lid 1De belastingplichtige die zijn activiteit vóór 1 januari 2022 aanvangt kan de regeling van forfaitaire grondslagen van aanslag genieten ingesteld bij artikel 56 van het Wetboek voor de in bijlage bij dit besluit opgesomde sectoren van activiteit wanneer hij in de bij artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek bedoelde aangifte verklaart dat naar alle waarschijnlijkheid zijn activiteit zal voldoen aan de voorwaarden die voor de toepassing van deze regeling zijn bepaald.
lid 2De bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert kan niettemin beslissen dat deze laatste de normale regeling van de belasting moet toepassen wanneer duidelijk blijkt dat de voor de toepassing van de forfaitaire regeling gestelde voorwaarden niet zijn vervuld. De kennisgeving van deze beslissing aan de belastingplichtige gebeurt bij aangetekende brief door de bevoegde ambtenaar van deze dienst.
§ 2
lid 1De beslissing van de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde dienst om overeenkomstig artikel 56, § 1, vijfde lid, van het Wetboek de forfaitaire grondslagen van aanslag aan te passen aan de eigen activiteit van de belastingplichtige, wordt hem door die dienst bij aangetekende brief meegedeeld.
lid 2Wanneer de belastingplichtige binnen een maand na deze kennisgeving die dienst niet heeft ingelicht de normale regeling van de belasting te willen behouden, is de beslissing op hem van toepassing en wordt hij geacht aan de forfaitaire regeling onderworpen te zijn.