---
title: "Koninklijk besluit nr. 20, artikel 1quater, versie van 01.01.1996 tot 31.12.1997"
description: "Tekst van Koninklijk besluit nr. 20, artikel 1quater zoals hij gold van 01.01.1996 tot 31.12.1997. het artikel werd ingevoegd"
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-1996-01-01"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3/version-1996-01-01"
---

Niet meer van kracht

# Koninklijk besluit nr. 20, artikel 1quater · Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

**Artikel**

AR 20

**Periode**

01.01.1996 - 31.12.1997

**Wijziging**

het artikel werd ingevoegd

**Bron**

KB 01.12.1995

## Tekst

3 paragrafen 2 punten van kracht van 01.01.1996 tot 31.12.1997

## § 1

lid 1In afwijking van artikel 1 worden vanaf 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 onderworpen aan het tarief van 12 pct. over een totale gecumuleerde maatstaf van heffing van 2.000.000 BEF, exclusief BTW :

- werk in onroerende staat en andere handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3° tot 6°, van tabel A van de bijlage bij dit besluit, die de oprichting tot voorwerp hebben van een woning die na uitvoering van de werken :

- een totale oppervlakte heeft, berekend volgens criteria vastgesteld door de Minister van Financiën, die voor huizen 190 m² en voor appartementen 100 m² niet overschrijdt en,

- hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, wordt gebruikt als vaste privé-woning.

lid 23) de bouwheer moet :

a) vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig artikel 22 van het Wetboek, bij het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen een eensluidend verklaard afschrift indienen van :

- de bouwvergunning;

- het plan dat werd of de plans die werden voorgelegd om de bouwvergunning te verkrijgen;

- in voorkomend geval, de basisakte;

- het (de) aannemingscontract(en);

b) bij de indiening van de stukken bedoeld onder a een verklaring afleggen, in de vorm bepaald door de Minister van Financiën, dat het gebouw dat hij laat oprichten de hierboven bepaalde maximale toegestane oppervlakte niet overschrijdt en bestemd is om, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, te worden gebruikt als vaste privé-woning;

c) aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring bedoeld onder punt b overhandigen;

lid 2 4) de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij moet bewaren, moeten melding maken van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagd tarief rechtvaardigen.

lid 3 Voor zover de voorwaarden bedoeld in punt 5 hieronder vervuld zijn en behalve in geval van samenspannen tussen partijen of klaarblijkelijk niet naleven van onderhavige bepaling, ontlast de verklaring van de afnemer de dienstverrichter van de aansprakelijkheid betreffende de vaststelling van het tarief;

lid 35) de dienstverrichter moet :

a) op de factuur die hij uitreikt en op het dubbel dat hij bewaart, de datum en het referentienummer vermelden van de verklaring bedoeld onder punt 3, b, hierboven, alsmede het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waar de verklaring werd ingediend;

b) binnen een door de Minister van Financiën bepaalde termijn een afschrift van iedere factuur die hij uitreikt met toepassing van het tarief van 12 pct. toesturen aan het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert;

b) de leveringen van gebouwen en de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op gebouwen die niet vrijgesteld zijn door artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek, wanneer die gebouwen :

- een totale oppervlakte hebben, berekend volgens criteria vastgesteld door de Minister van Financiën, die voor huizen 190 m² en voor appartementen 100 m² niet overschrijdt en,

- hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, gebruikt worden als vaste privé-woning.

## § 2

lid 1De voorwaarden bedoeld onder § 1, A, eerste lid, en B, eerste lid, moeten vervuld blijven gedurende een periode die eindigt op :

a) wat de oprichting van een woning betreft, 31 december van het jaar na dat waarin het gebouw voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing;

b) wat de levering van een gebouw en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op een gebouw die niet vrijgesteld zijn door artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek betreft, 31 december van het jaar na dat waarin de verkrijger voor het eerst onroerende voorheffing is verschuldigd voor dat gebouw.

lid 2Indien de bouwheer of verkrijger tijdens de hierboven genoemde periode wijzigingen aanbrengt waardoor de voorwaarden bedoeld onder § 1, A, eerste lid, en B, eerste lid, niet meer vervuld zijn, moet hij :

1° hiervan aangifte doen op het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde van het ambtsgebied waarin het gebouw is gelegen binnen de termijn van een maand vanaf de datum waarop de wijzigingen aangevangen worden;

2° het belastingvoordeel dat hij heeft genoten terugstorten aan de Staat.

## § 3

Het verlaagd tarief van 12 pct. is in geen geval van toepassing op :

a) werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en het oprichten van afsluitingen;

b) werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna's, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.

## Opeenvolgende versies

10 versies eerste op 01.01.1996

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| [01.01.2024](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) van kracht | het artikel is vervallen | KB 27.03.2022, B.S. 31.03.2022 |
| [01.07.2023](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2023-07-01) | § 7, werd opgeheven | W 22.12.2023, B.S. 29.12.2023 |
| [01.04.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2022-04-01) | de §§ 1, 2, 3 en 7, werden gewijzigd met ingang van 01.04.2022 t.e.m. 31.12.2023 | KB 27.03.2022, B.S. 31.03.2022 |
| [01.01.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2022-01-01) | § 2, tweede lid, 1°, b) en 2°; a) werden vervangen; § 3, tweede lid, 1° en 2°, a) werden vervangen en § 5, eerste lid werd vervangen | W 21.12.2022, B.S. 29.12.2022 |
| [01.01.2021](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2021-01-01) | het artikel werd vervangen en is van toepassing met ingang van 01.01.2021 tot 31.12.2022 | Programmawet 20.12.2020, B.S. 30.12.2020 |
| [01.01.2010](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2010-01-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 09.12.2009, B.S. 14.12.2009, bekrachtigd bij art. 14, W 19.05.2010, B.S. 28.05.2010 |
| [01.01.2009](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2009-01-01) | het artikel werd opnieuw ingevoegd | KB 10.02.2009, B.S. 13.02.2009, bekrachtigd bij art. 22, W 27.03.2009, B.S. 07.04.2009 |
| [01.01.2000](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-2000-01-01) | het artikel werd opgeheven | KB 18.01.2000 |
| [01.01.1998](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c/versie-1998-01-01) | het artikel werd gewijzigd | W 20.01.1998 |
| 01.01.1996 getoond | het artikel werd ingevoegd | KB 01.12.1995 |
