[WBTW art. 84quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84quinquies) 1 voorkomen

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 1 voorkomen

[WBTW art. 8bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 90](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-90) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

## Rechtspraak

125

### België

123

Raad van State 267.595 10.09.2026

#### [Kredietverzekering, Raad van State](https://juriel.be/nl/rechtspraak/kredietverzekering-raad-van-state-brussel-2026-09-10-7cff)

art. 1

Hof van Cassatie F.22.0059.N 20.06.2025

#### [Vergissing factuur, teruggaaf, Btw-teruggave, teruggaaf bij vergissing gefactureerde belasting](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vergissing-factuur-teruggaaf-btw-teruggave-cassatie-brussel-2025-06-20-52fc)

art. 4, § 1

Hof van Cassatie F.22.0126.N 20.06.2024

#### [Faillissement medecontractant, Recht op teruggaaf](https://juriel.be/nl/rechtspraak/faillissement-medecontractant-recht-teruggaaf-verloren-cassatie-brussel-2024-06-20-5457)

KB nr. 4 art. 3

### Europese Unie

2

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van Justitie C-286/94 18.12.1997

#### [Werkingssfeer, recht op aftrek van BTW](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-286-94-arrest)

art. 81, § 3

## Administratieve doctrine

126

[Omzendbrieven 43](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=omzendbrieven) [Fiches van de administratieve commentaar 34](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=commentaar) [Parlementaire vragen 25](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=parlementaire-vragen) [Administratieve beslissingen 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=administratieve-beslissingen) [Voorafgaande beslissingen 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=voorafgaande-beslissingen)

## Wetgeving

5

[Koninklijke besluiten 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten?type=koninklijke-besluiten)

213 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 7 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 36 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

[Bekijk de 256 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7/documenten)
