Artikel 369 terdecies, btw-richtlijn 2006/112 · Europese wetgeving

Naar de tekst
Juriel

369 terdecies 14.04.2025

Zoeken
Van kracht

Artikel 369 terdecies, btw-richtlijn 2006/112

https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369terdecies

Artikel
369 terdecies
Geconsolideerde versie van
14.04.2025

Over het document

Verzameling
Europese wetgeving
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Voor de toepassing van deze afdeling hebben afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen uitsluitend betrekking op goederen, met uitzondering van de producten die onder de accijnsheffing vallen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR.

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling verstaan onder:

1. „niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige” : een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;

2. „tussenpersoon” : een in de Gemeenschap gevestigde persoon die door de belastingplichtige die afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht, is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de belastingplichtige de in deze bijzondere regeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen;

3. „lidstaat van identificatie” :

a) wanneer de belastingplichtige niet in de Gemeenschap is gevestigd, de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren;

b) wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken;

c) wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

d) wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd, deze lidstaat;

e) wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft, de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken.

Voor de toepassing van de punten b) en e) is de belastingplichtige of tussenpersoon, wanneer hij meer dan één vaste inrichting in de Gemeenschap heeft, gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van vestiging gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.

4. „lidstaat van verbruik” : de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer.

Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0

Administratieve doctrine

2

« … betekent dat een belastingplichtige slechts één enkele tussenpersoon tegelijk kan aanwijzen. 7.1.5.1. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet geen beroep op een tussenpersoon Artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek (artikel 369terdecies, lid 2 , 3, van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt de regels als volgt voor de belastingplichtigen die geen beroep doen op een tussenpersoon: - wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd: deze lidstaat - … »

Circulaire 2021/C/72 betreffende de btw-regeling voor grensoverschrijdende e-commerceactiviteiten tussen ondernemingen en consumentenOmzendbrief27.07.2021

Bekijk de 2 documenten