---
title: "Koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting"
description: "Belgisch koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting : Btw-tarief, verlaagd Btw-tarief, Btw-tarief van 12 %."
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e"
---

Van kracht

# Koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting

**Besluit**

nr. 20

## Over het document

**Verzameling**

Koninklijke besluiten

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 artikelen 3 tabellen

(Uitvoering van artikel 37 van het Btw-Wetboek)

Officieuze coördinatie nr. 39 - Laatstelijk gewijzigd bij:

14 FEBRUARI 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat de hervorming van bepaalde btw-tarieven in het kader van het meerjarig begrotingsakkoord betreft , Numac : 2026001322

10 FEBRUARI 2026. - Wet houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde, Numac: 2026001291

## art. 1

[293 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?point=ar20-art1)

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1, werd aangevuld met de bepaling onder c), met ingang van 01.04.2019 (Art. 2, KB 13.04.2019, B.S. 26.04.2019, pg. 40552))

lid 2Het normale tarief van de belasting over de toegevoegde waarde voor goederen en diensten bedoeld in het Wetboek bedraagt 21 pct.

lid 3In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven tegen het verlaagd tarief van:

a) 6 pct. voor de goederen en diensten opgenomen in tabel A van de bijlage bij dit besluit. Dit verlaagd tarief mag evenwel niet toegepast worden als de diensten bedoeld in tabel A bijkomstig deel uitmaken van een complexe overeenkomst die hoofdzakelijk andere diensten tot voorwerp heeft;

b) 12 pct. voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage bij dit besluit.

c) 0 pct. voor de goederen en diensten opgenomen in tabel C van de bijlage bij dit besluit.

lid 2 Tijdelijke bepalingen

## art. 1bis

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1bis, is vervallen met ingang van 01.04.2023 - Het artikel was van toepassing t.e.m. 31.03.2023 (Art. 64, W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022, pg. 102555, Numac: 2022043130). Het verlaagd tarief van 6 pct. voor de levering van elektriciteit, is vanaf 01.04.2023 opgenomen in tabel A, rubriek XIV, § 1, van de bijlage van KB nr. 20 (Art. 4, W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023, pg. 34683, Numac: 2023030776))

lid 2(Vervallen)

## art. 1bis/1

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1bis/1, is vervallen met ingang van 01.04.2023 - Het artikel was van toepassing t.e.m. 31.03.2023 (Art. 65, W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022, pg. 102555, Numac: 2022043130). Het verlaagd tarief van 6 pct. voor de levering van aardgas en van warmte via warmtenetten, is vanaf 01.04.2023 opgenomen in tabel A, rubriek XIV, § 2, van de bijlage van KB nr. 20 (Art. 4, W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023, pg. 34683, Numac: 2023030776))

lid 2(Vervallen)

## art. 1ter

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1ter, is vervallen met ingang van 01.01.2023 - Het artikel was van toepassing t.e.m. 31.12.2022 (Art. 1, KB 27.06.2022, B.S. 30.06.2022, pg. 53763, Numac: 2022032650))

lid 2(Vervallen)

## art. 1ter/1

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1ter/1, is vervallen met ingang van 01.10.2021 - Het artikel was van toepassing t.e.m. 30.09.2021 (Art. 1, KB 27.04.2021, B.S. 30.04.2021, pg. 41172))

lid 2(Vervallen)

## art. 1ter/2

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1ter/2, is vervallen met ingang van 01.01.2023 – Het artikel was van toepassing t.e.m. 31.12.2022 (Art. 3, W 20.12.2020, B.S. 30.12.2020 – Ed. 1, pg. 96102))

lid 2(Vervallen)

## art. 1quater

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1quater, is vervallen met ingang van 01.01.2024 (Art. 1, KB 27.03.2022, B.S. 31.03.2022, pg. 26189, Numac: 2022031427))

lid 2(Vervallen)

## art. 1quater/1

\[Tekst met ingang van 01.01.2026\] \[historiek\]

1) In afwijking van artikel 1 worden vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 onderworpen aan het verlaagd tarief van zes pct., het werk in onroerende staat dat tot voorwerp heeft de levering met plaatsing van warmtepompen die bestemd zijn voor verwarming, ongeacht of ze ook voor koeling kunnen worden gebruikt, in, op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen, met uitzondering van warmtepompen die worden gecombineerd met een ander verwarmingstoestel dat:

1° samen met de warmtepomp is aangesloten op hetzelfde gemeenschappelijke hydronische warmtedistributiesysteem;

2° gebruik maakt van een andere energiebron dan elektriciteit;

3° zowel afzonderlijk als gelijktijdig kan functioneren;

4° al dan niet gelijktijdig werd geïnstalleerd met de warmtepomp.

lid 2 Wordt eveneens beoogd, in de mate waarin het geen werk in onroerende staat betreft in de zin van het eerste lid, de handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw of de plaatsing in de onmiddellijke nabijheid van een gebouw van de warmtepompen bedoeld in het eerste lid, als bestanddelen of het gedeelte van bestanddelen van sanitaire installatie of installatie voor centrale verwarming.

2) De toepassing van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handelingen worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker in de zin van rubriek XXXI, §§ 1 en 2, van tabel A van de bijlage van dit besluit;

2° de handelingen hebben betrekking op een woning die, na de uitvoering ervan, daadwerkelijk hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privéwoning wordt gebruikt;

3° de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat minder dan tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen;

4° de warmtepompen die het voorwerp uitmaken van de in paragraaf 1 bedoelde handelingen voldoen aan de benchmarks voor emissies als respectievelijk vastgesteld in bijlage V bij Verordening (EU) 2015/1189 van de Commissie van 28 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de eisen inzake ecologisch ontwerp voor verwarmingsketels voor vaste brandstoffen betreft en in bijlage V bij Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie van 24 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp betreft voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken, en waaraan een EU-energielabel is toegekend waaruit blijkt dat is voldaan aan het criterium van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2017 tot vaststelling van een kader voor energie-etikettering en tot intrekking van Richtlijn 2010/30/EU;

5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:

lid 2 "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat minder dan tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van de onder (2) en (3) bedoelde voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.".

lid 3 Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid, 5°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig het eerste lid, 5°.

lid 4 Het verlaagd tarief is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde handelingen met betrekking tot de warmtepompen die uitsluitend instaan voor de warmtevoorziening van elementen van de woning die niet voor bewoning in de strikte zin worden gebruikt zoals zwembaden, sauna's en dergelijke installaties.

## art. 1quinquies

[11 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?point=ar20-art1quinquies)

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1quinquies, is vervallen met ingang van 01.01.2011))

lid 2(Vervallen)

## art. 1sexies

[10 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?point=ar20-art1sexies)

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 1sexies, is vervallen met ingang van 01.01.2011))

lid 2(Vervallen)

## art. 2

[3 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?point=ar20-art2)

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 2, is van toepassing met ingang van 01.01.1971 (Art. 98, W 03.07.1967))

lid 2Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

## art. 3

[2 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?point=ar20-art3)

lid 1(De tekst van KB nr. 20, artikel 3, is van toepassing met ingang van 01.01.1971 (Art. 98, W 03.07.1967))

lid 2Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.

lid 3Bijlagen

## bijlage, tabel A

lid 1Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 6 pct.

GOEDEREN

I Levende dieren.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, I, 1°, is van toepassing met ingang van 01.07.2003 (Art. 1 t/m 7, KB 11.07.2003, B.S. 24.07.2003))

1° Runderen, varkens, schapen, geiten, ezels, muildieren en muilezels; paarden van de rassen die gewoonlijk als trekpaard, zwaar of halfzwaar, worden gebruikt; herten; paarden verkocht, intracommunautair verworven of ingevoerd om te worden geslacht.

2° Pluimvee; tamme duiven; tamme konijnen.

II Vlees en slachtafvallen.

1° Vlees en eetbare slachtafvallen van alle soorten, ook indien bereid of verduurzaamd.

2° Darmen, blazen en magen van dieren, in hun geheel of in stukken.

III Vis, schaal-, schelp- en weekdieren.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, III, is van toepassing met ingang van 01.07.2003 (Art. 1 t/m 7, KB 11.07.2003, B.S. 24.07.2003))

lid Vis, schaal-, schelp- en weekdieren voor menselijke consumptie, ook indien bereid of verduurzaamd, met uitzondering van :

a) kaviaar en kaviaarsurrogaten;

b) langoesten, zeekreeften, krabben, rivierkreeften en oesters, vers (zowel levend als dood), gekookt in water, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten, gepekeld, ook indien zij ontdaan zijn van de schaal of de schelp;

c) bereidingen en gebruiksklare gerechten van langoesten, zeekreeften, krabben, rivierkreeften en oesters, in de schaal of de schelp, al dan niet in gehele staat.

IV Melk en zuivelprodukten; eieren; honig.

1° Melk en zuivelprodukten (yoghurt, room, boter, kaas, wrongel melkdranken, enz.).

2° Vogeleieren en eigeel.

3° Natuurhonig.

V Groenten, planten, wortels en knollen, voor voedingsdoeleinden.

lid Groenten, planten, wortels en knollen, voor voedingsdoeleinden, ook indien bereid of verduurzaamd, en plantgoed daarvan.

VI Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen.

1° Fruit, ook indien bereid of verduurzaamd.

2° Schillen van citrusvruchten en van meloenen, ook indien bereid of verduurzaamd.

VII Plantaardige produkten.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, VII, de bepalingen 13. en 14., werd vervangen met ingang van 01.04.2019 (Art. 2, W 27.02.2019, B.S. 14.03.2019, pg.26797))

1° Granen.

2° Oliehoudende zaden en vruchten, ook indien gebroken.

3° Zaaigoed, sporen daaronder begrepen.

4° Suikerbieten, ook indien gesneden; suikerriet.

5° Cichoreiwortels.

6° Hop.

7° Planten, plantedelen, zaden en vruchten, hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insekten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden.

8° Sint-Jansbrood; vruchtepitten en plantaardige produkten, hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke voeding.

9° Stro en kaf van graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt.

10° Voederbieten en andere voederwortels; hooi, klaver, voederkool en andere dergelijke voedergewassen.

11° Teen.

12° Hout op stam; hout, onbewerkt, ook indien ontschorst of ruw behakt of ontdaan van het spint; brandhout; houtafval.

13° Levende woudbomen, levende fruitbomen, -heesters en -struiken, alsmede plantgoed daarvan, ook wanneer deze goederen bij de aanleg en het onderhoud van tuinen worden geleverd.

14° Levende sierbomen, -heesters, -struiken en andere levende sierplanten; bollen, knollen, wortels en ander plantgoed voor de sierteelt, ook wanneer deze goederen bij de aanleg en het onderhoud van tuinen worden geleverd; verse snijbloemen en vers snijgroen.

15° Vlas.

lid Van deze rubriek zijn uitgezonderd de goederen te koop aangeboden als voedsel voor honden, katten, kooivogels zoals papegaaien en zangvogels, voor aquariumvissen, voor hamsters, guinese biggetjes en andere troeteldiertjes.

