---
title: "Artikel 28 quindecies, Zesde richtlijn 77/388 · Overgangsmaatregelen"
description: "Artikel 28 quindecies, Zesde richtlijn 77/388 : Overgangsmaatregelen."
url: "https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28quindecies"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-28quindecies"
---

Niet meer van kracht

# Artikel 28 quindecies, Zesde richtlijn 77/388 · Overgangsmaatregelen

**Opgeheven op**

01.01.2007

**Artikel**

28 quindecies

**Geconsolideerde versie van**

01.01.2006

## Over het document

**Verzameling**

Europese wetgeving

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

1\. Wanneer goederen:

— vóór 1 januari 1993 in het binnenland, in de zin van artikel 3, zĳn binnengebracht,

— en

— sedert hun binnenkomst werden geplaats onder een van de in artikel 14, lid 1, onder b) of c), of artikel 16, lid 1, A, bedoelde regelingen,

— en

— niet vóór 1 januari 1993 aan deze regeling zĳn onttrokken, blĳven de bepalingen die van toepassing waren op het tĳdstip dat de goederen onder deze regeling werden geplaatst van toepassing gedurende het verblĳf onder deze regeling, waarvan de duur wordt bepaald overeenkomstig genoemde bepalingen.

2\. Aan invoer van een goed in de zin van artikel 7, lid 1, wordt gelĳkgesteld:

a) elke onttrekking, met inbegrip van een onregelmatige onttrekking, van dit goed aan de in artikel 14, lid 1, onder c), bedoelde regeling waaronder het vóór 1 januari 1993 werd gebracht op de in lid 1 bedoelde voorwaarden;

b) elke onttrekking, met inbegrip van een onregelmatige onttrekking van dit goed aan een van de in artikel 16, lid 1, onder a), bedoelde regelingen waaronder het goed vóór 1 januari 1993 werd gebracht op de in lid 1 bedoelde voorwaarden;

c) het einde van een intern communautair douanevervoer dat vóór 1 januari 1993 in de Gemeenschap werd aangevangen ten behoeve van een vóór 1 januari 1993 verrichte levering onder bezwarende titel in de Gemeenschap door een als zodanig optredende belastingplichtige;

d) het einde van een vóór 1 januari 1993 aangevangen extern douanevervoer;

e) elke onregelmatigheid of overtreding die werd begaan ter gelegenheid van of tĳdens een extern douanevervoer dat werd aangevangen op de onder c) bedoelde voorwaarden, of van een onder d) bedoeld extern douanevervoer;

f) de bestemming in het binnenland, door een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige, van goederen die hem zĳn geleverd, vóór 1 januari 1993, voor het binnenland van een andere Lid-Staat, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

— de levering van deze goederen is of kan worden vrĳgesteld uit hoofde van artikel 15, punten 1 en 2;

— de goederen zĳn niet ingevoerd in het binnenland vóór 1 januari 1993.

Voor de toepassing van punt c), wordt onder „intern communautair douanevervoer” verstaan de verzending of het vervoer van goederen onder de regeling voor intern communautair douanevervoer of vergezeld van document T 2 L, het carnet intracommunautair douanevervoer alsmede de verzending van goederen per post.

3\. In de in lid 2, onder a) tot en met e), bedoelde gevallen wordt de invoer in de zin van artikel 7, lid 2, geacht te worden verricht in de Lid-Staat waar het goed wordt onttrokken aan de regeling waaronder het vóór 1 januari 1993 werd gebracht.

4\. In afwĳking van artikel 10, lid 3, wordt de invoer van een goed in de zin van lid 2 van dit artikel verricht zonder dat een belastbaar feit plaatsvindt wanneer:

a) het ingevoerde goed uit de Gemeenschap in de zin van artikel 3 wordt verzonden of vervoerd;

of

b) het in de zin van lid 2, onder a), ingevoerde goed geen vervoermiddel is en herverzonden of vervoerd wordt naar de Lid-Staat waaruit het werd uitgevoerd en naar degene die het heeft uitgevoerd;

of

c) het in de zin van lid 2, onder a), ingevoerde goed een vervoermiddel is dat vóór 1 januari 1993 onder de algemene belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt van een Lid-Staat, in de zin van artikel 3, werd verworven of ingevoerd en/of waarvoor, uit hoofde van zĳn uitvoer, geen vrĳstelling of teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde werd verleend.

Aan deze voorwaarde wordt geacht te zĳn voldaan wanneer de datum van de eerste ingebruikneming van het vervoermiddel voorafgaat aan 1 januari 1985 of wanneer het bedrag van de belasting die uit hoofde van de invoer verschuldigd zou zĳn, te verwaarlozen is.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · [Licentie CC BY 4.0](https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/legalcode.txt)
