---
title: "Artikel 76 van het Belgische Btw-Wetboek, versie van 10.01.2022 tot 31.12.2024"
description: "Tekst van Artikel 76 van het Belgische Btw-Wetboek zoals hij gold van 10.01.2022 tot 31.12.2024. § 1, vierde lid werd vervangen; § 2 werd vervangen en § 3 werd ingevoegd"
url: "https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-2022-01-10"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/codes/tva/article-76/version-2022-01-10"
---

Niet meer van kracht

# Artikel 76 van het Belgische Btw-Wetboek · Deze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

**Artikel**

76

**Periode**

10.01.2022 - 31.12.2024

**Wijziging**

§ 1, vierde lid werd vervangen; § 2 werd vervangen en § 3 werd ingevoegd

**Bron**

W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021

## Wat op die datum veranderde

15 gewijzigde passages op 18 655 ingevoegde woorden 124 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 16.05.2014

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 76, § 1, vierde lid werd vervangen; § 2 werd vervangen en § 3 werd ingevoegd met ingang van 10.01.2022 (Art. 15, W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 - Ed. 2, pg. 127779, Numac: 2021034489

Naar de tekst van deze versie

## Tekst

3 paragrafen 4 punten van kracht van 10.01.2022 tot 31.12.2024

## § 1

lid 1Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, wordt wanneer het bedrag van de belasting die ingevolge de artikelen 45 tot 48 voor aftrek in aanmerking komt, aan het einde van het kalenderjaar meer bedraagt dan de belasting die verschuldigd is door de belastingplichtige die overeenkomstig artikel 50 voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, het verschil teruggegeven binnen drie maanden op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel 55, §§ 1 of 2.

lid 2Indien het een belastingplichtige betreft die wordt vertegenwoordigd door een persoon die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, vooraf werd erkend, moet het in het eerste lid bedoeld verzoek worden ingediend door voornoemde vooraf erkende persoon.

lid 3De Koning kan bepalen dat het overschot, in de door Hem te bepalen gevallen en onder de door Hem te stellen voorwaarden, vóór het einde van het kalenderjaar wordt teruggegeven.

lid 4 geschrapte tekst: Met betrekking tot de in deze paragraaf bedoelde voorwaarden kan de Koning ten voordele van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, een inhouding voorzien die geldt als bewarend beslag onder derden in de zin van artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Het voor teruggaaf vatbaar overschot, zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de teruggaaf, wordt ingehouden: einde van de invoeging.

vervangen

1° ingevoegde tekst: tot beloop van een aan te zuiveren belastingschuld van die belastingplichtige in het voordeel van de administratie, indien die belastingschuld geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is; einde van de invoeging.

toegevoegd

2° ingevoegde tekst: wanneer er ernstige vermoedens of bewijzen bestaan dat de aangifte of de aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2° voor daaraan voorafgaande perioden gegevens bevatten die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan voor het tijdstip van de ordonnancering ervan of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan gebeuren, om de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: Voor de toepassing van de in het vierde lid bedoelde inhouding, wordt, behoudens tegenbewijs, de door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek opgelegde voorwaarde geacht vervuld te zijn. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De in het vierde lid bedoelde inhouding geldt als bewarend beslag onder derden in de zin van artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van deze inhouding. einde van de invoeging.

toegevoegd

## § 2

lid 1 geschrapte tekst: De niet in § 1 bedoelde belastingplichtige kan, bij wijze van teruggaaf, de belasting recupereren die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten, en van de door hem ingevoerde goederen en verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate waarin die belasting voor aftrek in aanmerking komt overeenkomstig de artikelen 45 tot 48. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, wordt, wanneer het bedrag van de te regulariseren belasting meer bedraagt dan het bedrag van de verschuldigde belasting door de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon die gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, het verschil teruggegeven binnen drie maanden. einde van de invoeging.

lid 2 geschrapte tekst: De Koning regelt de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf wanneer de teruggaaf moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen inzake teruggaaf van de Richtlijn 2008/9/EG. einde van de schrapping. ingevoegde tekst: De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van deze paragraaf met betrekking tot de te volgen procedure, de in acht te nemen termijnen en de vormvoorwaarden. einde van de invoeging.