VIII Produkten van de meelindustrie; mout; zetmeel.

1° Meel, grutten, gries, griesmeel en vlokken, van granen, van zaden van peulgroenten, van vruchten, van aardappelen of van andere wortels en knollen; gort en parelgort en andere gepelde, geparelde, gebroken of geplette granen; graankiemen, ook indien gemalen.

2° Mout, ook indien gebrand.

3° Zetmeel, met uitzondering van oplosbare, gerooste of tot lijm verwerkte produkten, alsmede van produkten die verwerkt zijn tot of opgemaakt zijn als parfumerie of toiletartikel en van preparaten voor het appreteren.

lid Van deze rubriek zijn uitgezonderd de goederen te koop aangeboden als voedsel voor honden, katten, kooivogels zoals papegaaien en zangvogels, voor aquariumvissen, voor hamsters, guinese biggetjes en andere troeteldiertjes.

IX Vetten en oliën.

1° Dierlijke vetten en oliën, ruw, gesmolten, geperst of geraffineerd.

2° Plantaardige vette oliën, ruw, gezuiverd of geraffineerd.

3° Dierlijke en plantaardige oliën en vetten, gehydrogeneerd, gehard of in vaste toestand gebracht, ook indien gezuiverd, doch niet verder bereid.

4° Bereide spijsvetten met uitzondering van margarine.

X Andere voedingsmiddelen.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, X, tweede lid, is van toepassing met ingang van 01.04.2004 (Art. 371, W 22.12.2003, B.S. 31.12.2003))

1° Koffie, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen, ook indien gebrand; thee; maté; specerijen.

2° Pectine en vloeibare of poedervormige stoffen op basis van pectine, bestemd voor de vervaardiging van jam en gelei.

3° Vleesextracten en vleessappen.

4° Suiker, stroop en melasse, ook indien gecarameliseerd, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen; suikerwerk; kunsthonig.

5° Cacaobonen, cacaomassa (cacaopasta), cacaopoeder, cacaoboter; chocolade en andere voedingsmiddelen, welke cacao bevatten.

6° Moutextract; preparaten voor kindervoeding, voor dieetvoeding of voor keukengebruik; deegwaren; tapioca; graanpreparaten vervaardigd door poffen of door roosteren; bakkerswaren, gebak en biscuits; hosties, ouwels voor geneesmiddelen en dergelijke produkten.

7° Jam, gelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta.

8° Gebrande cichorei, andere gebrande koffiesurrogaten, en extracten daarvan.

9° Extracten en essences, van koffie, van thee of van maté; preparaten van deze extracten en essences.

10° Mosterdmeel en bereide mosterd.

11° Sausen; samengestelde kruiderijen en dergelijke produkten.

12° Preparaten voor soepen of voor bouillons; gebruiksklare soepen en bouillons.

13° Natuurlijke gist, ook indien inactief; samengestelde bakpoeders; cultures van micro-organismen voor de vervaardiging van voedingsmiddelen.

14° Tafelazijn (natuurlijke en kunstmatige).

15° Zout bestemd voor menselijke consumptie.

16° Gelatine voor de voeding, in dunne vellen.

17° Produkten voor menselijke consumptie niet hierboven genoemd.

lid Van deze rubriek zijn uitgezonderd de bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol.

XI (opgeheven bij KB 11.08.1972)

XII Voedsel voor dieren; meststoffen; dierlijke produkten.

Tekst met ingang van 01.03.2026 (historiek)

1° Gedroogd bloed.

2° Meel en poeder van vlees, van slachtafvallen, van vis of van schaal-, schelp- of weekdieren; kanen.

3° Zemelen, slijpsel en andere resten van het zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen of van peulgroenten.

4° Bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie; bostel (brouwerijafval); afvallen van branderijen; afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen.

5° Perskoeken, ook die van olijven, en andere bij de winning van plantaardige oliën verkregen afvallen, met uitzondering van droesem of bezinksel.

6° Plantaardige produkten van de soorten welke worden gebruikt als voedsel voor dieren (droesem van appelen en van ander fruit, enz.))

7° Veevoeder, samengesteld met melasse of met suiker, en ander bereid voedsel voor dieren; andere bereidingen gebezigd voor het voederen van dieren (veevoedersupplementen, enz.).

8° Meststoffen met uitsluiting van degene die vermengd zijn met fytofarmaceutische producten.

9° Dierlijke produkten gebruikt voor de voortplanting.

10° Wol, niet gekaard en niet gekamd.

lid Van deze rubriek zijn uitgezonderd de goederen te koop aangeboden als voedsel voor honden, katten, kooivogels zoals papegaaien en zangvogels, voor aquariumvissen, voor hamsters, guinese biggetjes en andere troeteldiertjes.

XIII Waterdistributie.

lid Gewoon natuurlijk water geleverd door middel van waterdistributie.

XIV De levering van elektriciteit, aardgas gebruikt als verwarmingsbrandstof en warmte via warmtenetten.

(De tekst van de rubriek werd hersteld (Art. 4, W 19.03.2023, B.S. 29.03.2023, pg. 34683, Numac: 2023030776. Rechtzetting B.S. 07.04.2023, pg. 36782) met ingang van 01.04.2023 (Art. 16, W 19.03.2023))

1) Vanaf 1 april 2023 tot en met 30 juni 2023 is het verlaagd tarief van toepassing op de levering van elektriciteit in het kader van het contract waarvoor, met het oog op de afsluiting ervan, door de afnemer natuurlijke persoon geen ondernemingsnummer is meegedeeld.

lid Vanaf 1 juli 2023 is het verlaagd tarief van toepassing op de levering van elektriciteit in het kader van het contract van niet-zakelijk gebruik in de zin van en volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 420, §§ 5 en 5/1, van de programmawet van 27 december 2004.

lid Voor de definitieve heffing van de btw op de eindafrekening die betrekking heeft op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 maart 2022 dan wel op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 juli 2023, wordt de maatstaf van heffing met betrekking tot het volledige daadwerkelijke verbruik tijdens die periode per btw-tarief omgeslagen en dit rekening houdend met dat verbruik vóór en na het tijdstip van de betrokken tariefwijziging.

lid De berekening van het verbruik met het oog op de in het derde lid bedoelde omslag per btw-tarief, wordt, indien de gegevens omtrent het daadwerkelijke verbruik niet beschikbaar zijn vóór de opmaak van de eindafrekening door de leverancier, uitgevoerd aan de hand van het in de elektriciteitsmarkt vastgelegde verbruiksprofiel dat per kwartier van een volledig jaar het relatieve gebruik weergeeft van het bepaalde type van betrokken afnemers.

2) Vanaf 1 april 2023 tot en met 30 juni 2023 is het verlaagd tarief van toepassing op de levering van aardgas gebruikt als verwarmingsbrandstof en van warmte via warmtenetten.

lid Vanaf 1 juli 2023 is het verlaagd tarief van toepassing op de levering van aardgas gebruikt als verwarmingsbrandstof in het kader van het contract van niet-zakelijk gebruik in de zin van en volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 420, §§ 5 en 5/1, van de programmawet van 27 december 2004 en van warmte via warmtenetten in het kader van het contract waarvoor, met het oog op de afsluiting ervan, door de afnemer-natuurlijke persoon geen ondernemingsnummer is meegedeeld.

lid Voor de definitieve heffing van de btw op de eindafrekening die betrekking heeft op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 april 2022, dan wel op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 juli 2023, wordt de maatstaf van heffing met betrekking tot het volledige daadwerkelijke verbruik tijdens die periode per btw-tarief omgeslagen en dit rekening houdend met dat verbruik vóór en na het tijdstip van de betrokken tariefwijziging.

lid De berekening van het verbruik met het oog op de in het derde lid bedoelde omslag per btw-tarief, wordt, indien de gegevens omtrent het daadwerkelijke verbruik niet beschikbaar zijn vóór de opmaak van de eindafrekening door de leverancier, uitgevoerd aan de hand van het in de aardgasmarkt vastgelegde verbruiksprofiel dat per uur van een volledig jaar het relatieve verbruik weergeeft van het bepaalde type van betrokken afnemers.

XV (opgeheven bij KB 29.12.1992)

XVI (opgeheven bij KB 17.03.1992)

XVII Geneesmiddelen en medische hulpmiddelen.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, XVII, 1. werd vervangen met ingang van 11.12.2023 (Art. 25, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474))

lid 1.

a) De geneesmiddelen zoals gedefinieerd in artikel 1, § 1, 1), van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik:

- waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, hetzij door de minister bevoegd voor Volksgezondheid of zijn gemachtigde overeenkomstig de bepalingen van die wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, hetzij door de Europese Commissie overeenkomstig de bepalingen van het Unierecht;

- wanneer het homeopathische geneesmiddelen en traditionele kruidengeneesmiddelen betreft, die in de handel mogen worden gebracht nadat ze werden geregistreerd of vergund door middel van een vergunning die werd uitgevaardigd, hetzij door de minister bevoegd voor Volksgezondheid of door zijn gemachtigde overeenkomstig de bepalingen van die wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, hetzij door de Europese Commissie overeenkomstig de bepalingen van het Unierecht;

b) De diergeneesmiddelen zoals gedefinieerd in artikel 4, 1), van Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG:

- waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG;

- wanneer het homeopathische diergeneesmiddelen betreft, die in de handel mogen worden gebracht nadat ze werden geregistreerd of vergund door middel van een vergunning die werd uitgevaardigd, hetzij door de minister bevoegd voor Volksgezondheid of zijn gemachtigde overeenkomstig de bepalingen van die verordening of van de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen en de uitvoeringsbesluiten ervan, hetzij door de Europese Commissie overeenkomstig de bepalingen van het Unierecht;

c) Bloed en bloedderivaten:

- van menselijke oorsprong, bedoeld in artikel 1, § 2, van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong, bestemd om te worden gebruikt voor transfusie bij de mens of voor een ander therapeutisch of profylactisch gebruik, en die niet bedoeld zijn onder a);

- van dierlijke oorsprong, bestemd om te worden gebruikt voor transfusie bij een dier of voor een ander diergeneeskundig gebruik en dat niet bedoeld is onder b);

d) De magistrale en de officinale bereidingen van de apotheker, bestemd voor:

- menselijk gebruik, zoals bedoeld in artikel 6quater, § 3, eerste lid, 1° ) en 2° ), van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik;

- diergeneeskundig gebruik, zoals bedoeld in artikel 2, lid 6, b) en c), van Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG.

2° (...)

3° Watten, gaas, verband en dergelijke artikelen (zwachtels, pleisters, enz.), die een geneesmiddel met een bijkomende activiteit ten opzichte van het hulpmiddel bevatten of opgemaakt voor de verkoop in het klein voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden; tassen, dozen, trommels en dergelijke, gevuld met artikelen voor eerste hulp bij ongelukken.

4° Condomen.

5° Steriele hypodermatische wegwerpspuiten bestemd voor de inspuiting van insuline, waarop de daartoe nodige schaalverdeling in internationale insuline-eenheden is aangebracht; steriele wegwerpnaalden voor insuline-pennen.

