Artikel 1 van het Belgische Btw-Wetboek · Btw-Wetboek

Naar de tekst
Juriel

1 22.05.2018 - 31.12.2018 Bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.03.2018 B.S. 22.05.2018

Zoeken
Niet meer van kracht

Artikel 1 van het Belgische Btw-WetboekDeze versie is vervangen. De geldende tekst staat op de pagina van het artikel.

https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1/versie-2018-05-22

Artikel
1
Periode
22.05.2018 - 31.12.2018
Wijziging
Bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.03.2018
Bron
B.S. 22.05.2018

Wat op die datum veranderde

10 gewijzigde passages op 65 2 ingevoegde woorden 197 geschrapte woorden

Vergeleken met de versie van 17.07.2016

Wat de FOD erover zegt : Bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.03.2018 (B.S. 22.05.2018, p. 41903), werden de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 1 juli 2016 (B.S. 04.07.2016 – Ed. 2), vernietigd. Hierbij werd de invoering van art. 1, § 14, vernietigd met tegenstelbaarheid “erga omnes” vanaf 22.05.2018 – Het Hof handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen.

Op die datum geschrapt

art. 1, § 13, lid 1geschrapte tekst: [§ 14. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder: einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°geschrapte tekst: "kans- en geldspelen": einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, a)geschrapte tekst: de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen; einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, b)geschrapte tekst: de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft; einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, b), 2°geschrapte tekst: "loterijen": elke gelegenheid om door middel van te kopen deelbewijzen van deelneming mee te dingen naar prijzen of premies in geld of in natura waarbij de winnaars door het lot of een andere kansbepaling waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen worden aangewezen.] einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, b), 2°, lid 1geschrapte tekst: [De invoering van art. 1, § 14 werd later vernietigd] einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, b), 2°, lid 2geschrapte tekst: (1) einde van de schrapping.
art. 1, § 13, 1°, b), 2°, lid 3geschrapte tekst: Erratum § 3, Nederlandse tekst, B.S. 11.08.2016. De origineel in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde tekst luidde als volgt: “Verdrag betreffende de werking van de van de Europese Unie” einde van de schrapping.

Naar de tekst van deze versie

Tekst

14 paragrafen 34 punten van kracht van 22.05.2018 tot 31.12.2018

§ 1

Onder de naam belasting over de toegevoegde waarde wordt een omzetbelasting ingevoerd, die geheven wordt onder de voorwaarden en met inachtneming van de regelen bepaald in dit Wetboek.

§ 2

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:

1°

"Lid-Staat" en "grondgebied van een Lid-Staat": het binnenland zoals dat in de §§ 3, 4 en 5, voor elke Lid-Staat wordt omschreven;

2°

"Gemeenschap" en "grondgebied van de Gemeenschap": het binnenland van de Lid-Staten;

3°

"derdelands gebied" en "derde land": elk ander grondgebied dan het binnenland van een Lid-Staat.

§ 3

Het "binnenland" komt overeen met het grondgebied van iedere lidstaat van de Europese Unie waarop de verdragen betreffende de Europese Unie en betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese geschrapte tekst: Unie (1). einde van de schrapping. ingevoegde tekst: Unie. einde van de invoeging.

§ 4

lid 1Het binnenland omvat niet de volgende nationale grondgebieden:

1°

Bondsrepubliek Duitsland:

a)

het eiland Helgoland;

b)

het grondgebied van Büsingen;

2°

Koninkrijk Spanje:

a)

Ceuta;

b)

Melilla;

3°

Italiaanse Republiek:

a)

Livigno;

b)

Campione d'Italia;

c)

de nationale wateren van het meer van Lugano;

4°

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

lid 2

Gibraltar.

lid 2Het binnenland omvat evenmin de volgende nationale grondgebieden:

1°

Koninkrijk Spanje: de Canarische Eilanden;

2°

Franse Republiek: de gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

3°

Helleense Republiek: de Berg Athos;

4°

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: de Kanaaleilanden;

5°

Republiek Finland: de Aland-eilanden.

