2.
Orthopedische toestellen (medisch-chirurgische gordels daaronder begrepen); breukspalken en andere artikelen en apparaten voor de behandeling van breuken in het beendergestel; kunstgebitten, kunsttanden, kunstogen, kunstledematen en dergelijke artikelen; hoorapparaten voor hardhorigen en andere voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand worden gehouden of op andere wijze worden gedragen, dan wel worden geïmplanteerd; individueel materiaal speciaal ontworpen om te worden gedragen door stomapatiënten en door personen die lijden aan incontinentie, met uitzondering van luiers voor kinderen jonger dan zes jaar; het individueel toebehoren dat deel uitmaakt van een kunstnier inclusief de gebruikte trousses.
3.
Looprekken, rolstoelen en dergelijke wagentjes voor invaliden en zieken, ook indien met motor of ander voortbewegingsmechanisme; onderdelen en toebehoren voor deze wagens.
4.
Aërosolapparatuur en toebehoren; individueel materiaal voor de toediening van mucomyst.
5.
Anti-decubitusmateriaal opgenomen in artikel 28, § 8, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, in de versie na de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 27 mei 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
6.
Hulpmiddelen speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden, met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen.
7.
Infuuspompen voor pijnbestrijding.
8.
Glucosemeters en toebehoren.
9.
lid 1Assistentiehonden die personen met een handicap of ziekte assisteren en die opgeleid zijn in een assistentiehondenschool die door de bevoegde overheid is erkend en de speciaal ontworpen uitrusting voor dergelijke honden zoals harnassen.
Als assistentiehonden worden aangemerkt: de blindengeleidehonden, de hulphonden, de hoorhonden, de meldhonden en de therapiehonden.
10.
Maandverbanden, tampons, inlegkruisjes en gelijkaardige producten bestemd voor de hygiënische bescherming van de vrouw en de intieme tissues bestemd voor de hygiënische bescherming van de genitale zone van personen andere dan baby's.
11.
Externe defibrillatoren.
13.
Haarprothesen bedoeld in deel II, titel 1, hoofdstuk I, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 november 2021 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van de farmaceutische verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5° a), 19°, 20° en 20bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, op voorschrift van de behandelende arts of dermatoloog, wanneer ze bestemd zijn voor het verlichten van de gevolgen van een chronische of langdurige ziekte of van een beperking.
14.
De aan uitwendige borstprothesen aangepaste beha's en badpakken, op voorschrift van een arts, wanneer ze bestemd zijn voor het verlichten van de gevolgen van een chronische of langdurige ziekte of van een beperking.