1. Voor de in artikel 7, lid 1, onder b), bedoelde goederen die de Gemeenschap binnenkomen uit een grondgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap maar voor de toepassing van deze richtlijn beschouwd wordt als een derdelandsgebied zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a) de formaliteiten betreffende het binnenkomen van deze goederen in de Gemeenschap zijn dezelfde als voorzien in de vigerende communautaire douanebepalingen voor de invoer van goederen binnen het douanegebied van de Gemeenschap;
b) wanneer de plaats van aankomst van de verzending of van het vervoer van deze goederen zich buiten de Lid-Staat van hun binnenkomst in de Gemeenschap bevindt, zijn zij binnen de Gemeenschap in het verkeer onder de regeling voor intern communautair douanevervoer als bedoeld in de vigerende communautaire douanebepalingen, indien op het moment van hun binnenkomst in de Gemeenschap aangifte is gedaan dat zij onder die regeling zijn gebracht;
c) wanneer deze goederen op het moment van binnenkomst in de Gemeenschap zich bevinden in een situatie waardoor zij, indien zij ingevoerd waren in de zin van artikel 7, lid 1, onder a), in aanmerking konden komen voor een van de in artikel 16, lid 1, B, onder a), b), c) en d), vermelde regelingen of voor een regeling van tijdelijke uitvoer met totale vrijstelling van invoerrechten, zorgen de Lid-Staten ervoor dat deze goederen in de Gemeenschap onder dezelfde voorwaarden kunnen verblijven als die welke voor de toepassing van die regelingen gelden.
2. Voor de niet in artikel 7, lid 1, onder a), bedoelde goederen die verzonden of vervoerd worden uit een Lid-Staat naar een gebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Gemeenschap maar voor de toepassing van deze richtlijn beschouwd wordt als een derdelandsgebied, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
a) de formaliteiten betreffende de uitvoer van deze goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap zijn dezelfde als die welke voorzien zijn in de vigerende communautaire douanebepalingen betreffende de uitvoer van goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap;
b) voor goederen die tijdelijk uit de Gemeenschap worden geëxporteerd met het oog op wederinvoer nemen de Lid-Staten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die goederen bij hun wederinvoer in de Gemeenschap in aanmerking komen voor dezelfde bepalingen als wanneer zij tijdelijk geëxporteerd waren uit het douanegebied van de Gemeenschap.