§ 5

Voor de toepassing van dit Wetboek worden geacht deel uit te maken van:

1°

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: het Eiland Man;

2°

de Franse Republiek: het Vorstendom Monaco;

3°

de Republiek Cyprus: de zones Akrotiri en Dhekelia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen.

§ 6

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:

1°

″intracommunautair goederenvervoer″: vervoer van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst op het grondgebied van twee verschillende lidstaten zijn gelegen;

2°

"plaats van vertrek": de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk begint;

3°

"plaats van aankomst": de plaats waar het goederenvervoer daadwerkelijk eindigt;

4°

″accijnsproducten″: energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksfabrikaten, zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen, met uitzondering van gas dat geleverd wordt via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of eender welk op een dergelijk systeem aangesloten net.

§ 7

lid 1Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan onder:

1°

" reizen ": de gehelen van samenhangende prestaties van vervoer, logies, spijs en drank om ter plaatse te worden verbruikt, ontspanning of dergelijke, verblijven tegen een vaste som welke inzonderheid logies omvatten, toeristische rondreizen, alsook het uitvoeren van één of meerdere prestaties die deel uit maken van die gehelen of die in dezelfde lijn ervan liggen;

2°

" reisbureau ": eenieder die, voor zover hij zijn activiteit als volgt uitoefent, in eigen naam, reizen beoogd in 1°, organiseert en verkoopt aan reizigers, en die door die persoon worden verwezenlijkt door gebruik te maken van met het oog hierop door anderen aan hem verstrekte goederen en diensten.

lid 2Als reisbureau wordt derhalve niet aangemerkt voor de toepassing van dit Wetboek, eenieder die handelt als volgt:

1°

hij die, in eigen naam, reizen beoogd in het eerste lid, 1°, organiseert en verkoopt aan reizigers en die zelf rechtstreeks met eigen middelen de uitvoering ervan verzekert;

2°

hij die in de hoedanigheid van tussenpersoon bemiddelt in de verkoop van reizen beoogd in het eerste lid, 1°.

§ 8

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder " beleggingsgoud ":

1°

goud, in de vorm van staven of plaatjes van een door de goudmarkten aanvaard gewicht, met een zuiverheid van ten minste 995 duizendsten, al dan niet belichaamd in certificaten.

lid 2

De kleine staven of plaatjes met een gewicht van ten hoogste 1 gram worden evenwel niet aangemerkt als beleggingsgoud.

2°

gouden munten die:

een zuiverheid van ten minste 900 duizendsten hebben,

na 1800 zijn geslagen,

in het land van oorsprong als wettig betaalmiddel fungeren of hebben gefungeerd, en

normaliter verkocht worden voor een prijs die de openmarktwaarde van het in de munten vervatte goud niet met meer dan 80 % overschrijdt.

§ 9

Voor de toepassing van dit Wetboek dient te worden verstaan:

1°

onder gebouw of een gedeelte van een gebouw, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden;

2°

onder bijhorend terrein, het terrein waarvoor de toelating werd verkregen om er op te bouwen en dat door éénzelfde persoon wordt overgedragen tegelijk met het gebouw waartoe het behoort.

§ 10

Voor de toepassing van dit Wetboek is er sprake van misbruik wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in dit Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben.

§ 11

Voor de toepassing van de artikelen 14, § 4, 21, § 3, 6° en 21bis, § 2, 8°, wordt beschouwd als:

1°

″in de Gemeenschap verricht gedeelte van een passagiersvervoer″: het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het passagiersvervoer;

2°

″plaats van vertrek van een passagiersvervoer″: het eerste punt in de Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten de Gemeenschap;

3°

″plaats van aankomst van een passagiersvervoer″: het laatste punt in de Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen van boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap.

lid 2

Ingeval het een heen– en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer beschouwd.

§ 12

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:

1°

″belastbare feit″: het feit waardoor de wettelijke voorwaarden worden vervuld die vereist zijn voor het opeisbaar worden van de belasting;

2°

″opeisbaarheid van belasting″: het recht dat de Schatkist heeft om krachtens de wet de belasting vanaf een bepaald tijdstip te vorderen van de persoon die de belasting moet voldoen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld.