vervangen

lid 3 ingevoegde tekst: Het voor teruggaaf vatbaar overschot, zonder onderscheid naargelang de belastingplichtige al dan niet geopteerd heeft voor de teruggaaf, wordt ingehouden: einde van de invoeging.

toegevoegd

1° ingevoegde tekst: tot beloop van een aan te zuiveren belastingschuld van die belastingplichtige in het voordeel van de administratie, indien die belastingschuld geen schuldvordering vormt die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is; einde van de invoeging.

toegevoegd

2° ingevoegde tekst: wanneer er ernstige vermoedens of bewijzen bestaan dat de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, gegevens bevat die onjuist zijn en een belastingschuld in het vooruitzicht stellen zonder dat een daadwerkelijke bepaling ervan vóór het tijdstip van de ordonnancering ervan of de verrichting gelijkgesteld met een betaling kan gebeuren, om de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde toe te laten de waarachtigheid van die gegevens na te gaan. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 2 ingevoegde tekst: Voor de toepassing van de in het derde lid bedoelde inhouding, wordt, behoudens tegenbewijs, de door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek opgelegde voorwaarde geacht vervuld te zijn. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: De in het derde lid bedoelde inhouding geldt als bewarend beslag onder derden in de zin van artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van deze inhouding. einde van de invoeging.

toegevoegd

## § 3

lid 1 ingevoegde tekst: De niet in de paragrafen 1 of 2 bedoelde belastingplichtige kan, bij wijze van teruggaaf, de belasting recupereren die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten, en van de door hem ingevoerde goederen en verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate waarin die belasting voor aftrek in aanmerking komt overeenkomstig de artikelen 45 tot 48. einde van de invoeging.

lid 2 ingevoegde tekst: De Koning bepaalt de toepassingsvoorwaarden van deze paragraaf met betrekking tot de te volgen procedure, de in acht te nemen termijnen, en de vormvoorwaarden. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3 ingevoegde tekst: Wanneer de teruggaaf moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen inzake teruggaaf van de Richtlijn 86/560/EEG of de Richtlijn 2008/9/EG, regelt de Koning de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf met betrekking tot het personele toepassingsgebied, de belasting waarvoor om teruggaaf kan verzocht worden, de te volgen procedure, de vormvoorwaarden, het teruggaaftijdvak, de minimumbedragen, de in acht te nemen termijnen en de correcties, met inachtneming van het feit dat de teruggaaf op grond van de Richtlijn 85/560/EEG, waar die richtlijn dat toelaat, wordt verleend onder dezelfde voorwaarden als die van toepassing voor de teruggaaf op grond van de Richtlijn 2008/9/EG. De Koning kan daarbij afwijken van het bepaalde in artikel 82bis. einde van de invoeging.

toegevoegd

## Opeenvolgende versies

8 versies eerste op 01.01.1993

| Van kracht | Wijziging | Bron |
| --- | --- | --- |
| [20.02.2026](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) van kracht |  | W. 10.02.2026, B.S. 20.02.2026 |
| 01.02.2025 | § 1, werd vervangen | W 12.03.2023, B.S. 23.03.2023 |
| [01.01.2025](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-2025-01-01) | § 1, derde lid, wordt vervangen en § 2, derde lid, 3°, wordt ingevoegd | W 22.12.2023, B.S. 29.12.2023 |
| 10.01.2022 getoond | § 1, vierde lid werd vervangen; § 2 werd vervangen en § 3 werd ingevoegd | W 27.12.2021, B.S. 31.12.2021 |
| [16.05.2014](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-2014-05-16) | § 1, vierde lid, werd gewijzigd | W 25.04.2014, B.S. 16.05.2014 |
| [01.01.2010](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-2010-01-01) | § 1 en § 2, tweede lid, werd gewijzigd | W 26.11.2009, B.S. 04.12.2009 |
| [01.01.2005](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-2005-01-01) | § 1, eerste lid, werd gewijzigd | W 27.12.2004, B.S. 31.12.2004 |
| [01.01.1993](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76/versie-1993-01-01) | het artikel werd gewijzigd | W 28.12.1992 |
