---
title: "Koninklijk besluit nr. 4, artikel 8^1 · teruggaaf van belasting, belastingkrediet"
description: "Artikel 8^1 van het Belgische koninklijk besluit nr. 4 inzake btw : teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, teruggaaf van belasting."
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-article-86c6"
---

Van kracht

# Koninklijk besluit nr. 4, artikel 8^1 · Teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

**Besluit**

nr. 4

**Artikel**

8/1

**Van kracht sinds**

10.01.2026

## Over het document

**Verzameling**

Koninklijke besluiten

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

1 artikel

## art. 8/1

(Tekst met ingang van 10.01.2026) \[historiek\]

1) Wanneer volgens de gegevens van de in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek bedoelde aangifte, het eindresultaat een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn in artikel 55, §§ 1 of 2, bedoelde aansprakelijke vertegenwoordiger teruggegeven, onder de volgende voorwaarden:

1° het door de Staat verschuldigd bedrag bereikt 50 euro;

2° de belastingplichtige heeft, uiterlijk vóór het einde van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de in [artikel 76, § 1, zesde lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76), van het Wetboek bedoelde ordonnancering of verrichting gelijkgesteld met een betaling plaatsheeft, door middel van de aangifte bedoeld in [artikel 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679#ar10-art1) of [2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-artikel-a03f) van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde, aan de administratie een geldig bankrekeningnummer meegedeeld op de wijze bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde;

3° alle aangiften met betrekking tot de handelingen van de zes maanden die, al naargelang van het geval, het kalenderkwartaal of de maand voorafgaan op het einde waarvan het door de Staat verschuldigde bedrag blijkt, zijn ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten;

4° de aangifte, waarvan het eindresultaat het door de Staat verschuldigd bedrag is waarvan de belastingplichtige om teruggave verzoekt, wordt ingediend binnen de in artikel 17, § 1 of § 2, bedoelde termijn en overeenkomstig de in artikel 18, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde modaliteiten.

lid 2 De ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag, heeft plaats uiterlijk op het einde van de derde maand volgend op het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Voor een maandaangifte heeft de ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling evenwel plaats uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op het tijdvak waarop de maandaangifte betrekking heeft.

lid 3 De belastingplichtige vraagt de in het eerste lid bedoelde teruggaaf aan bij het verstrijken van elk tijdvak waarvoor een overschot kan worden teruggegeven door een uitdrukkelijke vermelding aan te brengen in de in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van dat tijdvak. De door de belastingplichtige ingediende aangifte waarin die vermelding is aangebracht, geldt als aanvraag tot teruggaaf.

2) Onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 3, wordt, wanneer de voorwaarden voor teruggaaf van het in paragraaf 1 bedoelde bedrag niet vervuld zijn of wanneer dat bedrag door de belastingplichtige niet werd teruggevraagd, dat bedrag ingeschreven op de in [artikel 83bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83bis) van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw binnen de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde termijn, indien het 2,50 euro bereikt.

lid 2 Wanneer de aangifte met als eindresultaat het op de in [artikel 83bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83bis) van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw in te schrijven bedrag, wordt ingediend na de termijn bedoeld in artikel 17, § 1 of § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt, in afwijking van het eerste lid, de inschrijving op de Provisierekening btw verricht uiterlijk op het einde van de tweede of de derde maand die volgt op de maand waarin die aangifte wordt ingediend, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft.

3) Zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde teruggaaf, wordt die teruggaaf steeds geacht te zijn aangevraagd tot het beloop van de belastingschuld die aan te zuiveren is, wanneer op het tijdstip van de in paragraaf 1 bedoelde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling of op het in paragraaf 2 bedoelde tijdstip van inschrijving in de Provisierekening btw, de belastingplichtige uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde, belasting, geldboeten, nalatigheidsinteresten of bijkomende kosten verschuldigd is die voortvloeien uit overtredingen begaan vóór het verstrijken van de periode waarop de hierboven bedoelde aangifte betrekking heeft.

lid 2 Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in hoofde van de administratie een schuldvordering vormt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze niet wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in [artikel 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging niet werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het passende beloop aangewend ter aanzuivering van de belastingschuld.

lid 3 Indien de in het eerste lid bedoelde belastingschuld in het voordeel van de administratie geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is, wat onder meer het geval is wanneer ze wordt betwist of wanneer ze werd opgenomen in een in [artikel 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) van het Wetboek bedoeld innings- en invorderingsregister, waarvan de tenuitvoerlegging werd gestuit door de in artikel 19, § 2, eerste lid, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bedoelde vordering in rechte, wordt het door de Staat verschuldigd bedrag tot het beloop van de schuldvordering van de administratie ingehouden. Deze inhouding geldt als bewarend beslag onder derden tot het geschil definitief wordt beëindigd op administratieve wijze of bij wijze van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest. Voor de toepassing van deze inhouding wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 4 Indien ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en waarvoor de belastingplichtige al dan niet voor de teruggaaf heeft geopteerd, hetzij ernstige vermoedens, hetzij bewijzen bestaan dat de voormelde aangifte of de aangiften voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de genoemde ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan geschieden, heeft de ordonnancering van dit bedrag of de inschrijving op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw niet plaats en wordt het door de Staat verschuldigd bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan.