6° Bloedafnamezakken die anticoagulantia bevatten.

7° Botcement dat antibiotica met een bijkomende activiteit ten opzichte van het hulpmiddel bevat.

8° Steriele visco-elastische substanties uitsluitend bestemd voor humane of veterinaire medische of chirurgische doeleinden.

XVIII (opgeheven bij KB 17.03.1992)

XIX Kranten, tijdschriften en boeken.

(De tekst van KB 20, Tabel A, rubriek XIX, werd vervangen met ingang van 01.04.2019 (Art. 3, W 13.04.2019, B.S. 26.04.2019, pg. 40552))

lid Het verlaagd tarief is van toepassing op:

1° boeken, brochures, folders en dergelijke publicaties, met inbegrip van atlassen;

2° kranten en tijdschriften, ook indien geïllustreerd, waarop het verlaagd tarief van 0 pct. bedoeld in Tabel C, rubriek I, niet van toepassing is;

3° prentenalbums, prentenboeken, tekenboeken en kleurboeken voor kinderen;

4° muziekpartituren, ook indien geïllustreerd.

lid Het verlaagd tarief is van toepassing op de publicaties bedoeld in het eerste lid, ongeacht de manier waarop ze aan de lezer ter beschikking worden gesteld, met name:

1° op papier of karton, dan wel op enige andere fysieke drager;

2° langs elektronische weg.

lid Van deze rubriek zijn uitgesloten, de publicaties die:

1° uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal;

2° uitsluitend of hoofzakelijk bestaan uit video-inhoud of beluisterbare muziek.

XX (opgeheven bij KB 29.12.1992)

XXI Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

(Tekst met ingang van 31.12.2025) \[historiek\]

1) Het verlaagd tarief is van toepassing op de levering van de in paragraaf 2 bedoelde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

lid In afwijking van het eerste lid is het verlaagd tarief niet van toepassing op de levering van de in paragraaf 2, bedoelde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten waarop de in [artikel 58, § 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58), van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling wordt toegepast

2) Voor de toepassing van onderhavige rubriek worden aangemerkt als :

1° "kunstvoorwerpen" :

a) schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van :

lid bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden;

- met de hand versierde voorwerpen;

- beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik;

b) originele gravures, originele etsen én originele litho's;

c) originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk geheel van de hand van de kunstenaar, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd;

d) tapisserieën en wandtextiel, met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk bestaan;

e) unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd, met uitzondering van gebruiksvoorwerpen;

f) emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen, edelsmidswerk en gebruiksvoorwerpen;

g) foto's die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal dertig exemplaren voor alle formaten en dragers samen;

2° "voorwerpen voor verzamelingen" :

a) postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagenveloppen en dergelijke, gestempeld of, indien ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden;

b) verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang;

3° "antiquiteiten" : andere voorwerpen dan de kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen bedoeld in 1° en 2° hierboven, ouder dan honderd jaar.

XXII Automobielen voor personenvervoer voor invaliden. Onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren voor deze voertuigen.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, XXII, afdeling 1, § 5, 4° lid, werd vervangen met ingang van 12.05.2019 (Art. 16, W 02.05.2019, B.S. 15.05.2019, pg. 46586))

lid Eerste afdeling. - Automobielen voor personenvervoer voor invaliden.

1) Mits voldaan is aan de hierna gestelde voorwaarden en onder voorbehoud van de regularisatie voorzien in § 5, is het verlaagd tarief van 6 pct. van toepassing op automobielen voor personenvervoer langs de weg, welke worden ingevoerd, intracommunautair verworven of hier te lande verkregen door een der nagenoemde personen om door hen als persoonlijk vervoermiddel te worden gebruikt :

1° militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 pct. genieten;

2° personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of wier bovenste ledematen zijn geamputeerd, en personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 pct. bedraagt.

2) Het voordeel van het verlaagd tarief kan slechts worden ingeroepen voor één enkel voertuig tegelijk en veronderstelt het gebruik van het ingevoerd, intracommunautair verworven of hier te lande verkregen voertuig door de verkrijger als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de invoer, de intracommunautaire verwerving of de levering van het voertuig plaatsvindt.

3) Wordt geacht het voertuig te bestemmen voor andere doeleinden dan voor zijn persoonlijk vervoer :

1° de invalide of gehandicapte die de verkeersbelasting betaalt niettegenstaande hij kan genieten van de vrijstelling van die belasting;

2° de invalide of gehandicapte wiens voertuig wordt ingeschreven op een andere naam dan de zijne of, in voorkomend geval, dan die van zijn wettige vertegenwoordiger;

3° de invalide of gehandicapte die, terwijl hij nog een voertuig gebruikt dat werd ingevoerd, intracommunautair verworven of hier te lande verkregen met toepassing van de fiscale voordelen inzake belasting over de toegevoegde waarde, voor een ander voertuig het voordeel van hetzelfde regime vraagt;

4) Het voordeel van het verlaagd tarief bij de invoer, de intracommunautaire verwerving of de verkrijging hier te lande van een personenauto wordt slechts verleend indien de volgende vormvoorwaarden tesamen vervuld zijn :

1° de invalide of gehandicapte moet voordat de invoer, de intracommunautaire verwerving of de levering van het voertuig plaatsvindt aan het hoofd van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft een getuigschrift overleggen dat vermeldt tot welke categorie van invaliden of gehandicapten, beoogd in § 1, hij behoort en dat is uitgereikt :

a) voor de oorlogsinvaliden, door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend;

b) voor de personen die een pensioen, uitkering of vergoeding genieten door tussenkomst van de Dienst voor tegemoetkomingen aan de minder-validen, door of vanwege de Minister die deze dienst onder zijn bevoegdheid heeft;

c) voor de personen die een vergoedingspensioen of een militair pensioen genieten wegens een invaliditeit opgelopen in vredestijd, door of vanwege de Minister van Financiën;

d) voor de andere personen, door of vanwege de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;

2° na onderzoek van het getuigschrift en mits ontvangst van een schriftelijke verbintenis van de invalide of gehandicapte het voertuig uitsluitend te gebruiken als persoonlijk vervoermiddel, reikt het controlekantoor een document uit, opgesteld in de vorm bepaald door of vanwege de Minister van Financiën, dat toelating verleent tot invoer, intracommunautaire verwerving of levering van het voertuig tegen het verlaagd tarief;

3° de invalide of gehandicapte moet, ten laatste op het ogenblik van de invoer, van de indiening van de bijzondere BTW-aangifte inzake de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen of van de levering van het voertuig, aan de douane of aan de verkoper, het document beoogd onder 2° overleggen;

4° het invoerdocument, de bijzondere BTW-aangifte inzake de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen of de aankoopfaktuur en het dubbel ervan moeten opgesteld zijn op naam van de invalide of gehandicapte of, in voorkomend geval, op naam van zijn wettige vertegenwoordiger, en moeten melding maken van de datum van het in 2° bedoelde document, het referentienummer ervan en de benaming van het controlekantoor dat het heeft uitgereikt;

5° het onder 2° beoogde document wordt door de douane gevoegd bij het invoerdocument of het luik C van de bijzondere BTW-aangifte inzake de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen dat op het douanekantoor wordt bewaard, of door de verkoper bij het dubbel van de factuur, dat hij bewaart.

5) Indien gedurende de periode van drie jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarin de invoer, de intracommunautaire verwerving of de levering van het voertuig plaatsvond, dit voertuig wordt aangewend voor andere doeleinden dan het persoonlijk vervoer van de invalide of gehandicapte, of door de invalide of gehandicapte wordt afgestaan, is deze gehouden het verschil tussen de belasting die tegen het tarief voorzien in het normale regime verschuldigd is voor de verkrijging, de intracommunautaire verwerving of de invoer van het voertuig en de belasting voldaan tegen het verlaagd tarief, aan de Staat te storten ten belope van zoveel zesendertigsten als er nog volledig te lopen maanden zijn tussen de datum van de wijziging van de bestemming of de datum van de afstand en de datum van het verstrijken van de periode van drie jaar.

lid Deze storting dient evenwel niet te gebeuren:

1° in geval van overlijden van de invalide of gehandicapte of bij elke behoorlijk verrechtvaardigde oorzaak, onafhankelijk van zijn wil, welke hem definitief verhindert het voertuig nog voor zijn persoonlijk vervoer te gebruiken, zelfs indien hij dit voertuig laat besturen door een derde;

2° in geval van volledig verlies van het voertuig en de verkoop ervan als wrak ten gevolge van een ernstig ongeval;

3° meer algemeen, in elk geval van overmacht dat behoorlijk wordt verrechtvaardigd.

lid De storting van de belasting ten gevolge van de regularisatie gebeurt op basis van een aangifte, opgesteld in de vorm bepaald door of vanwege de Minister van Financiën, welke de invalide of gehandicapte, binnen een maand te rekenen vanaf de datum van de wijziging van bestemming of van de afstand van het voertuig, moet indienen bij het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan zijn woonplaats is gelegen.

lid De te storten belasting wordt betaald binnen een maand te rekenen vanaf de datum van het betalingsbericht dat de dienst aangewezen door de minister van Financiën of zijn gemachtigde aan de invalide of gehandicapte stuurt. De betaling wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 17 februari 2019 tot uitvoering van diverse wetten en tot aanpassing van diverse koninklijke besluiten met het oog op onder meer de harmonisatie van de betalingsmodaliteiten binnen de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

lid Afdeling II - Onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren van voertuigen voor invaliden.

lid Het verlaagd tarief van 6 pct., is van toepassing op onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren die ingevoerd, intracommunautair verworven of hier te lande verkregen worden door in de eerste afdeling hierboven aangewezen personen ten behoeve van de aldaar bedoelde automobielen.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief van 6 pct. is afhankelijk van de uitreiking van een factuur aan de koper en van de voorlegging door deze laatste, aan de douane of aan de verkoper, van een attest opgesteld in de vorm bepaald door of vanwege de Minister van Financiën, dat het voertuig identificeert waarvoor de gunstregeling wordt ingeroepen. Daarenboven dienen het invoerdocument of de factuur en het dubbel ervan, de datum en het referentienummer van het bovengenoemde attest en het controlekantoor dat dit attest heeft uitgereikt te vermelden.

