Uit hoofde van de in artikel 269 bedoelde machtiging kunnen de lidstaten die de duur van het belastingtijdvak waarover een belastingplichtige de in artikel 250 bedoelde BTW-aangifte moet indienen, op meer dan drie maanden vaststellen, deze belastingplichtige toestaan de lijst over datzelfde tijdvak in te dienen, wanneer de belastingplichtige de volgende drie voorwaarden vervult:
a) het jaarlijkse totale bedrag, de BTW niet inbegrepen, van de door hem verrichte goederenleveringen en diensten bedraagt niet meer dan EUR 200 000 of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid;
b) het jaarlijkse totale bedrag, de BTW niet inbegrepen, van de goederenleveringen die hij verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden bedraagt niet meer dan EUR 15 000 of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid;
c) de goederenleveringen die hij verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden zijn geen leveringen van nieuwe vervoermiddelen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
2Europese Unie
2Hof van JustitieC-97/0926.10.2010
Geldigheid, beginsel van gelijke behandeling
Conclusie van advocaat-generaal SharpstonC-95/0713.03.2008