1. De lidstaten kunnen de volgende belastingplichtigen van bepaalde verplichtingen of van alle verplichtingen bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6 ontheffen:
a) de belastingplichtigen wier intracommunautaire verwervingen overeenkomstig artikel 3, lid 1, niet aan de BTW zijn onderworpen;
b) de belastingplichtigen die geen van de in de artikelen 20, 21, 22, 33, 36, 136 bis, 138 en 141 bedoelde handelingen verrichten;
c) de belastingplichtigen die slechts goederenleveringen of diensten verrichten die uit hoofde van de artikelen 132, 135 en 136, de artikelen 146 tot en met 149 en de artikelen 151, 152 en 153 zijn vrijgesteld;
e) de belastingplichtigen die voor de forfaitaire regeling voor landbouwproducenten in aanmerking komen.
De lidstaten mogen de in de eerste alinea, onder b), bedoelde belastingplichtigen geen ontheffing verlenen van de in hoofdstuk 3, afdelingen 3 tot en met 6, en hoofdstuk 4, afdeling 3, vastgestelde verplichtingen inzake facturering.
2. Wanneer de lidstaten van de in lid 1, eerste alinea, punt e), bedoelde mogelijkheid gebruikmaken, nemen zij de nodige maatregelen voor een juiste toepassing van de overgangsregeling voor de belastingheffing op intracommunautaire handelingen.
3. De lidstaten kunnen andere dan de in lid 1 bedoelde belastingplichtigen ontheffing verlenen van bepaalde van de in artikel 242 bedoelde boekhoudkundige verplichtingen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
5Europese Unie
5Hof van JustitieC-358/2018.11.2021
Harmonisatie van de belastingwetgeving, recht op btw-aftrek
Hof van JustitieC-566/1617.05.2018
Bijzondere regeling voor kleine ondernemingen
Hof van JustitieC-524/1008.03.2012