XXIII Diversen.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, XXIII, cijfer 14., werd ingevoegd (Art. 73, W 05.07.2022, B.S. 15.07.2022, pg. 56392, Numac: 2022032714) met ingang van 01.07.2022 (Art. 74, W 05.07.2022). Cijfer 13., werd vervangen (Art. 26, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474) met ingang van 01.02.2022 (Art. 27, W 23.11.2023))

lid 1\. Doodkisten

lid 2\. Orthopedische toestellen (medisch-chirurgische gordels daaronder begrepen); breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel; kunstgebitten, kunsttanden, kunstogen, kunstledematen en dergelijke artikelen; hoorapparaten voor hardhorigen en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand worden gehouden of op andere wijze worden gedragen, dan wel worden geïmplanteerd; individueel materiaal speciaal ontworpen om te worden gedragen door stomapatiënten en door personen die lijden aan incontinentie, met uitzondering van luiers voor kinderen jonger dan zes jaar; het individueel toebehoren dat deel uitmaakt van een kunstnier inclusief de gebruikte trousses.

lid 3\. Looprekken, rolstoelen en dergelijke wagentjes voor invaliden en zieken, ook indien met motor of ander voortbewegingsmechanisme; onderdelen en toebehoren voor deze wagens.

lid 4\. Aërosolapparatuur en toebehoren; individueel materiaal voor de toediening van mucomyst.

lid 5\. Anti-decubitusmateriaal opgenomen in artikel 28, § 8, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, in de versie na de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 27 mei 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

lid 6\. Hulpmiddelen speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden, met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen.

lid 7\. Infuuspompen voor pijnbestrijding.

lid 8\. Glucosemeters en toebehoren.

lid 9\. Assistentiehonden die personen met een handicap of ziekte assisteren en die opgeleid zijn in een assistentiehondenschool die door de bevoegde overheid is erkend en de speciaal ontworpen uitrusting voor dergelijke honden zoals harnassen.

lid Als assistentiehonden worden aangemerkt: de blindengeleidehonden, de hulphonden, de hoorhonden, de meldhonden en de therapiehonden.

lid 10\. Maandverbanden, tampons, inlegkruisjes en gelijkaardige producten bestemd voor de hygiënische bescherming van de vrouw en de intieme tissues bestemd voor de hygiënische bescherming van de genitale zone van personen andere dan baby's.

lid 11\. Externe defibrillatoren.

lid 12\. (Opgeheven)

lid 13\. Haarprothesen bedoeld in deel II, titel 1, hoofdstuk I, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 november 2021 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van de farmaceutische verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5° a), 19°, 20° en 20bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, op voorschrift van de behandelende arts of dermatoloog, wanneer ze bestemd zijn voor het verlichten van de gevolgen van een chronische of langdurige ziekte of van een beperking.

lid 14\. De aan uitwendige borstprothesen aangepaste beha's en badpakken, op voorschrift van een arts, wanneer ze bestemd zijn voor het verlichten van de gevolgen van een chronische of langdurige ziekte of van een beperking.

XXIIIbis Leveringen van goederen door instellingen met sociaal oogmerk.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXIIIbis, werd vervangen met ingang van 11.12.2023 (Art. 28, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474))

1) Het verlaagd tarief van zes pct. is van toepassing op de levering van goederen verricht door de in paragraaf 2 bedoelde instellingen onder de in paragraaf 3 opgenomen voorwaarden, met uitsluiting van de leveringen van:

1° beleggingsgoud;

2° in [artikel 35, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-35), van het Wetboek bedoelde goederen;

3° in [artikel 44, § 3, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek bedoelde goederen wanneer de levering ervan wordt belast;

4° goederen verkregen om te worden gebruikt als investeringsgoederen;

5° kunstvoorwerpen en de voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten.

2) De toepassing van het verlaagd tarief van zes pct. wordt voorbehouden aan de instellingen:

1° van Belgisch recht of van recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;

2° die geenszins het stelselmatig streven naar winstbejag tot doel hebben. Met het oog hierop bepalen de statuten onder meer dat de eventuele winst in geen geval mag worden verdeeld, maar daarentegen integraal dient te worden bestemd tot het handhaven of het verbeteren van de verstrekte handelingen. De statuten bepalen eveneens dat in geval van liquidatie het totaal van het netto-actief opnieuw wordt geïnvesteerd in een andere instelling van dezelfde aard;

3° die in hoofdzaak vrijwillig worden beheerd en bestuurd door personen die, noch voor zich persoonlijk, noch via tussenpersonen, enig direct of indirect belang hebben in het exploitatieresultaat;

4° waarvan het doel, zoals bepaald in de toepasselijke regelgeving van de bevoegde overheden, bestaat in het tewerkstellen alsook in het verzekeren van werkgelegenheid voor laag- of middelmatig geschoolde werkloze werkzoekenden die uit de traditionele arbeidscircuits zijn uitgesloten of bijzonder moeilijk tewerkgesteld kunnen worden;

5° en die daartoe formeel erkend zijn door de overheid die door die toepasselijke regelgeving bevoegd wordt verklaard.

3) De toepassing van het verlaagd tarief van zes pct. is onderworpen aan de volgende voorwaarden waaraan samen moet worden voldaan:

1° de in paragraaf 2 bedoelde instelling moet haar werkzaamheden uitsluitend beperken tot de verkoop van goederen bedoeld in paragraaf 1, die zij gratis ontvangt van particulieren of ondernemingen, door middel van ophaling aan huis of op een andere manier;

2° deze instelling dient prijzen toe te passen die zijn goedgekeurd door de overheid, of prijzen die niet hoger liggen dan de goedgekeurde prijzen, of nog, voor handelingen waarvoor geen goedkeuring van prijzen plaatsvindt, prijzen die lager zijn dan die welke voor soortgelijke handelingen in rekening worden gebracht door commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen;

3° het voordeel van het verlaagd tarief mag niet van dien aard zijn dat het leidt tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen.

4) De in paragraaf 2 bedoelde instellingen mogen hun activiteiten uitbreiden met de in paragraaf 1 bedoelde uitgesloten leveringen van goederen, maar deze laatste leveringen zijn dan uitgesloten van het voordeel van het in deze rubriek bedoelde verlaagd tarief en volgen hun eigen tariefregeling.

lid DIENSTEN

XXIV Landbouwdiensten.

lid Bebouwingswerkzaamheden, oogstwerkzaamheden en teeltwerkzaamheden, met uitzondering van:

a) diensten met betrekking tot dieren, andere dan die bedoeld in rubriek I;

b) aanleg en onderhoud van tuinen.

lid De goederen die ter gelegenheid van die werkzaamheden worden geleverd worden belast tegen het tarief dat erop van toepassing zou geweest zijn waren ze afzonderlijk geleverd.

XXV Vervoer.

lid Personenvervoer, alsmede vervoer van niet geregistreerde bagage en van dieren welke de reizigers vergezellen.

XXVI Onderhoud en herstelling.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXVI, eerste lid, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2018 (Art. 2, KB 10.12.2017, B.S. 22.12.2017, pg. 114228))

lid Onderhouds- en herstellingswerken aan de goederen bedoeld in de rubrieken XXII en XXIII, cijfers 2 tot en met 8 en cijfer 11.

lid Het tarief van 6 pct. is eveneens van toepassing op de benodigdheden, de onderdelen en het toebehoren gebruikt bij de uitvoering van die werken.

lid Voor onderhouds- en herstellingswerken aan automobielen verricht voor rekening van in rubriek XXII, eerste afdeling, aangewezen personen, ten behoeve van de aldaar bedoelde automobielen, is het voordeel van het verlaagd tarief afhankelijk van de uitreiking van een factuur aan de klant en van de voorlegging door deze laatste aan de dienstverrichter van een attest, opgesteld in de vorm bepaald door of vanwege de Minister van Financiën, dat het voertuig identificeert waarvoor de gunstregeling wordt ingeroepen. Daarenboven dienen de factuur en het dubbel ervan de datum en het referentienummer van het bovengenoemde attest en het controlekantoor dat dit attest heeft uitgereikt te vermelden.

XXVII (opgeheven bij KB 25.03.1977)

XXVIII Inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, XXVIII, is van toepassing met ingang van 01.04.1998 (Art. 1, A en B, KB 25.03.1998 en art. 1, A en B, KB 30.03.1998))

lid De toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van:

a) de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen;

b) de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

XXIX Auteursrechten; uitvoeren van concerten en voorstellingen.

(De tekst van KB nr. 20, TABEL A, XXIX, is van toepassing met ingang van 01.04.1998 (Art. 1, A en B, KB 25.03.1998 en art. 1, A en B, KB 30.03.1998))

1° De overdracht van auteursrechten en het verlenen van rechten op auteursrechten met uitzondering van deze die betrekking hebben op computerprogramma's.

2° De diensten die bestaan in het uitvoeren van toneelwerken, balletten, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen en soortgelijke activiteiten en die behoren tot de normale werkzaamheid van acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten, ook indien deze diensten verstrekt worden door een rechtspersoon of een feitelijke vereniging of groepering.

lid Van deze rubriek worden uitgesloten de diensten die betrekking hebben op reclame.

XXX Hotels, camping.

Opgeheven met ingang van 01.03.2026 (historiek)

lid Opgeheven

XXXI Werk in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXXI, § 4, 3°, werd ingevoegd (Art. 52, W 18.07.2025, B.S. 29.07.2025, pg. 63555, Numac: 2025005578) met ingang van 29.07.2025 (Art. 55, W 18.07.2025))

1) Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:

1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben;

2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt;

3° de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen;

4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;

5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:

lid "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.".

lid Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid, 5°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig het eerste lid, 5°.

2) Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;

4° opvangtehuizen die in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid.

5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;

6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft.

3) Worden beoogd:

1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed;

2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt;

3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:

a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren;

b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;

c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen;

d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon;

e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust;

f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst;

4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;

5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven;

6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.

4) Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

3° handelingen die tot voorwerp hebben zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

XXXII Privé-woningen voor gehandicapten. (\*)

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, Rubriek XXXII, § 1, 1°, c, en 3°, werden gewijzigd (Art. 18, W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127779, Numac: 2021034489. Errata, B.S. 10.02.2022, pg. 9775) met ingang van 01.01.2022 (Art. 19, W 27.12.2021). En § 1, 4° werd vervangen; § 1 werd aangevuld met een lid en de §§ 3 en 4 werden gewijzigd (Art. 24, W 27.12.2021. Errata, B.S. 10.02.2022, pg. 9775) eveneens met ingang van 01.01.2022 (Art. 27, eerste lid, W 27.12.2021) - De belastingplichtigen mogen tot 30 juni 2022, in plaats van de vermelding op de factuur, gebruik maken van de attesten bedoeld in de rubrieken XXXI, XXXII, XXXIII en XXXVIII, in hun versie van toepassing vóór 1 januari 2022 (Art. 27, tweede lid, W 27.12.2021). En § 1, eerste lid, 1°, a), werd vervangen (Art. 67, W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022, pg. 102555, Numac: 2022043130) eveneens met ingang van 01.01.2022 (Art. 70, W 21.12.2022))

1) Mits voldaan is aan de hierna gestelde voorwaarden, is het verlaagd tarief van toepassing op de werken in onroerende staat in de zin van [artikel 19, § 2, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°:

1° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan hetzij :

a) een gewestelijke huisvestingsmaatschappij of een door haar of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting;

b) een provincie, een intercommunale, een gemeente, een intercommunaal openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;

c) een vereniging zonder winstoogmerk, een stichting van openbaar nut of een coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen die in het kader van het huisvestingsbeleid van personen met een handicap worden erkend door de bevoegde overheid of door een door haar opgericht agentschap of fonds voor personen met een handicap;

2° de handelingen moeten worden verricht aan een woning die, in ieder geval na de uitvoering ervan, specifiek aangepast is om door een gehandicapte als privé-woning te worden gebruikt;

3° de handelingen moeten worden verricht aan een woning die bestemd is om te worden verhuurd, door een onder 1° bedoelde instelling, maatschappij, vereniging zonder winstoogmerk, een stichting van openbaar nut of coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen aan een persoon met een handicap die een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend;

4° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:

lid "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning die, in ieder geval na de uitvoering ervan, specifiek aangepast is om door een gehandicapte als privéwoning te worden gebruikt, (2) die woning bestemd is om te worden verhuurd, door één van de personen bedoeld in rubriek XXXII, § 1, 1°, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven en (3) die werken worden verstrekt en gefactureerd aan één van de personen bedoeld in rubriek XXXII, § 1, 1°, van tabel A van de bijlage bij het voormelde koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.".

lid Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid, 4°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig het eerste lid, 4°.

2) Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

3) Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen :

- speciﬁek zijn aangepast om door een gehandicapte als privé-woning te worden gebruikt;

- worden geleverd en gefactureerd aan de instellingen of maatschappijen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°;

- en bestemd zijn om te worden verhuurd door deze instellingen of maatschappijen aan gehandicapten bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°.

4) Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en op de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op gebouwen die specifiek aangepast zijn om door een gehandicapte als privéwoning te worden gebruikt, wanneer de afnemer een in paragraaf 1, eerste lid, 1°, genoemde maatschappij of instelling is die deze gebouwen verhuurt aan de in paragraaf 1, eerste lid, 3°, genoemde gehandicapten.

lid (\*) De belastingplichtigen mogen tot 30 juni 2022, in plaats van de vermelding op de factuur, gebruik maken van de attesten bedoeld in de rubrieken XXXI, XXXII, XXXIII en XXXVIII, in hun versie van toepassing vóór 1 januari 2022 (Art. 27, tweede lid, W 27.12.2021. Errata, B.S. 10.02.2022, pg. 9775)

XXXIII Instellingen voor gehandicapten.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, Rubriek XXXIII, § 1, werd gewijzigd (Art. 31, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474) met ingang van 01.01.2024 - (Dit hoofdstuk is van toepassing op de handelingen bedoeld in de rubrieken XXXI, § 2 en XXXIII, § 1, van tabel A en rubriek X, § 1, van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit waarvoor de belasting overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek opeisbaar is vanaf 1 januari 2024 (Art. 33, W 23.11.2023)) (1)

1) Mits voldaan is aan de hierna gestelde voorwaarden, is het verlaagd tarief van toepassing op de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°:

1° de handelingen moeten worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten;

2° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend;

3° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:

lid "Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat de werken (1) worden verricht aan woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor huisvesting van gehandicapten en (2) worden verstrekt en gefactureerd aan een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die een instelling beheert die op duurzame wijze, in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf, personen met een handicap huisvest en die om deze reden een tegemoetkoming geniet van een fonds of een agentschap voor personen met een handicap dat door de bevoegde overheid is erkend. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21 pct. van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.".

lid Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid, 3°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig het eerste lid, 3°.

2) Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

3) Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die gebouwen bestemd zijn om als woningcomplex te worden gebruikt voor de huisvesting van gehandicapten en ze worden geleverd en gefactureerd aan een in paragraaf 1, eerste lid, 2° bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon.

4) Het verlaagd tarief is eveneens van toepassing op de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en op de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van gehandicapten, wanneer de afnemer een in paragraaf 1, eerste lid, 2°, genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is.

lid (1) Dit hoofdstuk is van toepassing op de handelingen bedoeld in de rubrieken XXXI, § 2 en XXXIII, § 1, van tabel A en rubriek X, § 1, van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit waarvoor de belasting overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek opeisbaar is vanaf 1 januari 2024. (Art. 33, W 23.11.2023)

XXXIV Diversen.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXXIV, cijfer 1, werd gewijzigd met ingang van 01.01.2018 (Art. 3, KB 10.12.2017, B.S. 22.12.2017, pg. 114288). Voorwaardelijk toekomstig recht beschikbaar (Art. 2, W 06.06.2019, BS 26.06.2019, p. 65569). De inwerkingtreding is onderworpen aan de instemming van de Europese Unie – zie de historiek)

1° De verhuur van goederen bedoeld in rubriek XXIII, cijfers 2 tot en met 8 en cijfer 11.

2° De diensten die gewoonlijk door begrafenisondernemers worden verstrekt in de normale uitoefening van hun beroepswerkzaamheid, met uitzondering van:

a) het verschaffen van spijzen of dranken om ter plaatse te worden verbruikt;

b) de diensten verstrekt door kelners, diensters en alle andere personen die tussenkomen bij het verschaffen van spijzen en dranken aan de verbruikers in omstandigheden die het verbruik ter plaatse mogelijk maken;

c) de diensten met betrekking tot de levering met plaatsing van grafkelders of -monumenten.

3° De opleiding van assistentiehonden, bedoeld in cijfer 9 van rubriek XXIII door een assistentiehondenschool die door de bevoegde overheid is erkend en de diensten verstrekt door dierenartsen aan deze assistentiehonden.

4° (opgeheven).

XXXV Diensten verricht door instellingen met sociaal oogmerk.

(De tekst van KB nr. 20, Bijlage, Tabel A, Rubriek XXXV, werd vervangen met ingang van 11.12.2023 (Art. 29, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474))

1) Het verlaagd tarief van zes pct. is van toepassing op de diensten verricht door de in paragraaf 2 bedoelde instellingen onder de in paragraaf 3 opgenomen voorwaarden, met uitsluiting van:

1° in artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek bedoelde werk in onroerende staat;

2° in de rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A bedoelde handelingen;

3° onderhoud en herstelling van in artikel 35 van het Wetboek bedoelde goederen, met inbegrip van de leveringen van onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren die worden gebruikt voor de uitvoering van die werken.

2) De toepassing van het verlaagd tarief van zes pct. wordt voorbehouden aan de instellingen:

1° van Belgisch recht of van recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;

2° die geenszins het stelselmatig streven naar winstbejag tot doel hebben. Met het oog hierop bepalen de statuten onder meer dat de eventuele winst in geen geval mag worden verdeeld, maar daarentegen integraal dient te worden bestemd tot het handhaven of het verbeteren van de verstrekte handelingen. De statuten bepalen eveneens dat in geval van liquidatie het totaal van het netto-actief opnieuw wordt geïnvesteerd in een andere instelling van dezelfde aard;

3° die in hoofdzaak vrijwillig worden beheerd en bestuurd door personen die, noch voor zich persoonlijk, noch via tussenpersonen, enig direct of indirect belang hebben in het exploitatieresultaat;

4° waarvan het doel, zoals bepaald in de toepasselijke regelgeving van de bevoegde overheden, bestaat in het tewerkstellen alsook in het verzekeren van werkgelegenheid voor laag- of middelmatig geschoolde werkloze werkzoekenden die uit de traditionele arbeidscircuits zijn uitgesloten of bijzonder moeilijk tewerkgesteld kunnen worden;

5° en die daartoe formeel erkend zijn door de overheid die door die toepasselijke regelgeving bevoegd wordt verklaard.

3) De toepassing van het verlaagd tarief van zes pct. is onderworpen aan de volgende voorwaarden waaraan samen moet worden voldaan:

1° deze instelling dient prijzen toe te passen die zijn goedgekeurd door de overheid, of prijzen die niet hoger liggen dan de goedgekeurde prijzen, of nog, voor handelingen waarvoor geen goedkeuring van prijzen plaatsvindt, prijzen die lager zijn dan die welke voor soortgelijke handelingen in rekening worden gebracht door commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen;

2° het voordeel van het verlaagd tarief mag niet van dien aard zijn dat het leidt tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemingen die aan de belasting over de toegevoegde waarde zijn onderworpen.

4) De in paragraaf 2 bedoelde instellingen mogen hun activiteiten uitbreiden met de in paragraaf 1 bedoelde uitgesloten diensten, maar die diensten zijn dan uitgesloten van het voordeel van het in deze rubriek bedoelde verlaagd tarief en volgen hun eigen tariefregeling.

XXXVI Huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXXVI, § 1, werd vervangen (Art. 68, W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022, pg. 102555, Numac: 2022043130) met ingang van 01.01.2022 (Art. 70, W 21.12.2022))

1) Het verlaagd tarief van zes percent is van toepassing op:

1° de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid:

a) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verhuurd;

b) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting, aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die door deze maatschappijen of fondsen worden bestemd om te worden verkocht;

c) privéwoningen die worden geleverd en gefactureerd door de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, door de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en door het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

2° werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder 1° genoemde privéwoningen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingmaatschappijen, aan de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en aan het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

3° de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder 1° bedoelde privéwoningen wanneer de afnemer een gewestelijke huisvestingsmaatschappij, een door die maatschappij of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of het Vlaams Woningfonds, "le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is.

2) Het verlaagd tarief van 6 pct. is in geen geval van toepassing op :

1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen.

Tekst met ingang van 02.03.2026 \[historiek\]

1) Het verlaagd tarief is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, opgesomde handelingen die tot voorwerp hebben de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning bestemd voor bewoning door de bouwheer-natuurlijke persoon en gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handelingen hebben betrekking op een gebouw dat, na de uitvoering van de werken:

a) op het ogenblik van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten wordt gebruikt door de bouwheer-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben;

b) een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 200 m2;

2° de bouwheer-natuurlijke persoon:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring vermeldt, naast het rijksregisternummer en het telefoonnummer van wie die verklaring indient, de identificatiegegevens van alle eigenaars van het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten, de respectievelijke aandelen van de eigenaars in dat gebouw, evenals het adres en de kadastrale gegevens van dat gebouw, dat dat gebouw bedoeld is om als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot en met het achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de bouwheer-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben en een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2, en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en);

b) overhandigt aan de dienstverrichter(s) een afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a);

3° het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, doet zich voor uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning;

4° de door de dienstverrichter uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of de klaarblijkelijke niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

lid Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, a), wordt om te bepalen of de woning de enige woning is die de bouwheer-natuurlijke persoon zelf betrekt, geen rekening gehouden met:

- andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

- een andere woning die hij bewoont als eigen woning waar hij zijn domicilie heeft gevestigd en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning bedoeld in het tweede lid, 1°, a), is verkocht.

2° werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

3° gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning;

4° handelingen die tot voorwerp hebben zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

2) Het verlaagd tarief is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, opgesomde handelingen die tot voorwerp hebben de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning bestemd voor langdurende verhuur aan of door tussenkomst van een in het tweede lid, 1°, bedoeld organisme en gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handelingen hebben betrekking op een gebouw dat, na de uitvoering van de werken, door de bouwheer als woning wordt verhuurd:

a) aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk;

b) in het kader van een door de bouwheer toegekend beheersmandaat aan een sociaal verhuurkantoor dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk;

2° de bouwheer:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring vermeldt, naast het rijksregisternummer en het telefoonnummer van wie die verklaring indient, de identificatiegegevens van alle eigenaars van het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten, de respectievelijke aandelen van de eigenaars in dat gebouw evenals, het adres en de kadastrale gegevens van dat gebouw, dat dat gebouw bedoeld is om gedurende een periode van ten minste vijftien jaar aan of door bemiddeling van een sociaal verhuurkantoor dan wel aan of door bemiddeling van een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk te verhuren als woning en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en);

b) overhandigt aan de dienstverrichter(s) een afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a);

3° het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, doet zich voor uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning;

4° de door de dienstverrichter uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of de klaarblijkelijke niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

lid Het verlaagd tarief is niet van toepassing op:

1° werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

3° gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning;

4° handelingen die tot voorwerp hebben zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

3) Het verlaagd tarief is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer de op die handelingen verschuldigde belasting opeisbaar is geworden overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek vanaf 1 juli 2025.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handeling bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een woning die, na de levering:

a) hetzij op het tijdstip van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten wordt gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 175 m2;

b) hetzij door de verkrijger wordt verhuurd overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, 1° ;

c) hetzij door de verkrijger wordt verhuurd overeenkomstig paragraaf 4, tweede lid, 1°, a) en een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 175 m2;

2° de leverancier:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17, § 1, van het Wetboek, of, in geval van een verkoop op plan, vóór het tijdstip waarop het belastbare feit zich voordoet overeenkomstig artikel 16, § 1, eerste lid, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring, medeondertekend door de verkrijger van het gebouw, vermeldt, naast het rijksregisternummer en het telefoonnummer van wie die verklaring indient, de identificatiegegevens van alle verkopers en kopers van het heropgerichte gebouw, de respectievelijke aandelen van de kopers in dat gebouw, evenals het adres en de kadastrale gegevens van dat gebouw, dat dat gebouw het voorwerp uitmaakt van een handeling bedoeld in het eerste lid, bedoeld is om hetzij, als enige woning en hoofdzakelijk als eigen woning in de zin van artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten te worden gebruikt door de verkrijger-natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 175 m2, hetzij door de verkrijger aan een sociaal verhuurkantoor, dan wel aan een door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk te worden verhuurd of te worden verhuurd in het kader van een aan hen toegekend beheersmandaat, hetzij te worden verhuurd als woning aan een natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 175 m2, en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en) met betrekking tot de afbraak van het gebouw en de heropbouw van de woning;

- het compromis of de authentieke akte met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde handeling;

b) overhandigt een afschrift van de in de bepaling onder a) bedoelde verklaring aan zijn medecontractant(en);

3° de door de leverancier van de goederen uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart alsook de overeenkomsten of de authentieke akten met betrekking tot de handelingen bedoeld in het eerste lid, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijke niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de medeondertekening van de verkrijger van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de leverancier van de goederen van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

lid Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, a), wordt om te bepalen of de woning de enige woning is die de verkrijger-natuurlijke persoon zelf betrekt, geen rekening gehouden met:

- andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;

- een andere woning die hij betrekt als eigen woning waar hij zijn domicilie heeft gevestigd en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van ingebruikneming of inbezitneming van de woning bedoeld in het tweede lid, 1°, a), is verkocht.

2° de specifieke elementen van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

4) Het verlaagd tarief is van toepassing op het werk in onroerende staat en de andere in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, opgesomde handelingen die tot voorwerp hebben de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning bestemd voor langdurende verhuur en gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de handelingen hebben betrekking op een gebouw dat na de uitvoering van de werken:

a) door de bouwheer als woning wordt verhuurd aan een natuurlijke persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben;

b) een totale bewoonbare oppervlakte heeft van niet meer dan 200 m2;

2° de bouwheer:

a) verstuurt vóór het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, een verklaring aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde. Deze verklaring vermeldt, naast het rijksregisternummer en het telefoonnummer van wie die verklaring indient, de identificatiegegevens van alle eigenaars van het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten, de respectievelijke aandelen van de eigenaars in dat gebouw, evenals het adres en de kadastrale gegevens van dat gebouw, dat dat gebouw bedoeld is om als woning te verhuren aan een natuurlijk persoon die er zonder uitstel zijn domicilie zal hebben waarbij die woning een totale bewoonbare oppervlakte zal hebben van niet meer dan 200 m2 en is vergezeld van een afschrift van:

- de omgevingsvergunning;

- het (de) aannemingscontract(en);

b) overhandigt aan de dienstverrichter(s) een afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a);

3° het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek, doet zich voor uiterlijk op 31 december van het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning;

4° de door de dienstverrichter uitgereikte facturen en de dubbels die hij bewaart, vermelden, op basis van het afschrift van de verklaring bedoeld in de bepaling onder 2°, b), het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen; behalve in geval van samenspanning tussen de partijen of de klaarblijkelijke niet-naleving van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer bedoeld in de bepaling onder 2°, a), de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

lid Het verlaagd tarief is niet van toepassing op:

1° werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werken in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties;

3° gehele of gedeeltelijke reiniging van een woning;

4° handelingen die tot voorwerp hebben zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van het specifieke gedeelte van een installatie voor centrale verwarming die werkt op fossiele brandstoffen, daaronder begrepen de branders en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel.

5) De voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° en paragraaf 3, tweede lid, 1°, a), blijven vervuld gedurende een periode die ten vroegste eindigt op:

1° wat de afbraak van een gebouw en heropbouw van een woning betreft, 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning door de bouwheer-natuurlijke persoon;

2° wat de levering van een woning en het bijhorend terrein en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op een woning en het bijhorend terrein die niet zijn vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, betreft, 31 december van het vijfde jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de woning door de verkrijger-natuurlijke persoon.

lid Indien zich tijdens de voormelde periode wijzigingen voordoen waardoor de voorwaarden bedoeld in respectievelijk paragraaf 1, tweede lid, 1°, en paragraaf 3, tweede lid, 1°, a), niet meer vervuld zijn:

1° maakt de bouwheer-natuurlijke persoon of de verkrijger-natuurlijke persoon daar melding van in een verklaring die hij toestuurt aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, binnen de termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de wijzigingen aanvangen;

2° stort de bouwheer-natuurlijke persoon of de verkrijger-natuurlijke persoon, binnen de termijn bedoeld in 1°, het belastingvoordeel dat hij heeft genoten terug aan de Staat voor het jaar waarin de wijziging zich voordoet en voor de nog te lopen jaren tot beloop van een vijfde per jaar.

lid De in het tweede lid, 2°, bedoelde terugstorting wordt niet uitgevoerd in geval van overlijden van de bouwheer-natuurlijke persoon of van de verkrijger-natuurlijke persoon of bij elk behoorlijk verantwoord geval van overmacht dat hem definitief verhindert nog te voldoen aan de voorwaarden bedoeld in respectievelijk paragraaf 1, tweede lid, 1°, en paragraaf 3, tweede lid, 1°, a).

6) De voorwaarden bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, paragraaf 3, tweede lid, 1°, b) en c), en paragraaf 4, tweede lid, 1°, blijven vervuld gedurende een periode die ten vroegste eindigt op 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of eerste inbezitneming van de woning. Die minimumverhuurtermijn wordt, al naargelang het geval, vastgelegd in de met het sociaal verhuurkantoor dan wel met de door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappij voor sociale huisvesting of een andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon met sociaal oogmerk afgesloten verhuurovereenkomst of overeenkomst inzake het beheersmandaat, of vloeit voort uit de geregistreerde huurovereenkomst of de opeenvolgende geregistreerde huurovereenkomsten, gesloten met de huurder(s).

lid Indien zich tijdens de voormelde periode wijzigingen voordoen waardoor de voorwaarden bedoeld in respectievelijk paragraaf 2, tweede lid, 1°, paragraaf 3, tweede lid, 1°, b) en c), of paragraaf 4, tweede lid, 1°, niet meer vervuld zijn:

1° maakt de bouwheer of de verkrijger daar melding van in een verklaring die hij toestuurt aan het elektronisch adres aangeduid door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, binnen de termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de wijzigingen aanvangen;

2° stort de bouwheer of de verkrijger, binnen de termijn bedoeld in 1°, het belastingvoordeel dat hij heeft genoten terug aan de Staat voor het jaar waarin de wijziging zich voordoet en voor de nog te lopen jaren tot beloop van een vijftiende per jaar.

lid De in het tweede lid, 2°, bedoelde storting wordt niet uitgevoerd bij elk behoorlijk verantwoord geval van overmacht dat de bouwheer of de verkrijger definitief verhindert nog te voldoen aan de voorwaarden bedoeld in respectievelijk paragraaf 2, tweede lid, 1°, paragraaf 3, tweede lid, 1°, b) en c), en paragraaf 4, tweede lid, 1°.

7) Voor de toepassing van deze rubriek, wordt de totale bewoonbare oppervlakte van een eengezinswoning bepaald door de oppervlakten van alle woonvertrekken samen te tellen, gemeten vanaf en tot de binnenkant van de opgaande muren.

lid Voor de toepassing van deze rubriek, wordt de totale bewoonbare oppervlakte van een appartement bepaald door de oppervlakten van alle privatieve woonvertrekken van het appartement samen te tellen, gemeten vanaf en tot de binnenkant van de gemeenschappelijke muren. De oppervlakte van gemeenschappelijke delen of ruimten, met inbegrip van plat dak, centrale hal, trappen en de buitenzijde wordt niet in aanmerking genomen.

lid Voor de toepassing van deze rubriek, wordt de totale bewoonbare oppervlakte van een wooneenheid die deel uitmaakt van een geïntegreerd vastgoedproject van gemeenschappelijk wonen bepaald door de oppervlakten van alle woonvertrekken van die wooneenheid samen te tellen, gemeten vanaf en tot de binnenkant van de gemeenschappelijke muren. De oppervlakte van de woonvertrekken voor gemeenschappelijk gebruik door de bewoners van de verschillende wooneenheden van het project, wordt ten aanzien van elke individuele wooneenheid van het project slechts in aanmerking genomen in evenredigheid met het aantal wooneenheden van het project.

lid Voor de toepassing van deze paragraaf worden als woonvertrekken beschouwd, de keukens, de woonkamers, de eetkamers, de slaapkamers, de bewoonbare zolder- en kelderruimten, de bureaus en alle andere voor huisvesting bedoelde ruimtes. Worden gelijkgesteld met woonvertrekken, alle voor de uitoefening van een economische activiteit gebruikte ruimtes.

lid Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de oppervlakte van de woonvertrekken bedoeld in het vierde lid maar in aanmerking genomen op voorwaarde dat die vertrekken een minimumoppervlakte hebben van 4 m2 en een minimumhoogte boven de vloer van 2 meter.

lid De Koning kan deze paragraaf wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

8) De in de paragrafen 1, tweede lid, 1°, a) of 3, tweede lid, 1°, a), bedoelde voorwaarde met betrekking tot de enige woning, wordt, voor elke door die bepalingen bedoelde handeling, afzonderlijk geëvalueerd in hoofde van elke bouwheer of elke koper, ongeacht de bestaande juridische verhoudingen tussen de verschillende kopers of bouwheren die bij de handeling betrokken zijn.

lid Als de in het eerste lid bedoelde afzonderlijke evaluatie tot gevolg heeft dat de maatstaf van heffing van de in paragrafen 1, tweede lid, 1°, a) of 3, tweede lid, 1°, a), bedoelde handelingen voor de toepassing van het tarief moet worden uitgesplitst, gebeurt die uitsplitsing naar verhouding van de eigendomsrechten van de bouwheren of de kopers in de heropgebouwde woning.

lid Voor de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde handelingen gebeurt de in het tweede lid bedoelde uitsplitsing op grond van een gezamenlijke schriftelijke verklaring van de bouwheren over hun eigendomsaandeel in de heropgebouwde woning die aan de aannemer wordt overhandigd. Die verklaring ontlast de aannemer van zijn aansprakelijkheid met betrekking tot de uitsplitsing van de maatstaf van heffing, behoudens samenspanning tussen de partijen.

