De Lid-Staten stellen ter zake van de invoer van goederen de voorschriften vast voor de aangifte en voor de betaling welke daarop moet volgen.
De Lid-Staten kunnen in het bijzonder bepalen dat met betrekking tot de invoer van goederen die wordt verricht door belastingplichtigen of tot betaling van belasting gehouden personen, dan wel door bepaalde categorieën daarvan, de uit hoofde van de invoer verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde niet wordt betaald op het tijdstip van de invoer, mits deze belasting als zodanig wordt vermeld in een, overeenkomstig de bepalingen van artikel 22, lid 4, ingediende aangifte.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
5Europese Unie
5Conclusie van de advocaat-generaalC-461/1224.10.2013
Vrijstellingen
Conclusie van de advocaat-generaalC-414/1017.11.2011
Heffing van belasting over uit derde land ingevoerd product
Conclusie van advocaat-generaal Darmon299/8608.12.1987