---
title: "Koninklijk besluit nr. 1, artikel 19, versie van 23.07.2020 tot 09.04.2021"
description: "Tekst van Koninklijk besluit nr. 1, artikel 19 zoals hij gold van 23.07.2020 tot 09.04.2021. bij de artikelen 27 en 28 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie - CORONA III"
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-2020-07-23"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-19-ab6b/version-2020-07-23"
---

Niet meer van kracht

# Koninklijk besluit nr. 1, artikel 19 · Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

**Artikel**

AR 1

**Periode**

23.07.2020 - 09.04.2021

**Wijziging**

bij de artikelen 27 en 28 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie - CORONA III

**Bron**

B.S. 23.07.2020

## Wat op die datum veranderde

5 gewijzigde passages op 13 184 ingevoegde woorden

Vergeleken met de versie van 01.04.2017

Wat de FOD erover zegt : Bij de artikelen 27 en 28 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie - CORONA III (B.S. 23.07.2020, pg. 55186), werd, als tijdelijke maatregel, een vrijstelling ingevoerd van het btw-voorschot dat moet worden betaald in december 2020. Deze wet treedt in werking op 23.07.2020 (Art. 31, W 23.07.2020

Naar de tekst van deze versie

## Tekst

2 paragrafen 0 punten van kracht van 23.07.2020 tot 09.04.2021

## § 1

lid 1De belastingplichtige die op 1 oktober van het lopende kalenderjaar btw-kwartaalaangiften indient overeenkomstig artikel 18, § 2, moet een voorschot betalen op de belasting die verschuldigd is over zijn handelingen van het vierde kwartaal van datzelfde jaar.

lid 2Het bedrag van het voorschot bedoeld in het eerste lid is gelijk aan de belasting die door de belastingplichtige is verschuldigd over de handelingen die hij heeft verricht vanaf 1 oktober tot en met 20 december van het lopende kalenderjaar. Om een controle op dit bedrag te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde, de gegevens kunnen meedelen die als grondslag hebben gediend voor de berekening van het voorschot.

lid 3Wanneer evenwel de belastingplichtige het bedrag van dat voorschot niet vermeldt in de periodieke aangifte met betrekking tot de handelingen van het vierde kwartaal van het lopende kalenderjaar of de in het tweede lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig meedeelt, is het bedrag van het voorschot gelijk aan de verschuldigde belasting over de handelingen van het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar.

lid 4Onverminderd de toerekening van het creditsaldo dat uit zijn rekening-courant zou blijken, betaalt de belastingplichtige uiterlijk de vierentwintigste van de maand december van het lopende kalenderjaar het bedrag van het voorschot berekend overeenkomstig de in het tweede of derde lid bepaalde wijze.

## § 2

lid 1De belastingplichtige die op 1 december van het lopende kalenderjaar btw-maandaangiften indient overeenkomstig artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, moet een voorschot betalen op de belasting die verschuldigd is over zijn handelingen van de maand december van datzelfde jaar.

lid 2Het bedrag van het voorschot bedoeld in het eerste lid is gelijk aan de belasting die door de belastingplichtige is verschuldigd over de handelingen die hij heeft verricht vanaf 1 december tot en met 20 december van het lopende kalenderjaar. Om een controle op dit bedrag te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde, de gegevens kunnen meedelen die als grondslag hebben gediend voor de berekening van het voorschot.

lid 3Wanneer evenwel de belastingplichtige het bedrag van dat voorschot niet vermeldt in de periodieke aangifte met betrekking tot de handelingen van de maand december van het lopende kalenderjaar of de in het tweede lid bedoelde gegevens niet of niet tijdig meedeelt, is het bedrag van het voorschot gelijk aan de verschuldigde belasting over de handelingen van de maand november van het lopende kalenderjaar.

lid 4Onverminderd de toerekening van het creditsaldo dat uit zijn rekening-courant zou blijken, betaalt de belastingplichtige uiterlijk de vierentwintigste van de maand december van het lopende kalenderjaar het bedrag van het voorschot berekend overeenkomstig de in het tweede of derde lid bepaalde wijze.

lid 5 ingevoegde tekst: Tijdelijke maatregelen (Artikelen 27 en 28, W 15.07.2020) einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 6 ingevoegde tekst: Artikel 27, W 15.07.2020 einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 7 ingevoegde tekst: In afwijking van artikel 19, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2017, moet de belastingplichtige die op 1 oktober 2020 btw-kwartaalaangiften indient overeenkomstig artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit, geen voorschot betalen op de belasting die verschuldigd is over zijn handelingen van het vierde kwartaal van het jaar 2020. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 8 ingevoegde tekst: Artikel 28, W 15.07.2020 einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 9 ingevoegde tekst: In afwijking van artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 februari 2017, moet de belastingplichtige die op 1 december 2020 btw-maandaangiften indient overeenkomstig artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, geen voorschot betalen op de belasting die verschuldigd is over zijn handelingen van de maand december van het jaar 2020. einde van de invoeging.

toegevoegd

## Opeenvolgende versies

7 versies eerste op 01.01.1993

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| [10.04.2021](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0) van kracht | het artikel werd opgeheven | KB 29.03.2021, B.S. 31.03.2021 |
| 23.07.2020 getoond | bij de artikelen 27 en 28 van de wet van 15.07.2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie - CORONA III | B.S. 23.07.2020 |
| [01.04.2017](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-2017-04-01) | het artikel werd vervangen | KB 26.02.2017 |
| [01.01.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-2004-01-01) | § 3, werd gewijzigd | KB 16.02.2004, B.S. 27.02.2004 |
| [01.12.1995](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-1995-12-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 09.11.1995 |
| [01.01.1994](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-1994-01-01) | het artikel werd gewijzigd | KB 05.12.1994 |
| [01.01.1993](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-19-cff0/versie-1993-01-01) | het artikel werd ingevoerd | KB 29.12.1992 |
