Koninklijk besluit nr. 3, artikel 18bis · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 3 01.01.2024 - 02.01.2025 § 1, derde en vierde lid werd gewijzigd; § 2, inleidende zin en § 2, 1°, werden gewijzigd; § 2, werd aangevuld; § 4, eerste lid, werd vervangen; § 8, werd ingevoegd KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 3, artikel 18bisDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-18bis-7238/versie-2024-01-01

Artikel
AR 3
Periode
01.01.2024 - 02.01.2025
Wijziging
§ 1, derde en vierde lid werd gewijzigd; § 2, inleidende zin en § 2, 1°, werden gewijzigd; § 2, werd aangevuld; § 4, eerste lid, werd vervangen; § 8, werd ingevoegd
Bron
KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023

Wat op die datum veranderde

8 gewijzigde passages op 28 138 ingevoegde woorden 22 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2023

Wat de FOD erover zegt : De tekst van KB nr. 3, artikel 18bis, § 1, derde en vierde lid werd gewijzigd; § 2, inleidende zin en § 2, 1°, werden gewijzigd; § 2, werd aangevuld; § 4, eerste lid, werd vervangen; § 8, werd ingevoegd (Art. 14, KB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023, pg. 120969, Numac: 2023048329) en § 1, tweede lid, werd gewijzigd (Art. 28, KB 17.12.2023) met ingang van 01.01.2024 (Art. 36, eerste lid, KB 17.12.2023

Naar de tekst van deze versie

Tekst

8 paragrafen 7 punten van kracht van 01.01.2024 tot 02.01.2025

§ 1

lid 1Overeenkomstig artikel 46, § 2, eerste lid, van het Wetboek kan iedere belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 van het Wetboek aanspraak op aftrek bestaat, in afwijking van afdeling IV, op grond van een voorafgaande kennisgeving aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, het recht op aftrek uitoefenen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan.

lid 2De belastingplichtige verstuurt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving uiterlijk vóór het einde van het eerste aangiftetijdvak van het lopende kalenderjaar door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1, 2 of 7bis van koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, geschrapte tekst: derde einde van de schrapping. ingevoegde tekst: vierde einde van de invoeging. lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde.

gewijzigd

lid 3De belastingplichtige die zijn economische activiteit aanvangt of zodanig wijzigt dat hij tegelijk ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 van het Wetboek aanspraak op aftrek bestaat, verstuurt in afwijking van het tweede lid, de in het eerste lid bedoelde kennisgeving volgens dezelfde modaliteiten vóór het einde van het geschrapte tekst: eerste einde van de schrapping. aangiftetijdvak geschrapte tekst: dat volgt op einde van de schrapping. ingevoegde tekst: waarin einde van de invoeging. de aanvang of de wijziging van zijn geschrapte tekst: activiteit. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: activiteit plaatsvindt. einde van de invoeging.

gewijzigd

lid 4De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf 1 januari van het betrokken kalenderjaar of, in het in het derde lid bedoelde geval, vanaf de eerste dag van geschrapte tekst: de aangifteperiode volgend op einde van de schrapping. de aanvang of wijziging van zijn activiteit. De belastingplichtige kan ten vroegste op 31 december van het derde jaar dat volgt op de datum van uitwerking van die kennisgeving terug zijn recht op aftrek uitoefenen volgens het in artikel 46, § 1, van het Wetboek bedoelde algemeen verhoudingsgetal, door middel van de in paragraaf 4 bedoelde kennisgeving.

gewijzigd

§ 2

De belastingplichtige die de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving doet, deelt bovendien ingevoegde tekst: jaarlijks einde van de invoeging. de volgende gegevens mee bij de indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot het eerste kwartaal of één van de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar:

1°

ingevoegde tekst: naargelang het geval, einde van de invoeging. het in artikel 15, geschrapte tekst: tweede einde van de schrapping. ingevoegde tekst: § 2, eerste einde van de invoeging. lid, bedoelde definitieve geschrapte tekst: algemene einde van de schrapping. ingevoegde tekst: algemeen einde van de invoeging. verhoudingsgetal van het voorafgaande kalenderjaar;

gewijzigd
2°

het aandeel, uitgedrukt in procenten, overeenkomstig de door de belastingplichtige op het moment van de kennisgeving gehanteerde criteria, van de aan de belastingplichtige in rekening gebrachte belasting op de handelingen die:

a)

uitsluitend worden gebruikt voor de bedrijfsafdeling of de bedrijfsafdelingen waarvan de handelingen volledig recht op aftrek verlenen;

b)

uitsluitend worden gebruikt voor de bedrijfsafdeling of de bedrijfsafdelingen waarvan de handelingen geen recht op aftrek verlenen;

c)

tegelijkertijd worden gebruikt voor de onder a) en b) vermelde bedrijfsafdelingen;

3°

één of meerdere bijzondere verhoudingsgetallen die van toepassing zijn op de in de bepaling onder 2°, c), bedoelde handelingen en, bij toepassing van meerdere bijzondere verhoudingsgetallen, het globale resultaat van de toepassing van die bijzondere verhoudingsgetallen op de aan de belastingplichtige in rekening gebrachte belasting op de handelingen die tegelijkertijd worden gebruikt voor de onder de bepaling onder 2°, a) en b) vermelde bedrijfsafdelingen.

lid 2

ingevoegde tekst: In afwijking van het eerste lid, deelt de belastingplichtige deze gegevens mee, in het in paragraaf 1, derde lid bedoelde geval, bij de indiening van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek met betrekking tot het kwartaal waarin de aanvang of de wijziging van zijn activiteit plaatsvindt of, indien hij deze aangifte maandelijks indient, met betrekking tot een van de eerste twee maanden na de aanvang of de wijziging van zijn activiteit. einde van de invoeging.

toegevoegd

§ 3

De belastingplichtige die nalaat de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving of de in paragraaf 2 bedoelde mededeling te doen, kan het recht op aftrek niet uitoefenen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan vóór 1 januari van het volgende kalenderjaar en op voorwaarde dat hij vooraf een kennisgeving heeft verstuurd overeenkomstig paragraaf 1, lid 1 en 2.

