Koninklijk besluit nr. 22, artikel 10 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 22 01.01.1978 - 31.12.1992 § 1, 2°, gewijzigd KB 31.03.1978

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 22, artikel 10Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-22-artikel-10-f179/versie-1978-01-01

Artikel
AR 22
Periode
01.01.1978 - 31.12.1992
Wijziging
§ 1, 2°, gewijzigd
Bron
KB 31.03.1978

Tekst

2 paragrafen 2 punten van kracht van 01.01.1978 tot 31.12.1992

§ 1

De landbouwondernemer die niet langer onderworpen is aan de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek, kan teruggaaf verkrijgen van de belasting over de toegevoegde waarde geheven :

1°

van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt bij de wijgiging in de belastingregeling ;

2°

van de bedrijfsmiddelen die bij de wijziging nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn en het herzieningstijdvak bepaald bij artikel 48, § 2, van het Wetboek, of ter uitvoering ervan, niet is verstreken.

lid 2

De landbouwondondernemer kan evenwel geen teruggaaf verkrijgen wanneer hij krachtens artikel 2, § 2, niet langer onderworpen is aan de biezondere regeling ingesteld bij artikel 57, § 1, van het Wetboek.

§ 2

lid 1De teruggaaf is afhankelijk van de indiening bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de landbouwondernemer ressorteert, binnen drie maanden vanaf de wijziging in de belastingregeling, van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van die wijziging en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken worden opgemaakt in drie exemplaren waarvan er twee bestemd zijn voor het controlekantoor ; ze moeten op een gedetailleerde wijze de goederen en diensten vermelden die in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting, alsmede de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de landbouwondernemer, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het terug te geven bedrag.

lid 2De teruggaaf wordt slechts toegestaan in de mate waarin de landbouwondernemer de aftrek had kunnen verrichten bij toepassing van de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek, indien hij op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling de hoedanigheid van belastingplichtige had verkregen zoals bedoeld in artikel 49, 3°, van het Wetboek.

lid 3De landbouwondernemer oefent zijn recht op teruggaaf uit bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde stukken bij het controlekantoor werden ingediend, doch ten vroegste bij het indienen van de aangifte met betrekking tot handelingen van de maand maart 1972.

Opeenvolgende versies

3 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
01.01.2024van kracht§ 1, tweede lid, gewijzigdKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.01.1993§ 1, eerste en tweede lid, en § 2, gewijzigdA t.e.m. C, KB 14.04.1993
01.01.1978getoond§ 1, 2°, gewijzigdKB 31.03.1978