De lidstaten die op 1 januari 1993 geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid uit hoofde van artikel 98 een verlaagd tarief toe te passen, kunnen bepalen dat bij de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zoals omschreven in artikel 311, lid 1, punten 2), 3) en 4), de maatstaf van heffing gelijk is aan een gedeelte van het overeenkomstig de artikelen 85, 86 en 87 vastgestelde bedrag.
Het in de eerste alinea bedoelde gedeelte wordt op zodanige wijze vastgesteld, dat de aldus bij invoer verschuldigde BTW ten minste gelijk is aan 5 % van het overeenkomstig de artikelen 85, 86 en 87 vastgestelde bedrag.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0