1. Iedere belastingplichtige zorgt ervoor dat door hemzelf, door de afnemer of, in zijn naam en voor zijn rekening, door een derde, in de volgende gevallen een factuur wordt uitgereikt:
1) de goederenleveringen of de diensten die hij heeft verricht voor een andere belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon;
2) de in artikel 33, onder a), bedoelde goederenleveringen, behalve wanneer een belastingplichtige gebruikmaakt van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3;
3) de goederenleveringen, verricht onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden;
4) de vooruitbetalingen die aan hem worden gedaan voordat een van de in de punten 1) en 2) bedoelde goederenleveringen is verricht;
5) de vooruitbetalingen die door een andere belastingplichtige of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon aan hem worden gedaan voordat de dienst is verricht.
2. In afwijking van lid 1 en onverminderd artikel 221, lid 2, hoeft geen factuur te worden uitgereikt met betrekking tot diensten die vrijgesteld zijn uit hoofde van artikel 135, lid 1, onder a) tot en met g).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Geconsolideerde tekst gepubliceerd door het Publicatiebureau van de Europese Unie, per artikel opgesplitst en opnieuw opgemaakt · Licentie CC BY 4.0
Rechtspraak
36België
2Hof van CassatieF.21.0135.N25.11.2022
Recht op aftrek, factuur, recht op aftrek van Btw
Rechtbank van eerste aanleg te Gent17.09.2020
Recht op aftrek, Teruggaaf, Voldoening van de btw
Europese Unie
34Hof van JustitieC-80/1121.06.2012
Voorwaarden voor uitoefening
Hof van JustitieC-368/0915.07.2010
Recht op aftrek van voorbelasting
Conclusie van advocaat-generaal SzpunarC-101/2410.04.2025