---
title: "Artikel 91 van het Belgische Btw-Wetboek, versie van 10.01.2022 tot 02.11.2022"
description: "Tekst van Artikel 91 van het Belgische Btw-Wetboek zoals hij gold van 10.01.2022 tot 02.11.2022. § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen"
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2022-01-10"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91/version-2022-01-10"
---

Niet meer van kracht

# Artikel 91 van het Belgische Btw-Wetboek · Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

**Artikel**

91

**Periode**

10.01.2022 - 02.11.2022

**Wijziging**

§ 1, eerste lid, 4°, werd vervangen

**Bron**

W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021

## Wat op die datum veranderde

36 gewijzigde passages op 22 647 ingevoegde woorden 648 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.04.2021

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 91, § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen met ingang van 10.01.2022 (Art. 30, W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127779, Numac: 2021034489

Op die datum geschrapt

art. 91, lid 1 geschrapte tekst: Tijdelijke maatregel (april-september 2021) einde van de schrapping.

art. 91, lid 2 geschrapte tekst: (Tijdelijke afwijking van de geldende tekst van artikel 91 W.Btw, ingevoerd voor de periode april-juni 2021 (Artt. 20 en 21, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021, pg. 32911, inwerkingtreding 01.04.2021, Numac: 2021020750) en verlengd tot de periode april–september 2021 (Art. 12, W 18.07.2021, B.S. 29.07.2021, pg. 76957, Numac: 2021021520)) einde van de schrapping.

art. 91, lid 3 geschrapte tekst: 1. Artikel 20, W 02.04.2021 - Afwijking van artikel 91, W.Btw, zoals het geldt vanaf 01.04.2019 einde van de schrapping.

art. 91, lid 4 geschrapte tekst: “Art. 20. In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 5 geschrapte tekst: In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 6 geschrapte tekst: In afwijking van artikel 91, § 2bis, van hetzelfde Wetboek, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 7 geschrapte tekst: Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een innings- en invorderingsregister, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister. einde van de schrapping.

art. 91, lid 8 geschrapte tekst: Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.” einde van de schrapping.

art. 91, lid 9 geschrapte tekst: 2. Artikel 21, W 02.04.2021 - Afwijking van artikel 91, W.Btw, zoals het gold vóór 01.04.2019 (Vóór de wijziging bij W 26.11.2018) einde van de schrapping.

art. 91, lid 10 geschrapte tekst: “Art. 21. In afwijking van artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 4 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 11 geschrapte tekst: In afwijking van artikel 91, § 3, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 2 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 12 geschrapte tekst: In afwijking van artikel 91, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals het gold alvorens te zijn gewijzigd door de wet van 26 november 2018, en zoals het toepasbaar blijft voor het geval bedoeld in artikel 19 van deze wet, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 op de in te vorderen bedragen vastgesteld op 8 pct. einde van de schrapping.

art. 91, lid 13 geschrapte tekst: Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91, §§ 1 en 2, van hetzelfde Wetboek, opgenomen zijn in een dwangbevel dat werd betekend of ter kennis gebracht, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar. einde van de schrapping.

art. 91, lid 14 geschrapte tekst: Wanneer de in te vorderen bedragen bedoeld in artikel 91 van hetzelfde Wetboek, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke beslissing, wordt de rentevoet voor de interesten verschuldigd met betrekking tot de maanden april, mei, juni, juli, augustus en september 2021 vastgesteld op 8 pct. per jaar, te rekenen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.” einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

## Tekst

6 paragrafen 8 punten van kracht van 10.01.2022 tot 02.11.2022

## § 1

ingevoegde tekst: Een nalatigheidsinterest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd wanneer de belasting niet voldaan is : einde van de invoeging.

1° ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van de artikelen 52, 53, § 1, eerste lid, 3°, 53ter, 2° en 53octies, is gesteld; einde van de invoeging.

toegevoegd

2° ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 53nonies is gesteld; einde van de invoeging.

toegevoegd

3° ingevoegde tekst: binnen de termijn die ter uitvoering van artikel 54 is gesteld, voor de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8. einde van de invoeging.

toegevoegd

4° ingevoegde tekst: binnen de termijn vastgesteld in de artikelen 58ter, § 6, vierde lid, 58quater, § 6, negende lid, 58quinquies, § 6, vierde lid en 58sexies, § 3, tweede lid en in uitvoering van de artikelen 367, eerste lid, 369decies, eerste lid en 369tervicies, eerste lid, van de Richtlijn 2006/112/EG. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.

toegevoegd

## § 2

ingevoegde tekst: Wanneer de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting werd voldaan over een ontoereikende maatstaf, is van rechtswege een nalatigheidsinterest van 0,8 pct. per maand verschuldigd te rekenen vanaf de inleidende daad van de procedure; die interest wordt op de in § 1 bepaalde wijze berekend. einde van de invoeging.