XXXVIII Renovatie en herstel van privéwoningen.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, Rubriek XXXVIII, werd opgeheven met ingang van 03.11.2022 (Art. 25, W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 - Ed. 2, pg. 77534, Numac: 2022033779))

lid (Opgeheven)

XXXIX Kleine hersteldiensten.

(KB nr. 20, Tabel A, rubriek XXXIX, werd ingevoegd met ingang van 01.07.2011 (Art. 28, W 04.07.2011, B.S. 19.07.2011))

lid 1\. De herstelling van ﬁetsen.

lid 2\. De herstelling van schoeisel en lederwaren.

lid 3\. De herstelling en het vermaken van kleding en huishoudlinnen.

XL Gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel A, rubriek XL, 3°, werd gewijzigd met ingang van 10.07.2021 (Art. 25, W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021, Ed. 3, pg. 66732))

lid Het verlaagd tarief van zes pct. is van toepassing op :

1° de leveringen van gebouwen, bestemd voor het school- of universitair onderwijs dat op grond van artikel 44, § 2, 4°, a), van het Wetboek is vrijgesteld, alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

2° de levering van gebouwen bestemd voor de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding, die op grond van artikel 44, § 2, 2°, tweede lid, zesde streepje, van het Wetboek zijn vrijgesteld alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld;

3° het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van de reiniging, en de andere handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, met betrekking tot de onder 1° en 2° genoemde gebouwen;

4° de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder 1° en 2° bedoelde gebouwen.

## bijlage, tabel B

Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 12 pct.

I Restaurant- en cateringdiensten.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel B, I, werd hersteld met ingang van 01.01.2010 (Art. 4, KB 09.12.2009, B.S. 14.12.2009, bekrachtigd bij art. 14, W 19.05.2010, B.S. 28.05.2010);

lid Een tijdelijke afwijking (6% pct.) was voorzien bij artikel 1ter/1 van dit KB voor de periode van 08.06.2020 t.e.m. 31.12.2020 (art. 1, KB 08.06.2020, B.S. 12.06.2020) en de periode van 08.05.2021 t.e.m. 30.09.2021 (Art. 1, KB 27.04.2021, B.S. 30.04.2021))

lid Restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken.

II (opgeheven bij KB 29.12.1992)

III Fytofarmacie.

Opgeheven met ingang van 01.03.2026 (historiek)

lid Opgeheven

IV Hotels, camping

lid Hersteld met ingang van 01.03.2026 (historiek)

lid 1\. Het verschaffen van gemeubeld logies met of zonder ontbijt.

lid 2\. De terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen.

V (opgeheven bij KB 24.06.1993)

VI Margarine.

lid Margarine

VII Banden en binnenbanden.

lid Banden en binnenbanden voor wielen van landbouwmachines en -tractors, met uitsluiting van banden of binnenbanden voor bosbouwtractors en motoculteurs.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief van 12 pct. is afhankelijk van de afgifte door de verkrijger of invoerder, aan de leverancier of aan de douane, van een schriftelijke verklaring waarin hij zijn registratienummer voor de belasting over de toegevoegde waarde vermeldt en bevestigt dat hij landbouwondernemer is en dat hij de goederen werkelijk zal gebruiken voor de behoeften van zijn landbouwbedrijf.

VIII Brandstoffen.

(De tekst van KB nr. 20, Bijlage, Tabel B, Rubriek VIII, werd opgeheven (Art. 54, W 18.07.2025, B.S. 29.07.2025, pg. 63555, Numac: 2025005578) met ingang van 29.07.2025 (Art. 55, W 18.07.2025))

lid (Opgeheven)

IX Betaaltelevisie.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel B, IX, werd opgeheven met ingang van 01.01.2012 (Art. 55,W 28.12.2011, B.S. 30.12.2011))

lid (opgeheven)

X Huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel B, rubriek X, § 1, werd gewijzigd (Art. 32, W 23.11.2023, B.S. 01.12.2023, pg. 111953, Numac: 2023047474) met ingang van 01.01.2024 - (Dit hoofdstuk is van toepassing op de handelingen bedoeld in de rubrieken XXXI, § 2 en XXXIII, § 1, van tabel A en rubriek X, § 1, van tabel B van de bijlage bij hetzelfde besluit waarvoor de belasting overeenkomstig de artikelen 22 en 22bis, § 1, van het Wetboek opeisbaar is vanaf 1 januari 2024 (Art. 33, W 23.11.2023)) (1)

1) Het verlaagd tarief van 12 pct., is van toepassing op:

lid A) de leveringen van nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid :

a) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de provincies, de intercommunales, de gemeenten, de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft, en die door deze instellingen of maatschappijen worden bestemd om te worden verhuurd;

b) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en die door deze centra worden bestemd om te worden verkocht;

c) privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

d) woningcomplexen bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten en die worden geleverd en gefactureerd aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg;

2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen;

3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand;

4° opvangtehuizen die in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid;

5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn;

6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft;

lid B) werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A met betrekking tot de onder A genoemde privé-woningen en woningcomplexen mits die worden verstrekt en gefactureerd aan de onder A genoemde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke personen;

lid C) de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en de onroerende verhuur, bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder A bedoelde privéwoningen en woningcomplexen wanneer de afnemer een onder A genoemde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon is.

2) Het verlaagd tarief van 12 pct. is in geen geval van toepassing op:

1° werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

XI Huisvesting in het kader van het sociaal beleid - Privé-initiatief.

(De tekst van KB nr. 20, Tabel B, rubriek XI, § 1, eerste lid, 1°, f) en h), werd vervangen (Art. 69, W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022, pg. 102555, Numac: 2022043130) met ingang van 01.01.2022 (Art. 70, W 21.12.2022))

lid (zie ook: Btw Verklaring nr. 110/1-2019 en Btw Verklaring-Wijzigingen nr. 110/1B-2022

1) Het verlaagd tarief van 12 %. is van toepassing op de leveringen van de nagenoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek, en op de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, van de belasting zijn vrijgesteld, wanneer die goederen bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid :

1° de privéwoningen die worden verhuurd aan navolgende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen en die door hen worden bestemd om te worden verhuurd :

a) de provincies, de autonome provinciebedrijven en de provinciale extern verzelfstandigde agentschappen;

b) de intercommunales en andere intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de gemeenten, de autonome gemeentebedrijven en de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen;

c) de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

d) de gemengde holdingmaatschappijen waarin de overheid een meerderheid heeft;

e) de sociale verhuurkantoren;

f) de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en de door hen of door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid erkende maatschappijen voor sociale huisvesting;

g) het Vlaams Woningfonds, het "Fonds du Logement des familles nombreuses de Wallonie" en het Woningfonds van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;

h) andere publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen met sociaal oogmerk die door de bevoegde overheid inzake sociaal huisvestingsbeleid zijn erkend;

2° de woningcomplexen die worden verhuurd aan de personen bedoeld in rubriek X, § 1, A, punt d).

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden :

1° degene die een privéwoning, een woningcomplex of een zakelijk recht hierop verkrijgt in omstandigheden waarbij de belasting opeisbaar wordt, moet :

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 17 van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd aan een in het eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon; deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde;

b) aan de vervreemder een kopie van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a) overhandigen;

c) een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract gesloten met een in het eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon voorleggen bij het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder a), binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;

2° de door de vervreemder uitgereikte factuur en het dubbel dat hij moet bewaren moet de datum en het referentienummer vermelden van de verklaring alsook de aanduiding van het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder 1°, a);

3° uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op de maand waarin de factuur met toepassing van het verlaagd tarief van 12 %. werd uitgereikt, moet de vervreemder een kopie van deze factuur toesturen naar het controlekantoor waaronder hij ressorteert.

2) Het verlaagd tarief van 12 %. is van toepassing op het werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek, met uitsluiting van het reinigen, en op de gelijkgestelde handelingen bedoeld in rubriek XXXI, § 3, 3° tot en met 6°, van tabel A, met betrekking tot de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde privéwoningen en woningcomplexen, wanneer zij na de uitvoering van de werken, bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden :

1° de bouwheer die een privéwoning of een woningcomplex opricht of laat oprichten of voor wie werken in onroerende staat worden verricht die tot voorwerp hebben de gehele of gedeeltelijke omvorming van een gebouw tot één of meer privéwoningen onder omstandigheden die de belasting opeisbaar maken, moet :

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22bis van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd aan een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon; deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde;

b) aan de dienstverrichter een kopie van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a) overhandigen;

c) een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract gesloten met een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, voorleggen bij het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder a), binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;

2° de eigenaar of de hoofdhuurder van een privéwoning of een woningcomplex voor wie andere werken in onroerende staat dan bedoeld in de bepaling onder 1° worden verricht, is ertoe gehouden een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract dat in het kader van het sociaal beleid werd gesloten, te overhandigen aan de dienstverrichter;

3° in het geval bedoeld in de bepaling onder 1°, moet de dienstverrichter :

a) op de factuur die hij uitreikt en op het dubbel dat hij moet bewaren de datum en het referentienummer vermelden van de verklaring en de aanduiding van het controlekantoor, bedoeld in de bepaling onder 1°, a);

b) uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op de maand waarin de factuur met toepassing van het verlaagd tarief van 12 %. werd uitgereikt, een kopie van deze factuur toesturen naar het controlekantoor waaronder hij ressorteert;

4° in het geval bedoeld in de bepaling onder 2°, moet de dienstverrichter :

a) op de factuur die hij uitreikt en op het dubbel dat hij moet bewaren de datum vermelden van het verhuurcontract en de aanduiding van het controlekantoor, bedoeld in de bepaling onder 1°, a);

b) uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op de maand waarin de factuur met toepassing van het verlaagd tarief van 12 %. werd uitgereikt, een kopie van deze factuur toesturen naar het controlekantoor waaronder hij ressorteert.

3) Het verlaagd tarief van 12 % is van toepassing op de onroerende financieringshuur of onroerende leasing bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, b), van het Wetboek en op de onroerende verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek, die betrekking hebben op de onder paragraaf 1, eerste lid, bedoelde privéwoningen en woningcomplexen, wanneer die bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

1° de persoon die een privéwoning of een woningcomplex in leasing of in huur neemt in omstandigheden waarbij de belasting opeisbaar wordt, moet:

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt, overeenkomstig artikel 22bis van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd aan een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon; deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde;

b) aan de leasinggever of de verhuurder een kopie van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a) overhandigen;

c) een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract gesloten met een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon, voorleggen bij het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder a) binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;

2° de door de leasinggever of de verhuurder uitgereikte factuur en het dubbel dat hij moet bewaren moet de datum en het referentienummer vermelden van de verklaring en de aanduiding van het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder 1°, a);

3° uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op de maand waarin de factuur met toepassing van het verlaagd tarief van 12 % werd uitgereikt, moet de leasinggever of de verhuurder een kopie van deze factuur toesturen naar het controlekantoor waaronder hij ressorteert.

4) Het verlaagd tarief van 12 %. is van toepassing op de in paragraaf 1, eerste lid, paragraaf 2, eerste lid, en paragraaf 3, eerste lid, bedoelde handelingen, met betrekking tot privéwoningen en woningcomplexen die bestemd zijn voor de huisvesting in het kader van het sociaal beleid en die worden verhuurd in het kader van een beheersmandaat toegekend aan een in paragraaf 1, eerste lid, 1°, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon.

lid Het voordeel van het verlaagd tarief is onderworpen aan de volgende voorwaarden :

1° de verwerver, de bouwheer of leasingnemer moet :

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt, overeenkomstig de artikelen 17 of 22bis van het Wetboek, bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar hij zijn woonplaats of maatschappelijke zetel heeft, een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde, dat in het kader van het sociaal beleid deze privéwoning of dit woningcomplex bestemd is om te worden verhuurd in het kader van een beheersmandaat toegekend aan een in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon; deze verklaring moet eveneens worden ondertekend door laatstgenoemde;

b) aan de vervreemder, dienstverrichter of leasinggever een kopie van de verklaring bedoeld in de bepaling onder a) overhandigen;

c) een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract voorleggen bij het controlekantoor bedoeld in de bepaling onder a) binnen de maand vanaf de ondertekening van het contract;

2° de eigenaar voor wie andere werken in onroerende staat worden uitgevoerd dan bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, moet een voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract aan de dienstverrichter overhandigen;

3° al naargelang het geval moeten de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2° en 3°, paragraaf 2, tweede lid, 3° of 4°, of paragraaf 3, tweede lid, 2° en 3° eveneens vervuld zijn.

5) Voor zover de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, paragraaf 2, tweede lid, 1° en 3°, paragraaf 3, tweede lid, en paragraaf 4, tweede lid, vervuld zijn, en behalve in geval van samenspanning tussen partijen of het klaarblijkelijk niet naleven van deze rubriek, ontlast de verklaring van de verwerver, de bouwheer of de leasingnemer de vervreemder, de dienstverrichter of de leasinggever van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

lid Voor zover de voorwaarden bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 2° en 4°, vervuld zijn, en behalve in geval van samenspanning tussen partijen of het klaarblijkelijk niet naleven van deze rubriek, ontlast het voor eensluidend verklaard afschrift van het verhuurcontract dat hem door de eigenaar werd overhandigd, de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief.

6) Om het verlaagd tarief te kunnen genieten eindigt de voorziene verhuurtermijn ten vroegste op 31 december van het vijftiende jaar volgend op het jaar waarin de eerste ingebruikneming van de woning of het woningcomplex bedoeld in de paragrafen 1 tot 4 heeft plaats gevonden. In de gevallen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 wordt die minimum verhuurtermijn bij de aanvang van de verhuurovereenkomst vastgelegd en in het geval bedoeld in paragraaf 4 wordt die termijn vastgelegd bij de aanvang van het beheersmandaat.

lid Indien zich tijdens de voormelde termijn wijzigingen voordoen waardoor de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 3, eerste lid, of paragraaf 4, eerste lid, niet meer zijn vervuld, moet :

1° enerzijds, de verwerver, de bouwheer, de eigenaar of de leasingnemer en, anderzijds, de hoofdhuurder of, in voorkomend geval, de beheerder en de huurder bij het controlekantoor belast met de belasting over de toegevoegde waarde in het ambtsgebied waar zij hun woonplaats of maatschappelijke zetel hebben hiervan binnen de maand die volgt op deze wijziging een verklaring indienen in de vorm bepaald door de minister van Financiën of zijn gemachtigde; deze verklaring moet eveneens door de betrokken partijen worden ondertekend;

2° de verwerver, de bouwheer, de eigenaar of de leasingnemer het belastingvoordeel dat hij heeft genoten, terugstorten aan de Staat voor het jaar waarin de wijziging zich voordoet en voor de nog te lopen jaren tot beloop van een vijftiende per jaar.

7) Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op :

1° werk in onroerende staat en de andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen;

2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midgetgolfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties."

## bijlage, tabel C

lid 1Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 0 pct.

(Tabel C, werd ingevoegd met ingang van 01.04.2019 (Art. 4, W 13.04.2019, B.S. 26.04.2019, pg. 40552)

I Periodieke publicaties

(De tekst van KB nr. 20, Bijlage, Tabel C, rubriek I, werd ingevoegd met ingang van 01.04.2019 (Art. 4, W 13.04.2019, B.S. 26.04.2019, pg. 40552)

1) Het verlaagd tarief is van toepassing op de gedrukte periodieke publicaties die:

1° bestemd zijn voor het grote publiek, rekening houdend met de aard van de thema's en de manier waarop die worden behandeld;

2° niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal;

3° die een coherent geheel omvatten van persartikels die:

a) auteursrechtelijk beschermd zijn;

b) werden geschreven en samengesteld onder de eindverantwoordelijkheid van een professionele redactie die hoofdzakelijk is samengesteld uit journalisten, die:

- gerechtigd zijn om de titel van beroepsjournalist te voeren bedoeld in de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist of die gerechtigd zijn om de titel van journalist van beroep te voeren bedoeld in het koninklijk besluit van 12 april 1965 tot instelling van identificatiedocumenten en -kentekens ten behoeve van de leden van de periodieke pers voor gespecialiseerde informatie, als het Belgische periodieke publicaties betreft;

- geaccrediteerd zijn als beroepsjournalisten, als het buitenlandse periodieke publicaties betreft;

4° verschijnen:

a) zonder beperking in de duur;

b) bij regelmatige, vooraf bepaalde tussenpozen;

c) minimaal achtenveertig keer per jaar;

d) onder een gemeenschappelijke benaming;

e) met de duidelijke kenmerken van hun periodiciteit.

2) Het verlaagd tarief is niet van toepassing op de volgende categorieën gedrukte periodieke publicaties:

1° de publicaties die in hoofdzaak een volledige roman, verhaal of werk van welke aard ook of afleveringen van dergelijke werken bevatten, hetzij in de vorm van een al of niet verluchte tekst, hetzij in de vorm van een beeldverhaal met al of niet in- of ondergeschreven korte tekst;

2° de in afleveringen uitgegeven boeken, waarvan de verschijning een beperkte tijdruimte beslaat of die een bijvoegsel of een bijwerking vormen van reeds verschenen werken;

3° de advertentiebladen, prospectussen, catalogussen, almanakken, prijscouranten, koerslijsten, scheepsberichten, notariële berichten, dienstregelingen;

4° de gespecialiseerde publicaties voor professioneel gebruik;

5° de publicaties die enkel denkspellen bevatten;

6° de publicaties die onder de naam van een industriële, financiële, commerciële of andere onderneming worden uitgegeven, zelfs indien ze uitsluitend teksten of illustraties van algemeen belang bevatten zonder rechtstreekse reclame;

7° de publicaties die als voornaamste doel hebben het opzoeken, in stand houden en uitbreiden van overeenkomsten ten voordele van industriële, financiële, commerciële of andere ondernemingen en die voor ondernemingen slechts een publiciteitsmiddel zijn;

8° de publicaties die het voorwerp uitmaken van een levering, een intracommunautaire verwerving of een invoer na het verstrijken van de termijn van één jaar vanaf de datum van verschijning;

9° de publicaties die verenigd zijn in volledige of onvolledige verzamelingen, in één band, of in al dan niet periodieke albums;

10° de publicaties die uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit video-inhoud of beluisterbare muziek;

11° de publicaties die als oud papier of karton worden verkocht.

3) Het verlaagd tarief is van toepassing op digitale publicaties die:

1° beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 1° tot 3°;

2° beantwoorden aan de voorwaarde bedoeld in paragraaf 1, 4°, of die geregeld en voldoende worden bijgewerkt en geactualiseerd, inzonderheid door het toevoegen van nieuwe persartikels.

4) Het verlaagd tarief is niet van toepassing op digitale publicaties bedoeld in paragraaf 2, 1° tot 10°.

## Aangehaalde teksten

9

[btw-richtlijn 2006/112 bijlage III](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/bijlage-iii) 2 voorkomens

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 35](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-35) 1 voorkomen

[WBTW art. 37](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-37) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 1 voorkomen

verordening 2017/1369 art. 7 1 voorkomen

verordening 2019/6 art. 2 1 voorkomen

verordening 2019/6 art. 5 1 voorkomen

## Rechtspraak

148

### België

144

Hof van Cassatie F.24.0044.N 22.01.2026

#### [Verlaagd btw-tarief 6%, Artikel 44, §2, 4°, a) WBTW](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verlaagd-btw-tarief-artikel-44-cassatie-brussel-2026-01-22-274a)

art. 1

Hof van Cassatie 20.11.2025

#### [Tarief, Verlaagde btw-tarief van 6%](https://juriel.be/nl/rechtspraak/tarief-verlaagde-btw-afbraak-heropbouw-cassatie-brussel-2025-11-20-e477)

KB nr. 20 art. 1

Grondwettelijk Hof 20.02.2025

#### [BTW tarief 6%](https://juriel.be/nl/rechtspraak/btw-tarief-grondwettelijk-hof-brussel-2025-02-20-1270)

### Europese Unie

4

Het Hof legt het Unierecht uit dat deze tekst uitvoert.

Hof van Justitie C-330/21 22.09.2022

#### [Mogelijkheid voor de lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen op bepaalde goederenleveringen en diensten](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-330-21-arrest)

art. 1

Hof van Justitie C-597/17 27.06.2019

#### [Vrijstellingen, medische en paramedische beroepen](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-597-17-arrest)

art. 1

Hof van Justitie C-3/09 18.03.2010

#### [Verlaagd btw-tarief](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-3-09-arrest)

art. 1

## Administratieve doctrine

314

[Voorafgaande beslissingen 181](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=voorafgaande-beslissingen) [Fiches van de administratieve commentaar 83](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=commentaar) [Omzendbrieven 25](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=omzendbrieven) [Parlementaire vragen 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=parlementaire-vragen) [Administratieve beslissingen 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=administratieve-beslissingen)

## Wetgeving

2

[Koninklijke besluiten 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten?type=koninklijke-besluiten)

311 documenten hangen aan een welbepaald punt van het artikel, 97 verwijzen naar geen enkel bijzonder punt, 56 verwijzen naar een punt dat de gepubliceerde tekst niet draagt. De koppeling wordt in de tekst van de documenten gelezen.

[Bekijk de 464 documenten](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3/documenten)
