Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
1. „niet-Unieregeling”: de bijzondere regeling voor diensten verricht door niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG;
2. „Unieregeling”: de bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor leveringen van goederen binnen een lidstaat door elektronische interfaces die die leveringen faciliteren, en voor diensten verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG;
3. “invoerregeling”: de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG;
4. „bijzondere regelingen”: de „niet-Unieregeling”, de „Unieregeling”, of de „invoerregeling” al naargelang de context;
5. „belastingplichtige”: een belastingplichtige als bedoeld in artikel 359 van Richtlijn 2006/112/EG die de niet-Unieregeling mag gebruiken, een belastingplichtige als bedoeld in artikel 369 ter van die richtlijn die de Unieregeling mag gebruiken, of een belastingplichtige als bedoeld in artikel 369 quaterdecies van die richtlijn die de invoerregeling mag gebruiken;
6. „tussenpersoon”: een persoon als gedefinieerd in artikel 369 terdecies, tweede alinea, punt 2, van Richtlijn 2006/112/EG.