Artikel 45 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

45 01.01.1995 - 31.12.1999 het artikel werd gewijzigd KB 23.12.1994

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 45 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45/versie-1995-01-01

Artikel
45
Periode
01.01.1995 - 31.12.1999
Wijziging
het artikel werd gewijzigd
Bron
KB 23.12.1994

Wat op die datum veranderde

2 gewijzigde passages op 24 62 ingevoegde woorden

Vergeleken met de versie van 01.01.1993

Wat de FOD erover zegt : De tekst van art. 45, werd gewijzigd met ingang van 01.01.1995 (Art. 5, KB 23.12.1994

Naar de tekst van deze versie

Tekst

6 paragrafen 11 punten van kracht van 01.01.1995 tot 31.12.1999

§ 1

Op de belasting die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:

1°

belaste handelingen;

2°

handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;

3°

handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;

4°

handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4 tot 10, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;

5°

diensten als makelaar of lasthebber bij in 4 bedoelde handelingen.

§ 1bis

Voor wat betreft de belasting geheven van leveringen, invoeren en intracommunautaire verwervingen van goederen en diensten met betrekking tot een door artikel 39bis vrijgestelde levering van een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2, kunnen de belastingplichtigen bedoeld in artikel 8bis, § 1, of in artikel 57 alsook de belastingplichtigen die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor zij geen recht op aftrek hebben, in afwijking van § 1 de belasting slechts in aftrek brengen geheven op de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van het genoemde vervoermiddel en dit binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van genoemd artikel 39bis.

§ 2

lid 1Ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, mag de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting.

lid 2Deze bepaling is evenwel niet van toepassing:

a)

op voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

b)

op voertuigen bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor bezoldigd personenvervoer;

c)

op nieuwe voertuigen in de zin van artikel 8bis, § 2, 2, andere dan deze bedoeld onder a en b, die het voorwerp uitmaken van een op grond van artikel 39bis vrijgestelde levering. In dit geval wordt de aftrek slechts uitgeoefend binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van genoemd artikel 39bis.

§ 3

Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van:

1°

leveringen en intracommunautaire verwervingen van tabaksfabrikaten;

2°

leveringen en intracommunautaire verwervingen van geestrijke dranken, daaronder niet begrepen die welke bestemd zijn om te worden wederverkocht of om te worden verstrekt ter uitvoering van een dienst;

3°

kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10 en 11, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan:

a)

voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;

b)

door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;

4°

kosten van onthaal.

§ 4

Wanneer het vermoeden vervat in artikel 20, § 2, van toepassing is, kan het reisbureau de BTW niet in aftrek brengen die geheven is van:

1°

het vervoer, het logies, de ter plaatse verbruikte spijzen of dranken en het vermaak, die aan dit laatste op eigen naam zijn gefactureerd;

2°

de vergoeding van een ander reisbureau dat zijn tussenkomst heeft verleend voor het verrichten van dezelfde diensten.

§ 5

lid 1ingevoegde tekst: De belastingplichtigen kunnen niet in aftrek brengen de verschuldigde of betaalde belasting in de situaties bedoeld in artikel 58, § 4, 5. einde van de invoeging.

lid 2ingevoegde tekst: In de mate dat hij leveringen verricht onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, mag de belastingplichtige wederverkoper de verschuldigde of betaalde belasting niet in aftrek brengen in de situaties bedoeld in artikel 58, § 4, 6. einde van de invoeging.

toegevoegd

Opeenvolgende versies

9 versies eerste op 01.01.1993
Van krachtWijzigingBron
01.01.2025van kracht§ 1, 3°, werd vervangenW 21.03.2024, B.S. 09.04.2024
25.05.2019§ 4, werd gewijzigdW 02.05.2019, B.S. 15.05.2019
20.08.2018§ 3, 2°, werd vervangenW 30.07.2018, B.S. 10.08.2018
17.07.2016§ 2, tweede lid, f), werd vervangen; k), werd gewijzigd en een nieuw lid werd toegevoegdW 27.06.2016, B.S. 07.07.2016
01.01.2011§ 1quinquies, werd ingevoegdW 29.12.2010, B.S. 31.12.2010
01.01.2006§ 2, werd gewijzigdW 27.12.2005, B.S. 30.12.2005
01.01.2000§§ 1ter en 1quater werden ingevoegdKB 28.12.1999 en Art. 3, KB 30.12.1999
01.01.1995getoondhet artikel werd gewijzigdKB 23.12.1994
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992