Artikel 58quater van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

58quater 01.01.2019 - 30.06.2021 § 2, werd vervangen W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 58quater van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater/versie-2019-01-01

Artikel
58quater
Periode
01.01.2019 - 30.06.2021
Wijziging
§ 2, werd vervangen
Bron
W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019

Wat op die datum veranderde

1 gewijzigde passage op 25 5 ingevoegde woorden 1 geschrapt woord

Vergeleken met de versie van 01.01.2015

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 58quater, § 2, werd vervangen met ingang van 01.01.2019 (Art. 14, W 11.02.2019, B.S. 22.02.2019, pg. 17992

Naar de tekst van deze versie

Tekst

8 paragrafen 6 punten van kracht van 01.01.2019 tot 30.06.2021

§ 1

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

1°

"niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;

2°

"lidstaat van identificatie": de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft.

lid 2

Indien de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie die lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt en waarin de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik maakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden.

§ 2

Elke niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige ingevoegde tekst: bedoeld in paragraaf 3 einde van de invoeging. die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een ingevoegde tekst: andere einde van de invoeging. lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of geschrapte tekst: zijn einde van de schrapping. gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

§ 3

lid 1De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in België heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet heeft gevestigd in de Gemeenschap, uitsluitend in België over een vaste inrichting beschikt, doet opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd.

lid 2Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, en hij België kiest als lidstaat van identificatie, dan doet hij opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het in het eerste lid bedoelde elektronische adres.

lid 3Voor de belastbare handelingen die hij verricht in het kader van deze bijzondere regeling, maakt de belastingplichtige gebruik van zijn BTW-identificatienummer dat aan hem werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°.

§ 4

lid 1De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3, doet eveneens langs elektronische weg opgave van de beëindiging van deze activiteit, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken.

lid 2De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling indien:

1°

hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht;

2°

anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;

3°

hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

4°

hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.

§ 5

lid 1De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3, dient langs elektronische weg een aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. Deze aangifte, opgesteld in euro, wordt uiterlijk twintig dagen na het verstrijken van elk kalenderkwartaal ingediend.

lid 2De aangifte bevat het BTW-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de BTW verschuldigd is, het totale bedrag, de BTW niet inbegrepen, van de gedurende het tijdvak waarop zij betrekking heeft, verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten en het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven. De geldende BTW-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de aangifte vermeld.

lid 3Indien de belastingplichtige een of meer vaste inrichtingen heeft in andere lidstaten van waaruit de diensten worden verricht, bevat de BTW-aangifte, naast de in het tweede lid bedoelde gegevens, tevens het totale bedrag van de telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten die onder deze bijzondere regeling vallen per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, alsmede het individueel BTW-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van deze inrichting.

lid 4De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voldoet de BTW onder verwijzing naar de betreffende aangifte op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend.

§ 6

lid 1De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3, voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.

lid 2De gegevens vervat in de in het eerste lid bedoelde boekhouding moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.

lid 3Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht.

§ 7

lid 1De niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 5 bedoelde aangifte.

lid 2De niet in België gevestigde belastingplichtige kan niettemin de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2.

lid 3Indien de niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, echter in België ook handelingen verricht, die niet aan deze bijzondere regeling onderworpen zijn en waarvoor hij overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, voor BTW-doeleinden moet geïdentificeerd zijn, brengt hij de belasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling onderworpen handelingen in aftrek in de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°.

§ 8

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, met name de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.

Opeenvolgende versies

5 versies eerste op 01.01.2015
Van krachtWijzigingBron
09.03.2026van krachtW. 10.02.2026, B.S. 27.02.2026
10.01.2022in § 6, werden het vierde en het vijfde lid gewijzigdW 27.12.2021, B.S. 31.12.2021
01.07.2021het artikel werd vervangenW 02.04.2021, B.S. 13.04.2021
01.01.2019getoond§ 2, werd vervangenW 11.02.2019, B.S. 22.02.2019
01.01.2015het artikel werd ingevoegdW 19.12.2014, B.S. 29.12.2014