Artikel 70 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

70 13.07.2020 - 31.12.2022 § 1bis, werd voorwaardelijk vernietigd 1

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 70 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-70/versie-2020-07-13

Artikel
70
Periode
13.07.2020 - 31.12.2022
Wijziging
§ 1bis, werd voorwaardelijk vernietigd
Bron
1

Wat op die datum veranderde

5 gewijzigde passages op 15 154 ingevoegde woorden 38 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.2013

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 70, § 1bis, werd voorwaardelijk vernietigd (1) (Arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 32/2020 d.d. 20.02.2020, met absoluut gezag van gewijsde vanaf 13.07.2020 (B.S. 13.07.2020, pg. 51923

Op die datum geschrapt

art. 70, § 1bisgeschrapte tekst: Ieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht , verbeurt een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid. einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

Tekst

5 paragrafen 0 punten van kracht van 13.07.2020 tot 31.12.2022

§ 1

lid 1Voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, wordt een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

lid 2Die geldboete is verschuldigd individueel door ieder die krachtens de artikelen 51, §§ 1, 2 en 4, 51bis, 52, 53, 53ter, 53nonies, 54, 55 en 58, of krachtens de ter uitvoering ervan genomen besluiten, gehouden is tot voldoening van de belasting.

lid 3ingevoegde tekst: [§ 1bis. Ieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, verbeurt een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid.] (1) einde van de invoeging.

toegevoegd

§ 2

lid 1Wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk, waarvan de uitreiking is voorgeschreven door de artikelen 53, 53decies en 54, of door de ter uitvoering ervan genomen besluiten, niet is uitgereikt of onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van het identificatienummer, de naam of het adres van de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten, de prijs of het toebehoren ervan, wordt een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de op de handeling verschuldigde belasting, zonder dat ze minder mag bedragen dan 50 euro.

lid 2Die geldboete is verschuldigd individueel door de leverancier of de dienstverrichter en door zijn medecontractant. Ze is evenwel niet verschuldigd wanneer de overtredingen als louter toevallig kunnen worden aangemerkt, inzonderheid op grond van het aantal en het belang van de handelingen waarvoor geen regelmatig stuk is uitgereikt, vergeleken met het aantal en het belang van de handelingen waarvoor wel een regelmatig stuk is uitgereikt of wanneer de leverancier of de dienstverrichter geen ernstige reden had om te twijfelen aan de niet-belastingplichtigheid van de medecontractant.

lid 3Ingeval een persoon wegens eenzelfde overtreding zowel de in § 1 als de in § 2 bepaalde geldboete oploopt, is alleen de laatste verschuldigd.

§ 3

lid 1Wanneer het invoerdocument dat krachtens artikel 52 moet worden overgelegd, onjuiste vermeldingen bevat ten aanzien van de aard of de hoeveelheid van de ingevoerde goederen, de prijs of het toebehoren ervan, de naam of het adres van degene op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan, wordt een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van die belasting, zonder dat ze minder mag bedragen dan 50 EUR.

lid 2Die geldboete is hoofdelijk verschuldigd door allen die krachtens artikel 52 gehouden zijn tot voldoening van de belasting. Ze is evenwel niet verschuldigd wanneer de overtreding als louter toevallig kan worden aangemerkt.

lid 3Ingeval een persoon wegens eenzelfde overtreding zowel de in § 1 als de in § 3 bepaalde geldboete oploopt, is alleen de laatste verschuldigd.

§ 4

lid 1De niet in de §§ 1, 2 en 3 bedoelde overtredingen van dit Wetboek of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, worden bestraft met een niet-proportionele fiscale geldboete van 50 euro tot 5.000 euro per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

lid 2Zij die niet tot voldoening van de belasting zijn gehouden, maar aan wie bij de artikelen 39 tot 42, 52 tot 54bis en 58, of bij de ter uitvoering ervan genomen besluiten bepaalde verplichtingen zijn opgelegd, zijn bovendien, ingeval zij een overtreding hebben begaan, hoofdelijk aansprakelijk voor de voldoening van de belasting, de interesten en de opgelopen geldboeten. Ten aanzien van onregelmatig in België ingevoerde goederen rust die hoofdelijke aansprakelijkheid eveneens op hen die aan de invoer of de poging tot invoer hebben deelgenomen, op de houder van de goederen en, eventueel, op degene voor wiens rekening die houder heeft gehandeld.

§ 5

lid 1Wanneer ten aanzien van goederen en diensten waarvoor de in artikel 59, § 2, bedoelde deskundige schatting kan worden gevorderd, bevonden wordt dat de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verbeurt de schuldenaar van de aanvullende belasting een geldboete ten bedrage van die belasting indien het tekort gelijk is aan of groter is dan een achtste van de maatstaf waarover de belasting werd voldaan.

lid 2ingevoegde tekst: (1) Het Hof stelt: einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 3ingevoegde tekst: “B.7.2. In zoverre het de burgerlijke rechtbank niet toelaat de geldboete waarin het voorziet, gepaard te laten gaan met uitstel, schendt artikel 70, § 1bis, van het BTW-Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. einde van de invoeging.

toegevoegd

lid 4ingevoegde tekst: B.7.3. Die vaststelling van gedeeltelijke ongrondwettigheid heeft echter niet tot gevolg dat die bepaling, in afwachting van een optreden van de wetgever, niet meer zou kunnen worden toegepast door de rechtsinstanties wanneer zij vaststellen dat de overtredingen vaststaan, dat het bedrag van de geldboete niet onevenredig is met de ernst van de overtreding en dat er geen reden zou zijn geweest om uitstel te verlenen zelfs indien de wet in die maatregel had voorzien.” einde van de invoeging.

toegevoegd

Opeenvolgende versies

12 versies eerste op 01.01.1978
Van krachtWijzigingBron
11.12.2023enkel de Franse tekst werd gewijzigdW 23.11.2023, B.S. 01.12.2023
01.01.2023van kracht§ 4, tweede lid, werd gewijzigdW 20.11.2022, B.S. 30.11.2022
13.07.2020getoond§ 1bis, werd voorwaardelijk vernietigd1
01.01.2013§ 2, eerste lid, werd vervangenW 17.12.2012 (I), B.S. 21.12.2012
01.07.2012§ 4, eerste lid, werd vervangen en is van toepassing op de overtredingen begaan vanaf deze datumW 22.06.2012, B.S. 28.06.2012
07.08.2006§ 1bis, werd gewijzigdW 20.07.2006, B.S. 28.07.2006
01.01.2002de in dit artikel opgenomen bedragen worden in euro uitgedrukt9°, KB 20.07.2000 en Art. 42, 5°, KB 13.07.2001
01.01.1999het artikel werd gewijzigdW 30.10.1998
01.09.1995het artikel werd gewijzigdKB 07.08.1995
05.08.1993het artikel werd gewijzigdW 22.07.1993
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992
01.01.1978het artikel werd gewijzigdW 27.12.1977