lid 5 De ernstige vermoedens of bewijzen bedoeld in het vierde lid, die de belastingschuld aantonen of helpen aantonen, dienen te worden gerechtvaardigd in processen-verbaal conform artikel 59, § 1, van het Wetboek en worden per aangetekende brief vooraf ter kennis gebracht van de belastingplichtige.

lid 6 Indien de belastingplichtige niet binnen de in artikel 62, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoelde termijn de door de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde gevraagde inlichtingen heeft verstrekt ten aanzien van een voor teruggaaf vatbaar bedrag dat blijkt uit de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en die toelaten om de waarachtigheid van dat bedrag te verantwoorden, wordt dat bedrag ingehouden teneinde de administratie toe te laten de waarachtigheid van dat bedrag na te gaan.

lid 7 Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het derde en het vierde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs vervat in de in het vijfde lid bedoelde processen-verbaal is weerlegd, of tot op het ogenblik dat de waarachtigheid van de handelingen blijkt uit gegevens verkregen overeenkomstig de procedures van de door de Europese Unie uitgevaardigde reglementering inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de lidstaten van de Unie. Onverminderd de mogelijkheid voor de beslagrechter om de opheffing ervan te bevelen, geldt de in het zesde lid bedoelde inhouding als bewarend beslag onder derden tot de administratie, op grond van door de belastingplichtige verstrekte gegevens of op grond van andere gegevens, de waarachtigheid van het bedrag heeft kunnen nagaan. Voor de toepassing van deze inhoudingen wordt de voorwaarde vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek geacht te zijn vervuld.

lid 8 De in het derde, vierde en zesde lid bedoelde kennisgeving van de inhouding en haar aanzegging aan de belastingplichtige binnen de in artikel 1457 van het Gerechtelijk Wetboek voorziene termijn gebeuren bij aangetekende zending. De afgifte van het stuk aan de universele postdienstverlener geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.

lid 9 De in het derde, vierde en zesde lid bedoelde inhouding geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ambtenaar, van een in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek bedoeld bericht van beslag.

lid 10 De belastingplichtige kan enkel verzet doen tegen de in het derde, vierde en zesde lid bedoelde inhouding door toepassing te maken van artikel 1420 van het Gerechtelijk Wetboek.

lid 11 De inhouding neemt een einde ten gevolge van de opheffing ervan door de administratie of ten gevolge van een rechterlijke beslissing. In geval van opheffing door de administratie wordt de belastingplichtige in kennis gesteld per aangetekend schrijven met vermelding van de datum van opheffing.

lid 12 Na het einde van de inhouding van het door de Staat verschuldigd bedrag wordt, in voorkomend geval, de belastingschuld die in hoofde van de administratie een schuldvordering uitmaakt die zeker, opeisbaar en vaststaand is, overeenkomstig het tweede lid aangezuiverd zonder dat enige formaliteit moet worden nageleefd. Het eventuele overschot wordt teruggegeven aan de belastingplichtige die geopteerd heeft voor de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde teruggaaf, voor zover aan de voorwaarden voor deze teruggaaf is voldaan, of wordt, bij gebrek eraan, ingeschreven op de in artikel 83bis van het Wetboek bedoelde Provisierekening btw.

## Aangehaalde teksten

17

[KB nr. 1 art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-18-5d05) 29 voorkomens

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 19 voorkomens

[WBTW art. 85](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-85) 18 voorkomens

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 16 voorkomens

[KB nr. 10 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679) 10 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) 9 voorkomens

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 8 voorkomens

[WBTW art. 25ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25ter) 8 voorkomens

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 5 voorkomens

[WBTW art. 83bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-83bis) 4 voorkomens

[KB nr. 10 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-artikel-a03f) 3 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1bis/1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-b113) 3 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) 3 voorkomens

[KB nr. 20 art. 1sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) 3 voorkomens

[WBTW art. 21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 1 voorkomen

## Rechtspraak

25

### België

25

Hof van Cassatie F.19.0150.N 30.04.2021

#### [Dwangbevel, Bijzondere rekening, Inhouding, inhouding van een Btw-belastingskrediet](https://juriel.be/nl/rechtspraak/dwangbevel-bijzondere-rekening-inhouding-btw-cassatie-brussel-2021-04-30-284f)

Hof van Cassatie F.11.0173.N 23.11.2012

#### [Vordering tot teruggave, Verjaringstermijn, Aanvang](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vordering-teruggave-verjaringstermijn-aanvang-cassatie-brussel-2012-11-23-6504)