§ 13

Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:

1°

″factuur″: elk document of bericht op papier of in elektronisch formaat dat voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten;

2°

″elektronische factuur″: een factuur die de in het Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven gegevens bevat en in om het even welke elektronische vorm wordt uitgereikt en ontvangen.

§ 14

ingevoegde tekst: (Vernietigd) einde van de invoeging.

Opeenvolgende versies

27 versies eerste op 01.01.1971
Van krachtWijzigingBron
01.01.2028van kracht§§ 16 en 17, worden ingevoegd toekomstig rechtW 12.05.2024, B.S. 30.05.2024
01.01.2026§ 13, 3°, wordt ingevoegdW 06.02.2024, B.S. 20.02.2024
01.01.2025§§ 16 tot 18, worden ingevoegd wijziging opgeheven vóór de inwerkingtredingW 26.01.2021, B.S., 10.02.2021
03.11.2022de paragrafen 2; 5; 6; 7, eerste en tweede lid; 8; 9; 12; 15; 16; 17; 18; 19 en 20 werden gewijzigd, de paragrafen 10 en 13 werden vervangen en het artikel werd aangevuld met de paragrafen 21; 22 en 23W 16.10.2022, B.S. 24.10.2022
10.07.2021§ 3bis, werd ingevoegd en de bepalingen onder § 4, eerste lid, 4°; § 4, tweede lid, 4° en § 5, 1°, werden opgeheven met ingang van 10.07.2021W 27.06.2021, B.S. 30.06.2021
01.07.2021§§ 19 en 20, werden ingevoegdW 02.04.2021, B.S. 13.04.2021
01.01.2020§ 4, werd vervangenW 03.11.2019, B.S. 13.11.2019
25.05.2019§ 7, eerste lid, 1°, werd gewijzigd; eerste lid, 2° werd vervangen en tweede lid, 1°, werd vervangenW 02.05.2019, B.S. 15.05.2019
01.01.2019§ 9, werd aangevuld met een lidW 14.10.2018, B.S. 25.10.2018
22.05.2018getoondBij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.03.2018B.S. 22.05.2018
17.07.2016§ 3 en § 4, tweede lid, 2°, werd vervangenW 27.06.2016, B.S. 07.07.2016
01.07.2016§ 14, werd ingevoegd met ingang van 01.07.2016W 01.07.2016, B.S. 04.07.2016
01.01.2014§ 4, tweede lid, 2°, werd vervangenW 21.12.2013, B.S. 31.12.2013
01.01.2013§ 11, inleidende zin werd gewijzigd, § 12 en § 13, werden ingevoegdW 17.12.2012, B.S. 21.12.2012
16.05.2011de Nederlandstalige tekst van § 11, eerste lid, 1°, werd gewijzigdW 14.04.2011, B.S. 06.05.2011
01.01.2011§ 9, werd vervangenW 23.12.2009, B.S. 30.12.2009
01.01.2010§ 6, 1°, werd vervangen en § 11 werd toegevoegdW 26.11.2009, B.S. 04.12.2009
02.05.2009§ 6, 4°, werd vervangenW 01.04.2009, B.S. 22.04.2009
07.01.2007§ 6, 1°, werd gewijzigdW 27.12.2006, B.S. 28.12.2006
07.08.2006§ 10, werd gewijzigdW 20.07.2006, B.S. 28.07.2006
01.05.2004§§ 3 en 5, werden gewijzigdW 17.06.2004, B.S. 28.06.2004
26.04.2002§ 9, werd ingevoegdW 02.08.2002
01.01.2000het artikel werd gewijzigdKB 28.12.1999 en art. 1, K.B. 30.12.1999 en bekrachtigd bij W 05.08.2003
01.01.1996het artikel werd gewijzigdKB 22.12.1995
01.01.1995het artikel werd gewijzigdKB 07.08.1995
01.01.1993het artikel werd gewijzigdW 28.12.1992
01.01.1971De tekst van art. 1, werd ingevoegd bij W 03.07.1969)