§ 4

lid 1De in paragraaf 1 bedoelde belastingplichtige die de aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan wenst te beëindigen, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis door geschrapte tekst: een einde van de schrapping. ingevoegde tekst: de in artikel 14, § 2, bedoelde einde van de invoeging. voorafgaande kennisgeving te geschrapte tekst: versturen overeenkomstig einde van de schrapping. ingevoegde tekst: versturen. Onverminderd paragraaf 1, vierde lid, gaat einde van de invoeging. de geschrapte tekst: in paragraaf 1 vastgestelde modaliteiten. De einde van de schrapping. beëindiging geschrapte tekst: gaat einde van de schrapping. in op 1 januari van het jaar dat volgt op deze kennisgeving.

lid 2De kennisgeving bedoeld in het eerste lid wordt niet verstuurd wanneer:

1°

uit de verklaring bedoeld in artikel 2, eerste lid of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen 15, § 2, vierde lid, 21bis, § 2, 9°, vierde lid, 25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid en 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, blijkt dat de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit uitsluitend handelingen verricht die recht op aftrek verlenen op grond van artikel 45 van het Wetboek dan wel uitsluitend handelingen die geen recht op aftrek verlenen;

2°

uit de in artikel 3 of 7bis van hetzelfde besluit bedoelde aangifte blijkt dat de belastingplichtige iedere economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, heeft beëindigd.

lid 2

In de in het tweede lid bedoelde gevallen houdt de belastingplichtige op de aftrek uit te oefenen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan vanaf de wijziging of stopzetting van zijn activiteit.

§ 5

De administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde bevestigt de ontvangst van de in de paragrafen 1 en 4 bedoelde kennisgevingen. Deze ontvangstbevestiging bevat, afhankelijk van het geval, de volgende gegevens:

1°

de identificatiegegevens van de belastingplichtige;

2°

de datum van aanvang en, in voorkomend geval, de datum van beëindiging van de aftrekregeling volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan.

§ 6

lid 1Wanneer de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde op grond van de haar voorgelegde feiten of de door haar verzamelde informatie van mening is dat de uitoefening door de belastingplichtige van zijn recht op aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan, niet of niet meer met de werkelijkheid overeenstemt, deelt zij de belastingplichtige via een gemotiveerde beslissing de redenen voor haar weigering mee. In dat verband kan zij aan de belastingplichtige desgevallend voorstellen om die aftrekregeling te behouden mits toepassing van andere criteria dan degene die door de belastingplichtige werden gebruikt voor de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving.

lid 2De in het eerste lid bedoelde weigeringsbeslissing wordt meegedeeld ten laatste op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving uitwerking heeft gehad en heeft uitwerking voor onbepaalde termijn vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving is verricht.

lid 3De belastingplichtige aan wie de in het eerste lid bedoelde weigeringsbeslissing ter kennis werd gebracht, kan, wanneer hij, desgevallend, de door de administratie in haar weigeringsbeslissing voorgestelde criteria niet toepast, ten vroegste opnieuw een in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving doen in het kalenderjaar dat volgt op de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.

lid 4De afwezigheid van enige weigeringsbeslissing van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde binnen de in het tweede lid bedoelde termijn doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor die administratie om de correcte toepassing door de belastingplichtige van de bepalingen van het Wetboek en de uitvoeringsbesluiten daarvan, en in het bijzonder de uitoefening door laatstgenoemde van zijn recht op aftrek, te controleren.

§ 7

lid 1De belastingplichtige die op 31 december 2022 de aftrek toepast volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis vóór 1 juli 2023, overeenkomstig de in paragrafen 1 en 2 bepaalde modaliteiten.

lid 2De in het eerste lid bedoelde informatie wordt, voor de toepassing van dit artikel, gelijkgesteld met de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving.

§ 8

ingevoegde tekst: Belastingplichtigen die ook werkzaamheden of handelingen verrichten die niet als in artikel 2 van het Wetboek bedoelde handelingen worden aangemerkt, delen de in paragraaf 2 bedoelde inlichtingen eveneens jaarlijks op dezelfde wijze mee. einde van de invoeging.

Opeenvolgende versies

3 versies eerste op 01.01.2023
Van krachtWijzigingBron
03.01.2025van kracht§ 2, eerste lid, 1°, werd vervangenKB 15.12.2024, B.S. 24.12.2024
01.01.2024getoond§ 1, derde en vierde lid werd gewijzigd; § 2, inleidende zin en § 2, 1°, werden gewijzigd; § 2, werd aangevuld; § 4, eerste lid, werd vervangen; § 8, werd ingevoegdKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.01.2023het artikel werd ingevoegd in afdeling VKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022