Koninklijk besluit nr. 2, artikel 3 · Koninklijke besluiten

Naar de tekst
Juriel

AR 2 01.01.2019 - 30.11.2022 het artikel werd ingevoerd KB 19.12.2018, B.S. 31.12.2018

Zoeken
Niet meer van kracht

Koninklijk besluit nr. 2, artikel 3Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-2-artikel-0821/versie-2019-01-01

Artikel
AR 2
Periode
01.01.2019 - 30.11.2022
Wijziging
het artikel werd ingevoerd
Bron
KB 19.12.2018, B.S. 31.12.2018

Tekst

3 paragrafen 0 punten van kracht van 01.01.2019 tot 30.11.2022

§ 1

De belastingplichtige die niet meer de voorwaarden vervult om te worden belast volgens de forfaitaire regeling overeenkomstig artikel 56, § 1, van het Wetboek, wordt onderworpen aan de normale regeling van de belasting te rekenen vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal na dat waarin zijn toestand werd gewijzigd.

§ 2

lid 1De aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige die overeenkomstig artikel 56, § 4, eerste lid, van het Wetboek wenst te opteren voor de normale regeling van de belasting, richt daartoe een aangetekende brief aan de in artikel 1, § 1, tweede lid, bedoelde dienst. Die optie moet worden uitgeoefend vóór 15 maart en heeft uitwerking vanaf 1 april van hetzelfde jaar.

lid 2De belastingplichtige kan slechts opnieuw overgaan naar de forfaitaire regeling na gedurende twee volle jaren aan de normale regeling van de belasting onderworpen te zijn geweest.

§ 3

lid 1De overeenkomstig artikel 56, § 4, derde lid, van het Wetboek terug te geven belasting wordt berekend over de waarde waarop de belastingplichtige bij toepassing van de forfaitaire regeling werd belast.

lid 2De teruggaaf kan slechts worden verleend mits indiening bij de in artikel 1, § 1, tweede lid, bedoelde dienst, van een inventaris van de voorraad, in twee exemplaren, binnen een maand vanaf de datum van de wijziging van de belastingregeling. De inventaris moet de gedetailleerde aanduiding bevatten van de hoeveelheden goederen in voorraad en de maatstaf aanduiden waarover de belasting werd berekend bij de verkrijging van deze goederen.

lid 3Wanneer de belastingplichtige die aan de forfaitaire regeling is onderworpen een jaarlijkse inventaris opmaakt, wordt de teruggaaf beperkt tot de belasting die betrekking heeft op de vermeerdering van de voorraad ten opzichte van de laatste opgemaakte inventaris waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de belasting. In de mate dat geen inventaris werd opgemaakt vóór de overgang naar de normale regeling, heeft de teruggaaf betrekking op alle goederen die in voorraad waren op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling.

lid 4De teruggaaf heeft plaats overeenkomstig de regelen bepaald door of ter uitvoering van de artikelen 78 en 80 van het Wetboek.

Opeenvolgende versies

4 versies eerste op 01.01.2019
Van krachtWijzigingBron
10.01.2026van krachtKB 17.12.2015, B.S. 31.12.2025
01.01.2024de §§ 1 en 2, werden gewijzigdKB 17.12.2023, B.S. 22.12.2023
01.12.2022§ 1 werd gewijzigd en § 2 werd vervangenKB 26.10.2022, B.S. 10.11.2022
01.01.2019getoondhet artikel werd ingevoerdKB 19.12.2018, B.S. 31.12.2018