Hof van Cassatie F.11.0173.N 23.11.2012

#### [Vordering tot teruggave, Verjaringstermijn, Aanvang, procedure](https://juriel.be/nl/rechtspraak/vordering-teruggave-verjaringstermijn-aanvang-procedure-cassatie-brussel-2012-11-23-e1a4)

## Administratieve doctrine

13

[Omzendbrieven 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/documenten?type=omzendbrieven) [Parlementaire vragen 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/documenten?type=parlementaire-vragen) [Fiches van de administratieve commentaar 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/documenten?type=commentaar)

## Wetgeving

2

[Koninklijke besluiten 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/documenten?type=koninklijke-besluiten)

11 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 29 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

[Bekijk de 40 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/documenten)

## Opeenvolgende versies

25 versies eerste op 01.01.1987

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| 10.01.2026 van kracht |  | KB 17.12.2025, B.S. 31.12.2025 |
| [01.02.2025](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2025-02-01) | het artikel werd vervangen | KB 29.09.2024, B.S. 23.10.2024 |
| [01.04.2023](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2023-04-01) | § 2, eerste lid, 6°, werd vervangen | W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023 |
| [01.12.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2022-12-01) | § 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigd | KB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022 |
| [01.04.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2022-04-01) | § 2, eerste lid, 6°, werd vervangen | KB 23.03.2022, B.S. 30.03.2022 |
| [01.03.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2022-03-01) | § 2, eerste lid, 6°, ingevoegd; § 2, tweede lid, vervangen; § 3, derde lid, gewijzigd; § 5, eerste lid, gewijzigd en § 5, zevende lid, gewijzigd | KB 21.02.2022, B.S. 28.02.2022 |
| [01.01.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2022-01-01) | § 2, eerste lid, 3°, d), gewijzigd | KB 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| [01.04.2021](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2021-04-01) | § 2, eerste lid, 1°, 2°, inleidende zin onder 3° en 4°, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2021 | KB 29.03.2021, B.S. 31.03.2021 |
| [01.01.2020](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2020-01-01) | § 2, eerste lid, 4°, werd hersteld; tweede lid, werd vervangen; § 3, derde lid, werd gewijzigd; § 5, zesde lid, werd gewijzigd; § 5, achtste lid, werd vervangen en § 5 werd aangevuld met een lid | KB 29.08.2019, B.S. 05.09.2019 |
| [22.07.2019](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2019-07-22) | § 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangen | KB 28.06.2019, B.S. 12.07.2019 |
| [01.04.2019](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2019-04-01) | § 3, eerste, tweede en vierde lid, werd gewijzigd | KB 17.03.2019, B.S. 08.04.2019 |
| [03.03.2016](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2016-03-03) | § 2, eerste lid, 4° werd opgeheven en de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigd | KB 15.02.2016, B.S. 22.02.2016 |
| [16.05.2014](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2014-05-16) | § 3, tweede lid, werd gewijzigd | KB 24.01.2015, B.S. 20.01.2015 |
| [01.04.2014](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2014-04-01) | § 2, eerste lid, werd aangevuld met de bepaling onder 4°; de tekst van § 3, derde lid en § 5, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.04.2014 | KB 21.03.2014, B.S. 27.03.2014 |
| [01.07.2011](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2011-07-01) | § 2, eerste lid, 3°, d), werd vervangen | KB 05.08.2011, B.S. 11.08.2011 |
| [28.03.2011](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2011-03-28) | § 3, negende lid, laatste zin, werd opgeheven | KB 23.03.2011, B.S. 28.03.2011 |
| [01.01.2010](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2010-01-01) | § 2, eerste lid, 3°, b) en c); en § 3, derde lid, werd gewijzigd | KB 09.12.2009, B.S. 17.12.2009 |
| [23.02.2009](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2009-02-23) | § 2, eerste lid, 3°, werd vervangen | KB 10.02.2009, B.S. 13.02.2009 |
| [20.09.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2004-09-20) | § 2, eerste lid, 3° en § 5, zesde lid, werd gewijzigd | KB 01.09.2004, B.S. 10.09.2004 |
| [01.01.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2004-01-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 20.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| [07.07.2003](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2003-07-07) | § 2, eerste lid, 3°, § 3, tweede en vierde lid en § 5, eerste, zesde en zevende lid, werd gewijzigd | KB 16.06.2003, B.S. 27.06.2003 |
| [01.01.2002](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-2002-01-01) | § 2, 1° t.e.m. 3°, werd gewijzigd | 14, KB 20.07.2000 en Art. 37, 6°, KB 13.07.2001 |
| [01.01.1996](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-1996-01-01) | § 2, 3°, werd gewijzigd | KB 25.02.1996 |
| [01.01.1993](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-1993-01-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 29.12.1992; Art. 7, KB 14.04.1993 en Art.11, KB 22.11.1994 |
| [01.01.1987](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-b80a/versie-1987-01-01) | § 2, 1°, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1987 | KB 30.12.1986 |