## § 2bis

ingevoegde tekst: Een nalatigheidsinterest, berekend tegen de wettelijke rentevoet vastgesteld in fiscale zaken, is van rechtswege eisbaar op de in te vorderen sommen die niet bedoeld zijn in de paragrafen 1 en 2 te rekenen vanaf: einde van de invoeging.

1° ingevoegde tekst: de datum van uitvoerbaarverklaring van het innings- en invorderingsregister wanneer de sommen in een innings- en invorderingsregister opgenomen zijn overeenkomstig artikel 85; einde van de invoeging.

toegevoegd

2° ingevoegde tekst: het ogenblik waarop de gerechtelijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van deze sommen in kracht van gewijsde is getreden in de andere gevallen. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: Deze nalatigheidsinterest wordt om de maand berekend over het totaal van de verschuldigde sommen, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De nalatigheidsinterest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.

toegevoegd

## § 3

ingevoegde tekst: Een moratoriuminterest van 0,8 pct. per maand is van rechtswege verschuldigd over de sommen die moeten worden teruggegeven : einde van de invoeging.

1° ingevoegde tekst: met toepassing van artikel 76, § 1, eerste en derde lid, te rekenen vanaf het verstrijken van de in deze bepaling bepaalde termijn. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: De moratoriuminterest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De moratoriuminterest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 5 euro bereikt; einde van de invoeging.

toegevoegd

2° ingevoegde tekst: met toepassing van de bepalingen van de Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 22, paragraaf 1, van deze richtlijn. Er is evenwel geen enkele moratoriuminterest verschuldigd wanneer de belastingplichtige zijn verplichting de op basis van de artikelen 10 en 20, paragraaf 1, van de voornoemde richtlijn geëiste aanvullende informatie te verstrekken niet voldaan heeft binnen de termijn bepaald bij artikel 20, paragraaf 2, van deze richtlijn. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: De moratoriuminterest wordt om de maand berekend over het totaal van de terug te geven belasting, afgerond op het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 10 euro. Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De moratoriuminterest van een maand is slechts verschuldigd indien hij 5 euro bereikt. einde van de invoeging.

toegevoegd

## § 4

ingevoegde tekst: De moratoriuminterest over terug te geven sommen die niet in paragraaf 3 zijn bedoeld, is verschuldigd tegen de wettelijke rentevoet vastgesteld in fiscale zaken en volgens de regels geldende in burgerlijke zaken. einde van de invoeging.

## § 5

ingevoegde tekst: De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is, de in de §§ 1, 2 en 3 bedoelde interestvoeten aanpassen. einde van de invoeging.

## Opeenvolgende versies

14 versies eerste op 01.01.1993

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| [09.03.2026](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) van kracht |  | W. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026 |
| 20.02.2026 |  | W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026 |
| 08.01.2024 | § 4, eerste lid, 1°, werd aangevuld en het eerste lid werd aangevuld met een punt 1°/1 | W 28.12.2023, B.S. 29.12.2023 |
| [01.01.2023](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2023-01-01) | het artikel werd vervangen | W 20.11.2022, B.S. 30.11.2022 |
| [03.11.2022](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2022-11-03) | § 3, 2°, eerste lid, werd gewijzigd | W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022 |
| 10.01.2022 getoond | § 1, eerste lid, 4°, werd vervangen | W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| [01.04.2021](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2021-04-01) | een tijdelijke afwijking van de geldende tekst van artikel 91 W.Btw, werd ingevoerd voor de periode april-juni 2021 | Artt. 20 en 21, W 02.04.2021, B.S. 13.04.2021 |
| [01.04.2019](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2019-04-01) | de §§ 1, 2 en 3, werden gewijzigd; § 2bis wordt ingevoegd en § 4 wordt vervangen | W 26.11.2018, B.S. 04.12.2018 |
| [01.01.2015](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2015-01-01) | § 1, eerste lid, 4°, werd ingevoegd | W 19.12.2014, B.S. 29.12.2014 |
| [01.01.2010](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2010-01-01) | § 3, werd gewijzigd | W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009 |
| [01.01.2004](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2004-01-01) | § 1, 1°, werd gewijzigd | W 28.01.2004, B.S. 10.02.2004 |
| [01.01.2002](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-2002-01-01) | de in dit artikel opgenomen bedragen worden in euro uitgedrukt | 9° en 5, § 5, 1° en 2°, KB 20.07.2000 |
| [01.10.1997](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-1997-10-01) | het artikel werd gewijzigd | W 07.01.1998 |
| [01.01.1993](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91/versie-1993-01-01) | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |
